Schuldhulp voor zzp’ers

Gesloten loketjes

Mensen met een vaste baan of uitkering die in de schulden raken hebben recht op schuldhulp van de gemeente. Maar voor zelfstandig ondernemers in nood is de regelgeving soms een gekmakende warboel.

Het is een herfstnacht als zzp’er Kees door Schiphol kuiert. In zijn ene hand een aktetas, in zijn andere een koffie van Starbucks. In donker colbert is hij nauwelijks te onderscheiden van de zakenreizigers. Alleen zijn slenterende tred wijkt af. Zijn geheim: hij heeft geen vlucht om te halen en geen bed om in te slapen.

Een plan heeft Kees wel. Zo meteen zakt hij onderuit in een nachttrein naar Utrecht. Daar keert hij om en reist met de nachttrein via Schiphol terug naar ‘huis’. Naar Den Haag. Door het uurtje slenteren op Schiphol is hij de hele nacht onder dak, heeft hij uitgevogeld.

Overdag opent Kees met dezelfde aktetas bij de hand vergaderingen, in hetzelfde colbert gaat hij naar lunchbesprekingen. Kees heeft een carrière achter de rug van tientallen jaren als prominent ambtenaar op landelijk en gemeentelijk niveau. In een Haagse sociëteit vertelt hij grijnzend over zijn fiscale handigheidjes en ‘holding bv’s’. Aan ministers refereert hij met hun voornaam, ‘want op dat niveau zit je toch’. Maar aan het einde van het gesprek vraagt hij vriendelijk of de journalisten zijn espresso willen afrekenen.

Zijn ambtelijke ervaring en netwerk helpen de zestiger niet als hij in 2016 verstrikt raakt in een bureaucratisch web. Dat begint wanneer hij als zzp’er zijn schulden wil wegwerken met hulp van de gemeente. Nutsbedrijven dreigen met het afsluiten van zijn energie en water en zijn bank, Van Lanschot, eist op korte termijn de verkoop van zijn herenhuis. Het is een dieptepunt in tien jaar financiële problemen die beginnen na het stuklopen van zijn relatie. Langzaam groeit de berg onbetaalde privérekeningen tot een schuld van meer dan twee ton. Dat heeft ook invloed op zijn onderneming. ‘In mijn wereld kost acquisitie geld: lunches, diners, tripjes naar het buitenland. Langzaam verloor ik mijn netwerk, je glijdt af.’

Wie in Nederland een baan of uitkering heeft en in de schulden verzeild raakt, heeft recht op schuldhulp van de gemeente. Maar voor Kees en bijna 1,2 miljoen andere Nederlanders met een eenmanszaak als voornaamste inkomstenbron is dat niet vanzelfsprekend. Zij zijn het slachtoffer van tegenstrijdige regels en willekeur. Grote gemeenten weigeren hen vaker wel dan niet aan het schuldhulploket, blijkt uit een inventarisatie voor De Groene Amsterdammer en de Volkskrant. 24 van de 44 grootste gemeenten van Nederland weren zzp’ers uit de gemeentelijke schuldhulp of betalen hooguit voor een intake.

Die 24 gemeenten leiden zzp’ers met schulden om via een regeling die niet voor schulden bedoeld is, in de veronderstelling dat ze dan schuldhulp krijgen. Voor sommige zzp’ers werkt die omweg, voor andere niet. De bron van de problemen ligt in een tegenstrijdige wet uit 2012. Daarin staat dat gemeenten verplicht zijn zzp’ers met schulden te helpen, maar de toelichting op diezelfde wet sluit hen juist uit van schuldhulp. Uit beleidsstukken blijkt dat de grote gemeenten de regels naar eigen dunk interpreteren.

De wet gaat bovendien voorbij aan de fundamentele discussie over het verschil tussen zzp’er en particulier, een kwestie die ook speelt bij de vraag of kleine zelfstandigen op de leningmarkt niet evenveel juridische bescherming verdienen tegen woekeraars als particulieren. Schulden van zzp’ers beginnen vaak als privéschulden en privé en zakelijk lopen bij hen door elkaar. Veel zzp’ers zijn verkapte werknemers die hun werk liever als werknemer zouden doen, maar die kans niet krijgen. Veel van hen hebben niet eens een zakelijke bankrekening en hun schuldeisers zijn praktisch dezelfde als bij een particulier. In een kritisch rapport over schuldhulpverlening stelde de Nationale Ombudsman vorig jaar dan ook de retorische vraag: ‘In hoeverre verschilt de status van zelfstandige – zeker wanneer het gaat om een zelfstandige zonder personeel – van die van “gewone” burgers?’

Aan de balie van zijn gemeente komt ook Kees in aanraking met willekeur. Hij klopt aan als hij dakloos dreigt te worden door gedwongen verkoop van zijn herenhuis. De ambtenaren verwijzen hem direct naar het loket voor ondernemersbijstand, het zogeheten bbz, besluit bijstandverlening zelfstandigen, bedoeld voor ondernemers met een tijdelijk gebrek aan inkomen.

Daar vraagt hij om een paar maanden leefgeld en een lening van tienduizend euro voor een nieuw bedrijfsplan. In de twee gesprekken die volgen ontdekt hij dat de ambtenaar tegenover hem zijn bedrijfsplan maar ingewikkeld vindt. ‘Normaal krijgen we hier mensen die een taxibedrijf of kapsalon willen oprichten’, krijgt hij te horen. Met een verontrust gevoel vertrekt hij uit het gemeentehuis. Zijn voorgevoel komt uit: de gemeente wijst zijn aanvraag af omdat de ambtenaren twijfelen aan het ondernemerschap. Dat pikt Kees niet en hij begint een nog altijd lopend juridisch geschil. Met hulp van externe deskundigen toont hij aan dat zijn ondernemingsplan wel degelijk haalbaar is. Maar in de tussentijd keert de gemeente hem geen leefgeld uit.

Als plan B vraagt Kees in september 2016 bijstand voor particulieren en schuldhulpverlening aan. Maar ook daar wijst de gemeente hem af. De argumentatie: hij is zelfstandig ondernemer. En zelfstandig ondernemers kunnen terecht bij de ondernemersbijstand. Tussen deze bureaucratische procedures door raakt Kees dakloos. In augustus verkoopt hij zijn huis met een restschuld van twee ton. Hij slaapt bij vrienden, in parken, treinen en op het strand. Geheel nieuwe ervaringen voor de hoge ambtenaar: ‘Je leert binnensneaken bij een hotel voor een buffet. Hoe je moet zwartrijden in het openbaar vervoer. Wat grijsrijden is: uitchecken en daarna uren blijven zitten.’ Maar ook geestelijk gaat het dan bergafwaarts. Bij een ggz-spreekuur krijgt Kees te horen dat hij zichzelf kwijt aan het raken is. Men vreest dat hij suïcidaal is. Er valt een woord waar hij van schrikt: ‘levensbedreigend’.

Wat de gemeente met Kees doet, mag niet. Zzp’ers weren uit de schuldhulp is niet toegestaan, heeft staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken meerdere keren gesteld. In oktober nog schreef ze in antwoord op Kamervragen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor schuldhulpverlening aan al hun inwoners, dus ook aan zzp’ers. In de woorden van de staatssecretaris: ‘Ik verwacht van gemeenten dat zij de toegang tot schuldhulpverlening voor zelfstandigen op korte termijn verbeteren.’

De gemeenten blijken echter hardhorend, want het is niet de eerste keer dat de staatssecretaris van Sociale Zaken ze moet manen de poorten tot schuldhulp te openen. In juni beloofde Van Ark de Tweede Kamer per brief gemeenten te zullen herinneren aan schuldhulpverlening voor zzp’ers. In 2017 verstuurde haar voorganger Jetta Klijnsma ook al zo’n brief. Twee jaar eerder riep Klijnsma gemeenten op tot exact hetzelfde: schuldhulp voor iedereen, ook voor zzp’ers.

Het dicht blijven van de schuldhulpdeuren lijkt niet zozeer onwil als wel onkunde. Een ongelukkige formulering in de wet heeft bij gemeenten een misverstand doen wortelen. Ze denken dat ze door het aanbieden van ondernemersbijstand voldaan hebben aan schuldhulp voor zzp’ers, terwijl dat toch echt iets anders is. ‘Dat is een kredietvoorziening, geen schuldhulp. ing helpt ook niet je schulden te regelen’, zegt Jacqueline Zuidweg van Zuidweg & Partners, veruit de grootste schuldhulpverlener voor ondernemers.

Het misverstand heeft grote gevolgen. Gemeentelijke ambtenaren wijzen een aanzienlijk deel van de zzp’ers af op randvoorwaarden, terwijl ze wel voor schuldhulp in aanmerking zouden komen. Hoeveel schuldhulp behoevende zzp’ers daardoor gespeend blijven van schuldhulp weten gemeenten en ministerie niet precies. Maar in een testprocedure op ondernemerswebsite 155.nl wordt 38 procent van de proefaanvragen afgewezen op randvoorwaarden.

Dat gemeenten het verschil tussen ondernemersbijstand en schuldhulp niet begrijpen is af te lezen uit beleidsstukken van de 24 zzp-weigeraars. Iets meer dan de helft van de gemeenten vertelt zzp’ers dat ze niet in aanmerking komen voor schuldhulp en stuurt ze door naar het loket van de ondernemersbijstand. De rest vertelt zzp’ers juist dat ze wel in aanmerking komen voor schuldhulp, om ze vervolgens door te sturen naar exact hetzelfde loket.

Maar ook de twintig grote gemeenten die zzp’ers niet per definitie weigeren, verstrekken niet allemaal de hulp die zzp’ers zouden moeten krijgen. Het Den Haag van Kees bijvoorbeeld heeft op papier de schuldhulp voor ondernemers goed geregeld. De praktijk is anders. ‘De afdeling schuldhulp voor ondernemers bestaat uit slechts twee mensen’, zegt Zuidweg. Aan het aantal ondernemers dat Den Haag helpt, leest ze af dat de gemeente lang niet alle zzp’ers met schulden bereikt. Hoe ze dat zo zeker weet? ‘Vanuit een data-analyse. En we krijgen ze bijna dagelijks aan de telefoon.’

De gemeente Den Haag wil niet op het verhaal van Kees reageren uit privacyoverwegingen, maar stelt dat de casus in elk geval niet staat voor een breder probleem. De gemeente erkent wel ‘een grote werkvoorraad’ te hebben en ‘drie tot vier medewerkers’ om die achterstand weg te werken. Een ondernemer die geen ondernemersbijstand kan krijgen moet een keuze maken, vindt de gemeente. Men kan ook het bedrijf opzeggen en de bijstand in gaan.

In de Nederlandse schuldhulpverlening voor ondernemers gaapt een kloof tussen vraag en aanbod. 131.000 kleine ondernemers hebben problematische schulden, blijkt uit een doorrekening van het klantenbestand van Zuidweg & Partners, de enige partij met min of meer landelijke cijfers. Zuidwegs bedrijf verleent schuldhulp in 116 gemeenten door het hele land. Het aantal zzp’ers dat daadwerkelijk schuldhulp krijgt, is vele malen lager. De leden van branchevereniging voor schuldhulpverleners nvvk hielpen in 2017 slechts 2100 ondernemers. De vereniging maakt zich dan ook ‘toenemend zorgen’ om zzp’ers in de schulden, schrijft ze in haar jaarverslag.

In een Amsterdams bestuurszaaltje vuurt Jacqueline Zuidweg argumenten af op acht gemeentelijke ambtenaren. Het is december 1996 en Zuidweg pioniert nu twee jaar in de schuldhulp aan ondernemers. Ze hoopt de gemeente zo ver te krijgen nieuwe klanten naar haar door te verwijzen. De teamleider van Amsterdam is onder de indruk en belooft haar 65 ondernemers per jaar. Een unicum: voor het eerst dringt het bij een gemeente door dat schuldhulp óók voor ondernemers nodig is, want in die tijd is die in Nederland alleen beschikbaar voor particulieren.

Ruim twee decennia later huist Zuidweg met zeventig man personeel in een bedrijfsvilla in Hilversum, maar komt het werk van de oprichter inhoudelijk nog verdacht overeen met de jaren negentig. Ze sleurt, trekt en lobbyt bij gemeenten die zzp’ers niet of nauwelijks schuldhulp bieden. Haar commerciële belang daarbij helpt niet, erkent ze aan de marmeren tafel in de salon. ‘Misschien was het slimmer geweest als ik een stichting was begonnen. In principe zijn we immers een sociale onderneming.’

Niet veranderd is ook de houding van veel gemeenten ten opzichte van zzp’ers in de problemen. Zeker, er zijn voorbeelden van gemeenten die schuldhulp aan zzp’ers serieus nemen. Experts roemen Amsterdam en het samenwerkingsverband van Flevolandse gemeenten. ‘Het is zowel sociaal als economisch niet handig als het luikje voor ondernemers dicht gaat. De ondernemer duikt weer op aan de andere kant, bij de bijstand’, zegt Jannie van den Berg, oprichter en manager van het Zelfstandigenloket Flevoland (zlf). In die provincie kunnen alle zzp’ers met hun financiële problemen bij dat loket terecht.

‘Ik vroeg de gemeente om een krediet van tienduizend euro om mijn bedrijf op de rit te krijgen. Mijn zaak heeft de overheid nu 120.000 euro gekost aan uren van ambtenaren en rechters’

Een van de grootste problemen is volgens Van den Berg dat gemeenten schuldhulp en ondernemersbijstand voor ondernemers te weinig promoten. ‘Gemeenten moeten de regeling bekender maken en ervoor zorgen dat de schuldhulp voor de ondernemer kosteloos is.’ Maar vaak zien gemeenten hun zzp’ers als ondernemers die zelf de winst opstrijken en dus ook de verliezen moeten kunnen dragen. Soms staat dat expliciet in de regelgeving. Den Bosch en Eindhoven weigeren de eenmanszaken bijvoorbeeld aan het schuldhulploket, omdat de gemeenten bang zijn oneerlijke concurrentie te scheppen en onrendabele bedrijven overeind te houden. Den Bosch laat in een reactie weten dat de beleidsregels niet meer kloppen met het gevoerde beleid, in Eindhoven liep vorig jaar een pilot met betaalde schuldhulp voor zzp’ers.

Het gros van de zzp’ers in geldnood bestaat helemaal niet uit gehaaide ondernemers die te grote bedrijfsrisico’s hebben genomen, zegt Zuidweg. In veruit de meeste gevallen verkeren ze volgens haar in de schulden door een scheiding, ziekte of een huis dat onder water staat. Net als bij particulieren. Dat zzp’ers op particulieren lijken, leert ook een blik op de lijst met meest voorkomende schuldeisers in het klantenbestand van Zuidweg. Die lijkt een kopie van de lijst die de nvvk voor schuldeisers van particulieren bijhoudt. Op eenzame afstand staat de Belastingdienst. Daarna volgen zorgverzekeraars, die bij Zuidweg plek twee, drie en vier bezet houden. Gemeentelijke belastingen en boetes van het cjib staan in beide lijstjes ook hoog.

Sjon loopt nog maar eens een rondje met de golden retriever. Zijn hoofd loopt over van de zorgen. Sjons privéschulden achtervolgen de beheerder van online systemen zoals ‘Mijn overheid’ al tientallen jaren. Ze stammen uit de tijd voor hij uit noodzaak voor zichzelf begon na een reorganisatie. Een te makkelijk gekregen dsb-hypotheek en het financieel ondersteunen van een blut familielid mondden uit in torenhoge hypotheeklasten plus een belastingschuld van 120.000 euro. Een periode van drieënhalve maand zonder opdrachten maakte de gezinsfinanciën tot een acuut probleem.

Winst uit bijstand

Naast de moeilijkheden van zzp’ers om ondernemersbijstand (bbz) te krijgen, kent de regeling voor ondernemers in geldnood zijn eigen drempels. Zo was het voor gemeenten de afgelopen jaren lucratief om weinig krediet te verstrekken door een ingebouwde financiële prikkel. Vanaf 2013 mochten gemeenten inkomsten uit rente en aflossing boven een bepaalde grens zelf houden. Tekorten door kwijtscheldingen moesten ze zelf ophoesten.

Gemeenten die geen risico wilden lopen deden er daarom goed aan weinig kredietaanvragen goed te keuren, tot onvrede van bbz-adviseurs. De zuinigheid raakte ook de schuldhulpverlening, die ondernemers vaak via zo’n krediet financieren. Dat de regeling niet het gewenste effect had ziet inmiddels ook staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken. Per 1 januari is de financiële prikkel buiten werking gesteld.

Of gemeenten hun zzp’ers nu wel weer durven bijstaan is de vraag, want de ondernemersbijstand staat onder druk. Begin deze maand publiceerde de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) een vernietigend rapport over het functioneren van de regeling. Met name bij zelfstandigen met een al langer bestaand bedrijf zijn de effecten twijfelachtig, schrijven de onderzoekers. Ontvangers van ondernemersbijstand stoppen eerder met hun bedrijf dan vergelijkbare zelfstandigen in een controlegroep. Als mogelijke oplossing draagt het onderzoeksbureau aan dat gemeenten selectiever zouden kunnen zijn in hun toelatingsbeleid. Oftewel: minder zzp’ers helpen.

Begin vorig jaar eist de Belastingdienst na langdurige coulance ineens zijn gehele betaalachterstand op. Dat geld heeft hij niet, dus wendt Sjon zich tot de gemeente Dordrecht voor schuldhulp voor ondernemers. Hij belandt bij het loket voor de ondernemersbijstand voor een lening. ‘Het idee was om met dat geld de Belastingdienst te betalen en dan de gemeente in tien jaar af te betalen.’ Met een maandelijkse omzet van twaalfduizend euro moet dat zonder verdere tegenvallers haalbaar zijn, denkt hij.

Maar nog voor de gemeente Sjons plan inhoudelijk doorlicht, staat hij al weer buiten. Hij komt niet in aanmerking voor schuldhulp, omdat het gezin boven de inkomenseis van de ondernemersbijstand uit komt. Zijn vrouw verdient per maand 4,86 euro te veel. ‘Ze was net van 32 naar 36 uur in de week gegaan, zodat we iets meer geld zouden hebben.’

Zijn casus legt een andere weeffout bloot. De gemeente verwijst hem naar de ondernemersbijstand, maar die is helemaal niet bedoeld voor het oplossen van schulden. Ondernemersbijstand is ontstaan vanuit het idee dat ook minder succesvolle ondernemers boodschappen moeten kunnen doen. Alleen huishoudens met een inkomen beneden bijstandsniveau komen zo in aanmerking. Gemeenten hebben zich echter de reflex aangeleerd om alle ondernemers in geldzorgen te voorzien van ondernemersbijstand, daartoe aangemoedigd door de staatssecretaris van Sociale Zaken. Schuldhulp krijgen ze dan via een omweg: met het zogeheten bbz-krediet kopen zzp’ers schuldhulpverlening in.

Bij het verworden van de omweg tot hoofdweg valt een hele groep buiten de boot: ondernemers met een redelijk verdienende partner. Zij hebben schuldhulp nodig, maar voldoen niet aan de eisen van de oorspronkelijke doelgroep. Ook ondernemers met een te hoog vermogen – in de praktijk meestal een eigen huis – vallen in die categorie.

Hoeveel ondernemers als Sjon er zijn is niet bekend. Een deze maand verschenen onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken bevat wel cijfers over het aantal afwijzingen van ondernemersbijstand, maar daarin ontbreekt een belangrijke groep. Gemeentelijke ambtenaren doen aan voorselectie, laat het rapport zien. Ze ontmoedigen zzp’ers en andere ondernemers een bij voorbaat kansloze aanvraag te doen. Dat scheelt bureaucratie, maar houdt ook het probleem uit zicht.

De cijfers van ondernemerswebsite 155.nl zijn daarom veelzeggend. Tienduizend ondernemers testten op die site of ze in aanmerking komen voor ondernemersbijstand. Het systeem wees 38 procent van hen af op randvoorwaarden. ‘Het merendeel vanwege het inkomen van de partner’, zegt bestuursvoorzitter Han Dieperink van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (imk), initiatiefnemer van de website. De koppeling van ondernemersbijstand aan inkomen vindt hij niet logisch. ‘Als jij een kroeg hebt, zegt het inkomen van je partner niet zo veel over de levensvatbaarheid van je bedrijf.’

Sjon valt volgens de gemeente Dordrecht trouwens niet tussen regelingen in. Voor zzp’ers die niet bij de ondernemersbijstand terecht kunnen heeft de gemeente wel degelijk een alternatieve route via buurgemeente Rotterdam, laat de woordvoerder weten. Sjon heeft van die route echter nog nooit gehoord. In de afwijzingsbrief schrijft de gemeente er ook niets over. Hij probeert zijn problemen voorlopig op eigen kracht op te lossen. Met zijn relatief hoge inkomen lukt het hem om – in termijnen – zelf voor schuldhulpverlening te betalen. Met die hulp onderhandelt hij met de Belastingdienst en zoekt hij naar alternatief krediet. Lukt het niet, dan zit er ondanks zijn goedlopende bedrijf maar één ding op: uitschrijven en bijstand aanvragen.

Hoe het mogelijk is dat gemeenten maar niet willen luisteren naar publieke aansporingen om de schuldhulppoort eindelijk eens open te zetten? En dat ze schuldhulp voor zzp’ers verstoppen in een regeling die daar niet voor is bedoeld? Uitgerekend de staatssecretaris van Sociale Zaken, verstuurder van de vermanende brieven, is de veroorzaker van de warboel.

De verwarring valt terug te brengen tot één noodlottige wet uit 2012: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (wgs). Daarin spreekt toenmalig staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken zichzelf keihard tegen. De wettekst dicteert dat gemeenten geen groepen mogen uitsluiten: ieder zogeheten natuurlijk persoon – dus ook een zzp’er – is welkom in de schuldhulp. Maar in de toelichting sluit Klijnsma die groep juist uit: ‘De regering is van mening dat gemeentelijke schuldhulpverlening niet toegankelijk kan zijn voor zelfstandigen met een nog functionerende onderneming.’

Al snel realiseert de staatssecretaris zich dat de toelichting op de wet verwarrend is. Vermanende brieven naar gemeenten en publieke aansporingen volgen, maar bij het vaststellen van nieuwe beleidsregels bladeren gemeenten graag terug naar de oorspronkelijke wettekst. Utrecht haalde in 2016 de toelichting op de wet aan om zzp’ers uit te sluiten, Alkmaar weert zzp’ers een jaar later ‘in de geest van de wet’. Vorig jaar bevestigde Schiedam nog maar eens dat het zelfstandigen de komende jaren blijft uitsluiten van schuldhulp.

Ook het vastgeroeste idee dat ondernemersbijstand gelijk is aan schuldhulp is terug te voeren tot de wet van 2012. Zelfstandigen kunnen schulden herfinancieren met ondernemersbijstand, schrijft Klijnsma. ‘Schuldhulpverlening vanwege problematische schulden is dan niet meer aan de orde.’ Dat ze met die zin zzp’ers als Sjon uitsluit, beseft Klijnsma. Ze heeft er alleen geen boodschap aan. Zzp’ers met een te veel verdienende partner moeten hun eventuele bloeiende eenmanszaak stopzetten en zich uitschrijven bij de Kamer van Koophandel, schrijft ze.

Ook de huidige staatssecretaris lijkt vrede te hebben met het buitensluiten van die groep. In antwoord op Kamervragen herhaalde Van Ark afgelopen juni de redenering uit 2012: zzp’ers in de schulden kunnen terecht in de ondernemersbijstand, of anders hun bedrijf opdoeken. Dat een groep strandt op randvoorwaarden, negeert ze. In een reactie op dit artikel laat Van Ark weten dat ze gemeenten oproept de toegang tot schuldhulp te vergemakkelijken. Maar ook ondernemers moeten van haar eerder aan de bel te trekken.

Voormalig topambtenaar Kees verblijft op het kantoortje van zijn inmiddels opgestarte nieuwe bedrijf. Met dank aan de rechter heeft hij weer een bescheiden inkomen. De treuzelende gemeente Den Haag moet hem zo’n negenhonderd euro per maand overmaken tot besloten is of Kees wel of geen ondernemersbijstand krijgt. Opgeven doet hij niet, al is het leven er met 220.000 euro aan schuld niet leuker op geworden. ‘Ik kan niet meer mee naar theater, naar ballet en ik moet niet denken aan een vriendin nu.’ Zijn hoop heeft hij gevestigd op de rechter en een handvol procedures. In zijn lange carrière heeft hij de nodige juridische kennis opgedaan, en indien nodig springt een bevriende topadvocaat bij.

Als hij wint zal hij een van de weinige zzp’ers zijn die zijn gemeente terechtwijst, maar zal dat een bitterzoete overwinning zijn. ‘Ik vroeg de gemeente om een krediet van tienduizend euro om mijn bedrijf op de rit te krijgen. Mijn zaak heeft de overheid nu 120.000 euro gekost aan uren van ambtenaren en rechters.’ Desnoods is er een plan B: ‘verhuizen’ naar een meer toeschietelijke gemeente, waar hij met behoud van nering wel schuldhulp kan krijgen.

Waarom kiest hij niet voor de simpelste oplossing, waar het hele schuldhulpsysteem op ingericht lijkt? Hij kan zich ook uitschrijven bij de Kamer van Koophandel en stoppen met het ondernemerschap. Dat is zijn koppigheid, legt hij uit. Hij wilde vasthouden aan een fiscaal foefje. Het transport van een oud verlies naar zijn nieuwe zaak zou zijn eerste tachtigduizend euro omzet vrijstellen van belasting. Dat wil zeggen: zolang zijn bedrijf nog zou bestaan. Maar misschien was wettelijke schuldsanering achteraf inderdaad makkelijker geweest. Je verlies nemen, het bedrijf opzeggen en op kosten van de samenleving de schuldsanering in. ‘Je krijgt dan meer inkomen en de gemeente moet een huis voor je regelen. Ik ben 31 maanden in deze situatie doorgekomen. Dan moet drie jaar schuldsanering ook te doen zijn.’

Research werkbeurs Fonds 1877

Deze publicatie komt voort uit een werkbeurs die Fonds 1877 beschikbaar heeft gesteld om tot een half jaar journalistiek onderzoek te kunnen doen. Het is het tweede deel van een tweeluik; het eerste, over online bedrijfskrediet, stond in De Groene van 13 december 2018.

Fonds 1877 is begin 2016 opgezet met geld van de Hartwig Foundation en donaties van lezers van De Groene Amsterdammer. Sindsdien financierde het fonds al meer dan tachtig journalistieke projecten met bijbehorende publicaties in De Groene en bij dagbladen en op radio en televisie.

De resultaten van de drie andere grants worden de komende maanden gepubliceerd.