H.J.A. Hofland

Geslepen messen

We zijn te zachtaardig geweest voor onze vijanden, te humanitair, we vertrouwen te veel op het goede in de mens, we zijn opbouwwerkers geworden, we beseffen niet meer wat het is soldaat te zijn, we weten niet meer wat een echte oorlog is. We moeten weer trots op ons leger worden, een goed precisiebombardement weten te waarderen, er niet een geheim plezier in hebben als onze militairen van martelingen worden beschuldigd, we moeten beseffen dat het islamofascisme onze doodsvijand is. Een humanitaire interventie is een decadente manier van oorlog voeren. Laten we beseffen dat Slobo Milosevic vergeleken bij Saddam Hoessein een kabouter was. Het Westen heeft weer een oorlogsmoraal nodig.

Ik geef een paar citaten uit recente artikelen en columns in Elsevier, NRC Handelsblad, de International Herald Tribune, de Volkskrant. Ik noem geen namen, het gaat om de strekking. Hier zijn de radicalen aan het woord. Ze zien de vijand als een reusachtige monoliet. Ze willen niet met hem praten, tenzij over onvoorwaardelijke capitulatie. Diplomatie komt niet in hun woordenboek voor. De enige manier om zelf te overleven bestaat hierin dat ze de geweldige tegenstander reddeloos kapot maken. Daarom moeten de eigen gelederen gezuiverd worden van de aarzelaars en de twijfelaars. Dat gezelschap van wankelmoedigen kan de eindoverwinning alleen maar vertragen.

Het is geen nieuw conflict. In het begin van de Koude Oorlog ontdekte senator Joseph McCarthy dat het in het State Department wemelde van ‘card carrying communists’. Iedereen die ‘soft on communism’ was, werd als een potentiële verrader aangemerkt. De Sovjet-Unie is door McCarthy niet verzwakt. De Koude Oorlog heeft veertig jaar geduurd.

Heeft de Koude Oorlog enige overeenkomst met de strijd waarin het Westen nu is verwikkeld? Vrijwel niet. De tegenstander heeft geen centraal commando, er is geen economische en wetenschappelijke wedijver, er zijn geen geweldige legers aan weerszijden van een demarcatielijn, er is geen bewapeningswedloop. Er is niets wat op een klassiek front lijkt. Het Westen vecht met geüniformeerde hypermodern uitgeruste strijdkrachten een guerrilla tegen godsdienstig gemotiveerde fanatici met alleen primitieve wapens.

In deze oorlog die, als we de gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979 als het begin beschouwen, nu tegen de dertig jaar duurt, gaat het ons niet voor de wind. Tot de aanvallen van 11 september 2001 verkeerden we nog in de veronderstelling dat we met ongecoördineerde incidenten te maken hadden. Daarna is het steeds duidelijker geworden dat het Westen wordt aangevallen door islamisten of islamofascisme of het fundamentalisme. Onzekerheid heeft zich van het Westen meester gemaakt.

De diepste oorzaak daarvan is dat we geen doelmatig antwoord hebben op de strijdwijze van de vijand. Onze strategie en tactiek deugen niet. En dat komt weer doordat ons opperbevel het verkeerd aanpakt. Daarover is in de afgelopen zes jaar een bibliotheek vol geschreven. Aan bewijzen van het gelijk der critici is geen gebrek. De ongeneeslijke puinhoop van Irak, de onoplosbaarheid van Afghanistan, de permanente zweer van het conflict tussen Israël en Palestina, de tersluikse onbetrouwbaarheid van bondgenoot Pakistan. Om bij de hoofdzaken te blijven. Al die vraagstukken zijn sinds 11 september voor het Westen aanzienlijk ernstiger geworden. Waardoor? De diepste oorzaken daarvan zijn dat de grote opperbevelhebber in Washington eerst verkeerde prioriteiten heeft gesteld, daarna de aard van de problemen heeft miskend, bijgevolg de verkeerde remedie heeft toegepast, daar niets van heeft geleerd en, ja, als een ezel op de ingeslagen weg verder gaat.

Tot onze vechtersbazen die ik hierboven citeerde, is nog niet doorgedrongen dat we in het Midden-Oosten en Afghanistan op een catastrofaal verkeerde weg zijn. Vier jaar democratisering van Irak heeft een burgeroorlog veroorzaakt en misschien zijn er honderdduizend burgerslachtoffers, of meer of minder. Niemand telt de doden. In Afghanistan bloeit de papaverteelt als nooit tevoren. De Amerikanen en de Navo verweren zich tegen de herboren Taliban. President Karzai vraagt of zijn bondgenoten daarbij wat minder burgers willen doden.

Komende maand moet het kabinet beslissen over verlenging van de missie in Afghanistan. De neoconservatieve neigingen van premier Balkenende en de ministers Verhagen en Van Middelkoop doen vermoeden dat ze op een verlenging aansturen. Het tromgeroffel is al duidelijk te horen. Onder dit Amerikaanse opperbevel met Navo-steun zullen de Nederlanders verder medeplichtig zijn aan een verergering van de ramp in wording. Dat heeft niets met ‘oorlogsmoraal’ te maken. Raadpleeg zes jaar geschiedenis, bestudeer de strategie van Bush. In de Eerste Wereldoorlog werden de soldaten kanonnenvlees genoemd. Haal deze missie terug. Als in Washington een nieuwe opperbevelhebber is verschenen, zien we verder.