De werving van psychologische strijders

Gespleten-tongbrigades

Nog nooit waren ‹psychological operations› zo belangrijk voor een militaire veldtocht als nu bij de oorlog in Irak. Nieuwe «psy-ops»-agenten worden geworven tijdens rekruteringspicknicks, waar de psy-ops-geschiedenis langskomt in een verzameling onbesuisde plannen. Ian Urbina was bij een ervan aanwezig.

Fort Bragg, North Carolina — Nu de Amerikaanse krijgsmacht in alle delen van de wereld wordt ingezet, is er een enorme hausse in de vraag naar medewerkers in de psychologische oorlogvoering. Men is vooral kien op het rekruteren van outsiders met ervaring in of belangstelling voor het Midden-Oosten. Vandaar de met oorlogsverhalen — of eigenlijk psychologische thrillers — vergezeld gaande barbecues en picknicks. Psychologische strijders rekruteer je blijkbaar niet zómaar. Degenen die rekruteerden, wilden niet dat hun naam genoemd zou worden, maar waren wel bereid hun beste verhalen te vertellen.

Er lopen allerhande «specialisten» rond. Deels reclamejongens, deels etnografen, van wie sommigen net terug zijn uit Afghanistan. Ze worden regelmatig naar frontlinies in het Midden-Oosten gezonden om met propagandacampagnes het moreel van de vijand te ondermijnen en steun en sympathie bij de burger bevolking te veroveren. De laatste dagen werden «psy-ops» onder meer ingezet in de strijd rond Basra, om de burgerbevolking voor de coalitie te winnen. De acties hadden maar weinig effect.

Eén militair haalde herinneringen op aan zijn tijd in Azië. «We brengen een groot deel van de tijd door met in de woestijn rondrijden in gepantserde humvee’s waarop negen speakers zijn gemonteerd die ieder duizend watt aan lawaai eruit knallen. Het geluid van rupsbanden van oprukkende tanks, helikopterpropellers, zwaar geschut — we zenden alles uit wat ze maar de stuipen op het lijf zal jagen.» Wanneer er muziek wordt gedraaid, is de playlist meestal kort: Beach Boys, AC/DC, en Jimi Hendrix’ snerpende versie van de Star-Spangled Banner.

Andere psy-ops-agenten worden ergens geparachuteerd en blijven vervolgens op één plek om het legerequivalent op te zetten van een kopieerwinkel te velde, die aan de lopende band miljoenen strooibiljetten produceert. Sommige agenten opereren vanuit de lucht aan boord van de Commando Solo, een vrachtvliegtuig van de luchtmacht dat tot een vliegend radio- en televisiestation is omgebouwd en nieuws, liedjes en af en toe wat desinformatie naar de vijand uitzendt.

Het is typerend dat de psy-op-artiesten, die hun hoofdkwartier hebben bij de 4e Psychological Operations Group in Fort Bragg, North Carolina, vaak cartoons gebruiken om hun boodschap over te brengen. Maar het is de psy-ops-geschiedenis zelf die in een stripverhaal thuishoort: een verzameling onbesuisde plannen, soms bijna te kleurrijk om te geloven.

Een van dergelijke plannen, dat aanvankelijk door de luchtmacht werd onderzocht voordat Irak in 1990 Koeweit binnenviel, behelsde het projecteren van een holografisch beeld van Allah zwevend boven Bagdad met de oproep aan Iraakse burgers Saddam ten val te brengen. Men liet dit idee onmiddellijk varen nadat wetenschappers het Pentagon hadden laten weten dat hiervoor een spiegel nodig zou zijn met een oppervlak van één vierkante mijl, nog afgezien van het extra probleem dat niemand weet hoe Allah eruitziet. Bovendien zou het hologram stellig een reactie hebben opgewekt en waarschijnlijk niet bepaald de beoogde, omdat in de islam welke afbeelding (van God) dan ook ten strengste verboden is.

Psy-op is eerder een onbeholpen kunst dan een exacte wetenschap. Door de jaren heen hebben zich weinig echte vernieuwingen voorgedaan. Alexander de Grote gaf zijn metaal bewerkers opdracht reusachtige helmen te vervaardigen van een maat die zeven meter grote monsters zou passen. Zijn soldaten lieten de helmen her en der in veroverde dorpen achter in de hoop dat ze de wildste fantasieën zouden aanwakkeren over de door dat gebied trekkende vijandelijke legers.

Het verhaal wil dat Amerikaanse psy-op-specialisten in Vietnam volgens ditzelfde stramien, zij het op een iets lager gelegen lichaamsdeel gericht, dertig centimeter lange condooms achterlieten langs het Ho-Chi-Minhpad, naar men mag aannemen om ervoor te zorgen dat de vijandelijke soldaten zich hoofdzakelijk zouden bezighouden met het verbergen van hun vrouwen en dochters.

Vaak eerder verwarrend dan overtuigend kunnen psy-ops enorme schade ondervinden van de kleinste grafische vergissingen. Op een T-shirt, gebruikt om te proberen kinderen in Cambodja ervan af te brengen bepaalde onveilige zones binnen te gaan, stond een plaatje van een jongen op z’n hurken boven een landmijn waar hij met een stok in prikte. Volgens het verhaal van een persoon werd het gezeefdrukte T-shirt direct uit productie genomen toen verbolgen dorpelingen bleven vragen waarom Amerikaanse soldaten afbeeldingen uitdeelden van op landmijnen poepende kinderen.

Grotere fouten betekenen grotere gevolgen. De pamfletten die in 1992 voorafgaand aan de komst van de VN-troepen in Somalië werden afgeworpen, waren bedoeld om de bevolking te verzekeren dat de missie een humanitair karakter had. Van alle medewerkers die de Verenigde Staten aanvankelijk in dat land inzetten, waren helaas slechts twee native speakers en één van hen bleek de zoon te zijn van Somalië’s meest bloeddorstige krijgsheer.

Het hoeft geen betoog dat pamfletcorrectoren schaars waren en het resultaat was soms nogal pijnlijk. In plaats van te zeggen dat er hulp in aantocht was van de Verenigde Naties, repten de pamfletten van «slavennaties». Noch de blauwhelmen noch de «stars and stripes»-jongens werden met open armen ontvangen toen ze uiteindelijk op de kust landden. Achttien Amerikaanse soldaten sneuvelden.

Soms is de vijand echt blij met een propagandacampagne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog pasten de Japanners de gebruikelijke tactiek toe om Amerikaanse soldaten wijs te maken dat hun vriendinnen het met anderen aanlegden terwijl zij ver van huis waren. Maar op de afgeworpen strooibiljetten hadden de Japanners hun bewering iets te goed geïllustreerd door gebruik te maken van pornografische voorstellingen, en daar was in de frontlinies anders zeer moeilijk aan te komen. Volgens de krijgshistoricus Stanley Sandler waren «onze jongens gek op die strooibiljetten. Ze ruilden ze als de honkbalplaatjes die in pakjes kauwgom zaten… vijf voor een fles whisky.»

Ook het «terugstromen» van opzettelijk verkeerde informatie kan een ernstig probleem zijn. Hoewel het aan het Pentagon en de CIA wettelijk is verboden propaganda-activiteiten te ontplooien in de Verenigde Staten, werd in de jaren zeventig door toenemend kritisch onderzoek van de praktijken van militaire inlichtingendiensten onthuld dat programma’s die nep-lekken in de buitenlandse pers plaatsten, ertoe hadden geleid dat daarna leugenachtige artikelen in de Amerikaanse media waren opgedoken.

Soms zijn die leugenachtige artikelen echter opzettelijk. Toen het Amerikaanse publiek nogal huiverig leek te staan tegenover verdere steun aan de Nicaraguaanse Contra’s, lekte het Office of Public Diplomacy, een onderdeel van het ministerie van Buitenlandse Zaken in het Reagan-tijdperk, snel valse geheime informatie naar The Miami Herald, die luidde dat de Sovjet-Unie chemische wapens had verstrekt aan de sandinisten.

In Vietnam strooiden Amerikaanse vliegtuigen speelkaarten uit boven vijandig gebied, maar voorafgaand aan het leggen van een bomtapijt wierpen ze alleen maar schoppenazen af. De Pavlov-techniek sloeg al gauw aan en zo werd alleen het uitstrooien van azen al voldoende om een heel gebied te ontruimen.

In Panama lukte het met niet-aflatende harde rockmuziek die ervoor zorgde dat Manuel Noriega uit zijn presidentiële bunker vluchtte en zich overgaf. Tijdens de eerste Golfoorlog gaven vele Iraakse soldaten zich over met Amerikaanse strooibiljetten in de hand. Gedurende die hele oorlog gooiden Amerikaanse troepen heel slim ook tienduizend flessen met intimiderende briefjes in de Perzische Golf die richting Iraakse kust dreven. Volgens latere interviews met krijgsgevangen Iraakse soldaten hadden de boodschappen in de flessen op doeltreffende wijze grote bezorgdheid teweeggebracht in Bagdad over de mogelijkheid van een massale amfibische landingsoperatie. Een dergelijke landing vond nooit plaats.

Vijandelijke psy-ops scheppen ook af en toe op. De Noord-Vietnamezen bestookten Amerikaanse soldaten met pamfletten waarin ze gebruik maakten van antioorlogsslogans uit de Verenigde Staten. «Hey, hey, LBJ, how many kids did you kill today?» was een bijzonder favoriete slogan die de Vietcong zich hadden toegeëigend. Toen de Amerikaanse soldaten ten slotte thuiskwamen, verklaarden velen van hen dat de strooibiljetten die hun aandacht hadden gevestigd op het verzet tegen de oorlog in eigen land het moreel echt hadden aangetast.

De laatste tien jaar hebben de Irakezen bij tijd en wijle handig gebruik gemaakt van desinformatie, vaak verspreid via hun oude vijand Iran (waardoor die berichten geloofwaardiger werden). Volgens bronnen van het Amerikaanse leger circuleerden er pamfletten in Bangladesh waarin een bericht werd aangehaald van een radiostation in Teheran dat Amerikaanse troepen het vuur hadden geopend op Bengaalse troepen die weigerden deel te nemen aan de militaire aanval op Irak. Het incident, waarbij, naar men beweerde, honderden mensen waren gedood, was volledig gefabriceerd.

De waslijst van feitelijke psy-op-blunders is lang en smerig, zodat sommigen in het Amerikaanse leger sceptisch zijn geworden over de Amerikaanse gespleten-tongbrigades. Houden ze wel gelijke tred met de vijand? Een rapport uit mei 2000 van de Defense Science Board Task Force, een adviescommissie van het Amerikaanse ministerie van Defensie, concludeerde dat «hoewel de Verenigde Staten op het punt van militaire technologie jaren voor liggen op hun concurrenten, er op het punt van psy-ops al concurrenten zijn die op één lijn staan met, of aantoonbaar geraffineerder zijn dan de VS».

Maar in andere kringen is het vertrouwen nog even rotsvast. Tijdens een persconferentie zei minister van Defensie Donald Rumsfeld dat «als Saddam een bevel zou uitvaardigen voor een aanval met chemische of biologische wapens, dan hoeft dat nog niet te betekenen dat zijn bevelen worden uitgevoerd». Rumsfelds zijdelingse speculatie was gebaseerd op de dubieuze hoop, die aan populariteit wint op Capitol Hill, dat «psychological operations» het «misschien zullen doen wat betreft Saddams voornaamste wapenhanteerders». Maar zoals een niet met naam genoemde defensieambtenaar in USA Today naar voren bracht, zijn de mannen verantwoordelijk voor de vermeende Iraakse chemische of biologische wapens waarschijnlijk Saddams meest getrouwe soldaten.

Inderdaad, indien de psy-op-lui aan hun lot worden overgelaten, drukken de Iraakse bevelhebbers misschien wel des te sneller op die rode knoppen.

Vertaling: Susan Janssen