Geslaagde diplomatie

President Obama heeft een geslaagde reis naar het Midden-Oosten achter de rug. Hij heeft niet de indruk gewekt dat hij door dreigementen het oorlogsgevaar in de regio heeft vergroot, hij heeft premier ­Netanyahu ervan overtuigd dat Amerika de trouwe bondgenoot van Israël blijft en hij heeft zijn geloofwaardigheid niet beschadigd.

Dat is geen geringe prestatie voor iemand die zich nog wel een wereldleider mag noemen, maar dan in een positie die door zijn voorganger zwaar beschadigd is. Amerika is niet meer onbetwistbaar het machtigste land ter wereld, de hypermacht van de vorige eeuw. China is op het toneel verschenen en door de avonturen van Bush cs. is de Navo niet meer dat vervaarlijke bondgenootschap. De afgelopen tien jaar is het steeds verder uiteengevallen.

Aan beide kanten van de oceaan zijn de macht en het zelfvertrouwen van de partners aangetast door de al jaren voortwoekerende en feitelijk uitzichtloze economische crisis. En ten slotte is Amerika diep verdeeld door het politieke conflict tussen de gematigden en ultrarechts dat de Republikeinen praktisch in gijzeling houdt. Deze samenhang van factoren heeft geleid tot een gestage afbrokkeling van de westelijke macht. Voor een historicus een onderwerp voor een tragisch, meeslepend boek. En voor degene die in naam nog altijd de machtigste man van de wereld is het een dagelijks terugkerend gigantisch probleem.

Gezien dit alles heeft Obama in Israël en Jordanië zijn werk voorbeeldig gedaan. In Jeruzalem heeft hij de Israëliërs en Palestijnen dringend opgeroepen het gesprek te hervatten, waarbij hij zich vooral tot de jongere generaties heeft gericht. Het houden van gedreven toespraken hoort tot zijn grootste talenten. Ook had hij kritiek op de bouw van nieuwe Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden. De definitieve oplossing, de stichting van een Palestijnse staat, heeft hij ontweken. Zijn publiek toonde zich ontvankelijk. Een belangrijke eigenschap van een diplomaat is dat hij nooit meer vraagt dan het maximum dat de tegenpartij in een gegeven stadium kan toestaan. Zo heeft de president in ieder geval weer bewezen een diplomaat te zijn.

Een mengsel van politiek en diplomatie was de rol die hij gespeeld heeft bij de verzoening tussen Israël en Turkije. Premier Netanyahu heeft in een telefoongesprek met zijn collega Erdogan zijn verontschuldigingen aangeboden voor de dodelijke aanval in 2010 op een Turks schip dat de blokkade van Gaza wilde doorbreken. Israël zal een schadevergoeding betalen, de diplomatieke betrekkingen worden hersteld. Gegeven het feit dat Erdogan niet lang geleden het zionisme ‘een misdaad tegen de menselijkheid’ noemde, is dit een enorme stap vooruit.

Na al deze prestaties is Obama naar Jordanië vertrokken. Ook een land in diepe crisis. Het aantal vluchtelingen uit Syrië stijgt. Het zijn er al 460.000, dat is negen procent van de Jordaanse bevolking. Er wordt rekening mee gehouden dat het dagelijkse aantal zal groeien tot vijftigduizend als de burgeroorlog voortduurt, en niets wijst erop dat de strijd binnenkort zal worden gestaakt. Stel je voor dat zulke aantallen uit Duitsland of België in Nederland arriveren. Die theoretische vergelijking leert dat in het Midden-Oosten met andere maten wordt gemeten. Geen macht ter wereld denkt aan interventie in Syrië. Aan het einde van zijn bezoek hielden Obama en koning Abdullah II een vriendschappelijke persconferentie. Jordanië krijgt van Amerika financiële steun en dat is dat.

Over het andere grote probleem in de regio, de Iraanse kernbom, mogelijk in een gevorderd stadium van aanbouw, is opvallend weinig gesproken. Wel heeft Obama nog eens verzekerd dat Israël en Amerika in een onverbrekelijke solidariteit verbonden blijven, maar in het openbaar is het daarbij gebleven. Niets over de Israëlische plannen om tot een preventieve aanval over te gaan als Iran tot meer dan 25 procent gevorderd is. Toch valt niet aan te nemen dat dit onderwerp onaangeroerd is gebleven. Misschien is deze stilte ook een aspect van Obama’s diplomatie. Al lang geleden, toen het onderwerp op de publieke agenda verscheen, heeft de Iraanse president Ahmadinejad verzekerd dat zo’n aanval het begin van een oorlog zou betekenen. We laten nu in het midden wie bij zo’n krachtmeting de winnaar zou zijn. Als de Iraanse leiders zo gek zouden zijn deze bom tegen Israël te gebruiken, zou dat het zekere einde van de Iraanse staat betekenen. In het andere geval, een preventieve Israëlische aanval, kunnen we op het uitbreken van de volgende oorlog in de regio rekenen. En zoals dat met oorlogen gaat: het verloop daarvan valt met geen mogelijkheid te voorspellen. Any war will surprise you, zei Eisenhower.

In de Koude Oorlog is de wederzijdse zelfvernietiging voorkomen doordat de twee supermachten geleidelijk het instituut van de topconferenties tot ontwikkeling hebben gebracht. Dat heeft gewerkt. Het is nu veel te vroeg om er iets over te kunnen voorspellen, maar heel misschien zou de diplomatie van Obama een ouverture kunnen zijn. Een betere oplossing is er in ieder geval nu niet.