KUNST Zichtbaar afwezig

Geslachte os/koe

Het Stedelijk Museum Amsterdam presenteerde vorige week in het Centraal Station van de stad Zichtbaar afwezig, een project om in afwachting van de heropening van het gebouw belangrijke werken uit de Stedelijk-collectie in de herinnering levend te houden. De taak is bedeeld aan studenten van de Rietveld Academie. Zij installeerden werken in de openbare ruimte die refereren aan topstukken uit de collectie, Newmans Who’s Afraid of Red Yellow and Blue III, Tinguely’s Gismo, Kienholz’ Beanery en nog zo wat.
De openbare ruimte is onverbiddelijk. Ik was ooit suppoost tijdens Century ’87, een tentoonstelling van tientallen werken her en der in Amsterdam, maar alleen omdat jongens als ik op een stoeltje zaten te suppoosten kregen passanten in de gaten dat er iets te zien was. De kunstwerken waren anders geruisloos in het stadsgewoel opgegaan. Kunstwerken in de buitenlucht (of in het café) moeten dus een robuuste presentatie hebben, anders verliezen ze de strijd met het rumoer, de reclameborden, het straatmeubilair en de tram. Dat gebeurt ook hier. De drie werken op het Centraal Station zijn vrijwel onzichtbaar. Je moet weten dat dat rode licht in de oostelijke doorgang iets met Newman te maken heeft, je moet maar net zien dat in de projectie op de raampjes van het seinwachtershuis op perron 14 een werk van Tinguely komt langsfietsen.
Een fijn stukje werk was de complete geslachte os (eigenlijk een koe, kniesoor), in de lengterichting doorgezaagd en uitgehangen in galerie Chiellerie op de Raamgracht. Hiermee verwezen de bedenkers, Maurits de Bruijn en Vincent Verhoef (afdeling Beeld en Taal) naar Le boeuf (1925), de geslachte os van Chaim Soutine, die weer reageerde op een oudere os van Rembrandt. Soutine had een schilderobsessie voor dat nog-enigszins-levende vlees, en hij behandelde, naar verluidt, het karkas om het zo lang mogelijk fris en rood en bloederig te houden. Dat vlees is verf geworden.
De os van De Bruijn en Verhoef is ook een os, en als ding, kleurrijk en imposant en dood in een witte ruimte, is het een mooie presentatie, maar die gaat meer over het slachthuis dan over de schilderkunst, en meer over ‘beeld en taal’ dan over materie, in het bijzonder verf. Als re-enactment van een moment tussen leven en dood komt het niet bij Soutine in de buurt. Geeft niks. Om redenen van hygiëne hing de koe er maar drie dagen. De Soutine zelf hangt tot 19 april in de Heilig Vuur-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk.
Het is aardig, dit Zichtbaar-project, maar het is mager. Dat kunnen de kunstenaars niet echt helpen. Het zijn studenten; je kunt misschien niet verwachten dat hun werk meteen al de aanwezigheid heeft om op drukke plekken de aandacht te trekken, om nog te zwijgen van het soort gravitas die zo’n reflectie op een groot werk uit de kunstgeschiedenis vergt. Het blijft nu bij zachte echo’s, meer niet.
De portee is pijnlijk: het Stedelijk ís niet zichtbaar, te lang al niet meer, de herinnering aan de omgang met die werken is echt aan het vervagen. De tentoonstelling in de Nieuwe Kerk is geen remedie. Schiet eens op met dat gebouw, verdorie.

Stedelijk in de Stad: Zichtbaar afwezig. Amsterdam, t/m 5 april; www.stedelijkindestad.nl. Het project krijgt vanaf 13 mei en in het najaar een vervolg