© Sanne Peper

Een grote, grijze kubus vormt een straathoek van Parijs op een gure kerstavond. Een man wordt ingehaald door een jongen in een hoodie. ‘Wil je me niet kennen?’ Schrijver Édouard Louis beschrijft in zijn roman Geschiedenis van geweld (2017) hoe hij zwicht voor deze jongeman, Reda genaamd. De twee bedrijven de liefde, maar als Édouard bij het afscheid zijn telefoon mist, neemt de nacht een gewelddadige wending. Reda probeert hem te wurgen met zijn sjaal, trekt een pistool en verkracht hem. ‘Ik dacht niet dat hij gewelddadig kon zijn.’

Na de bewuste nacht vertelt Louis het verhaal zo vaak, aan zijn zus, vrienden en vage kennissen, dokters en de politie, dat het niet meer van hem voelt. Toch blijft hij het gebeurde analyseren, al is het maar om zichzelf minder als slachtoffer te zien. Regisseur Abdel Daoudi verwerkte dit gegeven voor Toneelschuur Producties tot een voorstelling die het verschil tussen dader en slachtoffer doet vervagen en de onderliggende structuren van ongelijkheid blootlegt.

De kubus in het midden van het toneel heeft opklapbare zijdes en kan draaien, een carrousel van perspectieven. Het publiek voelt dat het binnenste van de harde doos het trauma omsluit dat zich zal ontvouwen. Het stuk vangt aan met Édouard Louis, bedachtzaam gespeeld door Eelco Smits, gedrukt tegen een van de gesloten zijdes. Hij hoort hoe zijn zus Clara, een rol van Lotte Dunselman, haar versie van de geschiedenis vertelt en levert commentaar van achter de deur. De kubus opent en toont hoe Reda en Édouard de liefde bedrijven en na afloop praten over hun afkomst. Een moment van intimiteit en wederzijds begrip. Maar zus vindt haar broertje naïef en Reda niets anders dan een dief en een bruut. De maalstroom waarin Édouard terechtkomt als het geweld begint, wordt mooi verbeeld door het draaien van het vierkante gevaarte, met Édouard eenzaam middenin.

Het geweld van het systeem wordt extra invoelbaar doordat de forensisch dokter wordt gespeeld door dezelfde acteur als Reda. Édouard voorovergebogen, zodat inwendig onderzoek de verkrachting kan staven. Een grijze zijvleugel vormt de sobere achterwand. ‘Ik vertelde Clara dat het niet vernederend was’, zegt Édouard in de vergeefse hoop dat het herbeleefde trauma ook minder vernederend zou voelen. Politie, vrienden, zus; niemand ziet Reda als iets anders dan dader, Arabier, dief. De kubus kan zich ontvouwen, maar de structuur van geweld blijft.

In tegenstelling tot het boek vormt Reda in de toneelbewerking een zelfstandig personage. Als Édouard parallellen trekt tussen zijn eigen jeugd en Reda’s immigratieachtergrond snoert Reda hem de mond. ‘Noord-Frankrijk is geen Noord-Afrika.’ Hij heeft zijn eigen verhaal. De grootste ingreep is dat tijdens de verkrachtingsscène Reda de woorden van Édouard uitspreekt. De dader beleeft het geweld net zo onthecht als het slachtoffer en deelt daarbij in het trauma. Geen van beiden wilden dit.

Een pijnlijk inzicht. Maar wel een inzicht dat nog steeds wordt verteld met de woorden van Édouard. Reda blijft daardoor een ongrijpbaar personage, wiens innerlijk buiten beeld blijft. Niets ten nadele van Sia Cyrroes, die met zijn charmante vertolking van Reda helemaal invoelbaar maakt waarom Édouard voor hem zwicht. Van zijn Reda had ik meer willen horen.

© Sanne Peper

Geschiedenis van geweld is te zien tot 28 januari