Gesloopt, stil en nadenkend

Het boek Menuet van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon verscheen in 1955 en ademt de sfeer van dat decennium, waarin de pijn uit de jaren veertig verborgen ging achter wederopbouwschijnvrolijkheid en voorts werd bestreden met karrevrachten aspirines. (Wie de verwoestende uitwerking daarvan nog eens wil terugzien, moet de film Die sehnsucht der Veronika Voss van Fassbinder uit de videotheek halen.)

In Menuet spreken een man en een vrouw in de kracht van hun leven en een dertienjarig meisje tot ons. De vrouw is de vleesgeworden triestheid van de jaren vijftig. Met een aan waanzin grenzende energie probeert ze het vooruitgangsdenken in stand te houden. In huis verdelgt ze viezigheid, buitenshuis wiedt ze onkruid.
Om haar nut voor de samenleving te onderstrepen, begint ze een eenvrouwsbedrijf in kinderkleding. Voor het huishoudelijk werk neemt ze een meisje in dienst. Dat meisje van dertien doet alles wat de vrouw zichzelf verboden heeft. Ze maakt veel huisraad kapot en aanschouwt met een belangstellende blik haar ontluikende seksualiteit.
Tussen hen in staat de man. Hij werkt overdag in de vrieskelders van een brouwerij, waar hij - afgesloten van de wereld die hij veracht en met afgrijzen beziet - veel nadenkt. De rabiate ordeningsbehoefte van zijn vrouw is hem een gruwel. In zijn vrije tijd knipt hij op zijn zolderkamertje berichten uit de krant die allemaal gaan over wat er met mensen gebeurt wanneer ze de natuurlijke neiging tot chaos en geweld de vrije loop laten. Wanneer binnen dit trio en hun ‘langzame dans vol afgemeten, statige bewegingen’ (Van Dales omschrijving voor 'menuet’) iemand ontspoort (natuurlijk de vrouw), slaat alles in hun bestaan fataal op hol.
Menuet, in 1982 door Lily Rademakers verfilmd, is nu voor het theater bewerkt door Tom Blokdijk, die de monologen van de drie figuren effectief door elkaar heen monteerde. De voorstelling van Hollandia (regie: Johan Simons) vindt plaats op een enorm podium dat door Leo de Nijs en Elian Smits is gebouwd in een hal van de Bruynzeelfabriek in Zaandam, een voorbeeld van industriële archeologie uit de wederopbouwjaren. In de loop van de lange avond valt de duisternis en worden door de hoge ramen de feëeriek verlichte bijgebouwen op dit Zaanse fabrieksterrein zichtbaar - een romantisch beeld, dat fel contrasteert met de geleidelijk aan ineenstortende harmonie, de ingehouden razernij tussen de man (Peter Paul Muller), de vrouw (Elsie de Brauw) en het kind (Frieda Pittoors). Je maakt het maar zelden zo intens mee dat een aanvankelijk bijna nonchalant neergezette kleinburgerlijke truttigheid in een relatief kort tijdsbestek omslaat in een etterende wond van frustraties en machteloosheid.
De verantwoordelijkheid voor verbazing, voor emoties, voor compassie ook met deze verknipte mensen, wordt geheel bij het publiek gelegd. De acteurs spelen namelijk nauwelijks, ze tonen eerder, ze delen ons hun fantasieën mede, alsof ze verslag doen van een verkeersongeluk dat zich zojuist voor hun ogen heeft afgespeeld. Muller, De Brauw en Pittoors irriteerden me in het begin, brachten me zelfs in een staat van verveling - om vervolgens genadeloos toe te slaan. Het is alsof ze de verdrietige levensgeschiedenis van de drie 'dansers’ in dit 'menuet’ eerst aan gruzelementen hebben gegooid om ons vervolgens met de scherven te confronteren.
Het tergende geluidsdecor dat componist Peter van Bergen bij dit relaas van desintegratie heeft ontworpen, werkt op dezelfde wijze als het spel: eerst irriteren de enge klappen en dreunen door hun gewilde kunstmatigheid, maar geleidelijk aan zijn ze de perfecte ondersteuning om de toeschouwer het verhaal binnen te zuigen.
Ik was na afloop van de ruim twee uur durende gebeurtenis volledig gesloopt en stil en nadenkend. De stemmen uit Menuet galmden nog lang na - de voorstelling is met veel liefde gemaakt en liefde blijft je bij. Ook omdat er een fantasievolle afdruk werd getoond van het 'landschap’ waarin mijn kindertijd zich afspeelde. Als alles goed gaat, wordt Menuet in het komend najaar hernomen. Zodat we deze herfst eerst opnieuw de afloop van een gruwelijke oorlog kunnen zien (Euripides’ Trojaanse vrouwen, een co-produktie van Het Zuidelijk Toneel en veel Hollandia-acteurs) en daarna in Menuet de grauwe tijden die daarop volgden.