Majesteitsschennis na het Huwelijk

Geschonden vrijheid

Het Huwelijk van 2 februari heeft een interessante nasleep. In enkele gevallen van «majesteitsschennis» ging het OM niet over tot vervolging. De indruk bestaat dat behandeling door de rechtbank wordt voorkomen omdat anders zou blijken hoe ver de politie buiten haar boekje is gegaan.

Artikel 111 uit het Wetboek van Strafrecht, inzake Belediging van de Koning en andere leden van het koninklijk huis, ook wel majesteitsschennis geheten, stamt uit 1881. Het was op grond van dit artikel dat anarchist Alexander Cohen in 1887 werd veroordeeld tot zes maanden cel vanwege het roepen van: «Weg met gorilla», in het bijzijn van koning Willem III. In 1896 kreeg een Amsterdammer drie maanden cel omdat hij op een fluit had geblazen op het moment dat Emma en Wilhelmina in hun koets voorbijkwamen. Met het vorderen van de jaren raakte het artikel op de achtergrond. Zo werd het echtpaar Jaap en Lia Zander — de makers van de rookbom op het huwelijk van Beatrix en Claus — op 12 december 1966 door de rechtbank in Amsterdam niet veroordeeld vanwege artikel 111, maar vanwege overtreding van de vuurwerkwet.

Ook daarna werd met de antieke wet op majesteitsschennis zeer terughoudend omgesprongen. Zo ontstond er in 1978 grote commotie in de Eerste en de Tweede Kamer nadat columnist Jan Eter (een pseudoniem van Hugo Brandt Corstius) in Vrij Nederland Beatrix en Claus had aangeduid als respectievelijk «prinses Leegheid» en «prins Onbenul». Het Openbaar Ministerie onthield zich ondanks grote politieke druk van vervolging. Recentelijk kwamen ook schrijver Leon de Winter — die de koninginmoeder had vergeleken met een labrador — en discjockey Robert Jensen — die het begrip «Argentijnse sloerie» in de mond had genomen — ondanks de nodige klachten niet in aanmerking voor vervolging wegens majesteitsschennis.

Op 2 februari 2002, tijdens het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima, liep het echter anders. Belediging van de kroonprins en zijn echtgenote (een vergrijp waar nog altijd maximaal vier jaar gevangenisstraf op staat) werd hier wel heel ruim gehanteerd. Dat blijkt uit een bundeling van klachten over het politieoptreden, die de Amsterdamse advocaat Michiel Pestman binnenkort zal overhandigen aan de Nationale Ombudsman. Volgens Pestman heeft het toepassen van artikel 111 op 2/2/2002 draconische vormen aangenomen, waarbij Artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens («De vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of door te geven, zonder inmenging van overheidswege en ongeacht grenzen») het van alle kanten heeft moeten ontgelden.

De bloemlezing die Pestman samenstelde, roept inderdaad vele vragen op. Wat is er bijvoorbeeld mis met de tekst: «Máxima: Veel geluk in de republiek Holland»? Het bordje werd door twee agenten in burger in beslag genomen. Ook een bordje met de tekst: «Liever een dwaze moeder dan een domme prins», moest het ontgelden, evenals een spandoek met de tekst: «Salve Res Publica». Een man die «Leve de republiek» riep bij het passeren van de gouden koets werd gearresteerd. Een Amsterdamse kunstschilder die een bus had beschilderd met gezichten van «verdwenen» Argentijnen kreeg te horen dat ook dit niet door de beugel kon. «We arresteren liever tien mensen te veel dan één te weinig», verklaarde de dienstdoende agent. Een vrouw die een bord met de tekst: «Liever een dwaze moeder dan een domme prins» bij zich droeg, werd gearresteerd en zes uur vastgehouden.

Vóór de huwelijksdag had burgemeester Cohen de gemeenteraad van Amsterdam nog laten weten dat de politie alleen zou ingrijpen in het geval van «grofbeledigende tekstenscheldwoorden, neofascistische tekens en tekens zoals hakenkruizen, SS-teksten, nazi-leuzen en het uitbrengen van de Hitler-groet». De burgervader gaf aanvankelijk aan dat zijns inziens een kreet als «Zorreguieta moordenaar» nog wel door de beugel kon.

Saillant in deze is de klacht van de in Nederland woonachtige Uruguayaan Daniel Rey Piuma. Deze mensenrechtenactivist bezat foto’s van slachtoffers van het Videla-regime, genomen nadat zij dood waren aangespoeld op de stranden van buurland Uruguay. Hij kreeg deze foto’s indertijd in bezit door te infiltreren in de geheime dienst van Uruguay. Rey Piuma plaatste enkele van die foto’s op een flyer en een affiche, met daarop een tekst waarbij Jorge Zorreguieta als lid van de Videla-junta persoonlijk verantwoordelijk werd gehouden voor de dertigduizend desaperecidos. Een dag voor het huwelijk werd hij met dit materiaal op de Dam gearresteerd. Bij een huiszoeking confisqueerde justitie het hele fotoarchief. «Dat is iets wat zelfs de geheime dienst van Uruguay en die van Argentinië niet is gelukt», aldus Rey Piuma, die ook aangeeft dat er tijdens de huiszoeking met zijn drie computers is geknoeid.

In alle bovenstaande gevallen ging het OM niet over tot vervolging. Advocaat Pestman heeft de indruk dat het juist de bedoeling is behandeling door de rechtbank te voorkomen, omdat anders zou blijken hoe ver de politie hier buiten het boekje is gegaan. In twee gevallen kwam het echter wél tot vervolging. Zo werd de man die een — overigens mislukte — worp deed met een tampon richting gouden koets onlangs veroordeeld tot 250 euro boete. Hoger beroep volgt nog. Ook de «wittewaterwerper» riskeert een veroordeling, ook al gaf hij tijdens de drieënhalf uur durende zitting van 17 mei aan dat het in Argentinië gebruikelijk is om elkaar op feestdagen te bestoken met zakjes gekleurd water. Daarbij gaf de wittewaterwerper ook aan dat het hem niet ging om Máxima of Willem-Alexander, maar om het instituut monarchie, waarvan hij de echtelieden ook als slachtoffer ziet. Uitspraak volgt op 30 mei.