ERIK MENKVELD, HET GROTE ZWIJGEN

Gesofisticeerd milieu

Erik Menkveld, gelauwerd dichter, en nu ook romancier, bewijst in zijn debuutroman Het grote zwijgen allesbehalve een beginneling te zijn. Bij hem geen ontsporende zinnen, geen krukkige mooischrijverij of een beperkt idioom, maar een rijk taalgevoel en een fijn oor voor ritme. Dit is een bekwame literator met een bezonken poëtica. En toch is uit al deze kunde maar een matig geslaagd boek voortgekomen.
Het grote zwijgen is de verliteratuurde weergave van de vriendschap tussen de componisten Alphons Diepenbrock en Matthijs Vermeulen, twee grootheden die elkaar begin twintigste eeuw vonden in hun compromisloze opvattingen over wat juist en waar is in de klassieke muziek. De twintiger Vermeulen valt de oudere Diepenbrock op als eerstgenoemde een lyrische bespreking schrijft over Diepenbrocks muziekcompositie bij het blijspel Marsyas. De door Vermeulen hevig bewonderde Diepenbrock nodigt de jonge criticus uit voor een kennismaking en begint daarmee een vriendschap die aanvangt als een strikt formele leerling-meester-verhouding, maar langzaam uitgroeit tot een gelijkwaardig verbond.
Een groot deel van het boek wordt in beslag genomen door getheoretiseer over muziek en haar bestemming, die Diepenbrock stemmig formuleert als ‘de mens weer in contact brengen met zijn goddelijke oorsprong’. Menkveld neemt omstandig de ruimte om de fysieke en metafysische sensatie te beschrijven die de verschillende muziekstukken bij toehoorders teweegbrengt, en doet dat met zulk aanstekelijk plezier dat zelfs iemand als ik - die een levenlang op een dieet van hiphop en popmuziek heeft gestaan - de verheven aard van klassieke muziek kan navoelen. Dat is een mooie didactische meevaller, maar er schuilt ook een gevaar in zoveel opzichtig geëtaleerde verhevenheid, namelijk het gevaar om in tot het uiterste doorgevoerde verfijning te vervallen. Het duidelijkst wordt dit in de keurig aangeharkte dialogen waardoor personages soms worden teruggebracht tot doorzichtige sjablonen door wie de klinkende ideeën over muziek worden overgebracht. Het geeft de gesproken taal in dit boek een artificiële schijn, die wellicht verklaard kan worden uit het feit dat Menkveld veel uit secundaire literatuur (briefwisselingen, essays, biografieën) heeft geput. De gebeitelde zinnen geven misschien het best de strenge opvattingen van deze twee componisten weer, maar een uitgedachte formulering voor in een brief of krantenartikel klinkt in een spontaan gesprek al gauw mechanisch en als het opdreunen van een gememoriseerd lesje.
De stijve toon houdt ook stand in hun ideeën over de grote barbarij die de Eerste Wereldoorlog is. Ze voorvoelen allebei de gruwelen die het militaristische en oorlogszuchtige Duitsland door Europa zal verspreiden, en lijken daar oprecht tot in het diepst van hun wezen door geraakt, maar hun taal hierover weerspiegelt toch een vreemdsoortige distantie, alsof het amateurtoneelspelers zijn die uitdrukkingsloos een tekstrepetitie uitvoeren. Het maakt de tirades tegen Duitsland en de begeesterde opvattingen over de taak van muziek in oorlogstijd tot een krachteloos protest, terwijl een flinke, doorleefde schreeuw bedoeld is.
Enige lenigheid in toon en stijl zou misschien te vinden kunnen zijn in de paar liefdesgeschiedenissen die het boek telt. Het grote zwijgen opent met Diepenbrock als vreemdganger die een buitenechtelijke relatie heeft met zijn veel jongere muziekleerlinge Jo. Het kindmeisje Jo woelt zijn verstorven zinnelijk leven om en doet passie in hem ontbranden die hij nooit heeft ervaren in zijn huwelijk met de degelijke, scherpzinnige, maar ook aseksuele Elsa. Het klinkt als een voorbode voor emotioneel spektakel, maar de omschrijving is helaas vuriger dan de uitwerking. De verhouding moet vast veel voor de middelbare Diepenbrock betekend hebben, maar als lezer denk je hier met een middelmatige amourette van doen te hebben. De tenenkrommende bevestiging van dit vermoeden dient zich aan in Bouquetreeks-achtige uitspattingen: 'Jo kijkt hem diep in de ogen. “Ik hou zoveel van je Fons. Het is elke dag weer een geluk voor me te weten dat jij bestaat en aan mij denkt. Ook al heb ik dan Joe en jij Elsa, en is dat ook goed zo, onze liefde zal bestaan zolang wij leven. Daar klamp ik mij aan vast.” Ze kussen elkaar lang en innig en dan fluistert hij dat ze haar tram niet moet missen.’
Ook Diepenbrocks vrouw Elsa gaat op zoek naar liefde buiten het echtelijk verbond en vindt die kortstondig bij huisvriend en Diepenbrocks zielsverwant Matthijs Vermeulen. Het is allemaal waar gebeurd, dit uit het boek laten zou een opmerkelijke omissie zijn geweest, maar dat maakt het nog niet vanzelfsprekend tot een geschiedenis die in een boek de onbeduidendheid ontstijgt. Het biedt je alleen het inzicht dat ook genieën zich wel eens een gênant slippertje veroorloven om de sleur te doorbreken.
Het duurt lang in het boek voordat zich een ontwikkeling aandient die dit statisch en tot vervelens toe gesofisticeerde milieu een werkelijk wrange ondertoon geeft. Zoals in elke leerling-meester-verhouding is vadermoord de onafwendbare uitkomst. De eerste dolkstoot levert Vermeulen in de vorm van een vernietigend artikel waarin hij Diepenbrocks verslappende maatschappelijke positie-inname als kunstenaar hekelt. De tweede dolkstoot is een symbolische ontmanning van Diepenbrock door het met zijn vrouw aan te leggen. De derde, definitieve dolkstoot ligt in Vermeulens groeiende besef dat Diepenbrock - zijn genie ten spijt - muzikaal geen aansluiting meer heeft weten te vinden met de moderne tijd. Het is de opmaat naar een navrant slot waarin Diepenbrock zijn leven overdenkt en concludeert dat dat heeft bestaan uit een reeks onvermijdelijke mislukkingen. Een duurzame vriendschap heeft hij nooit gekend, ware liefde is hij door eigen toedoen misgelopen en zijn verwezenlijkte ambities hebben hem nooit de voldoening gegeven die hij ervan verlangde. Een pregnant inzicht. Alleen jammer dat zo'n soort passage niet eerder in het boek voorkomt, het had dit keurige proza beslist geen kwaad gedaan.

ERIK MENKVELD
HET GROTE ZWIJGEN
Van Oorschot,
387 blz., € 19,90