Van Dik Hout/Rowwen Hèze

Gestileerde romantiek

Er lopen in de Nederlandse popmuziek enkele tekstschrijvers rond die onderschat worden, of aan wiens kwaliteiten we inmiddels kennelijk zo gewend zijn dat we ernaar neigen die ten onrechte voor lief te nemen. Jack Poels, de zanger van Rowwen Hèze, is er zo een. De band uit het Noord-Limburgse dorp America schreef de soundtrack van de nieuwe film van regisseur Pieter Kuijpers, ’n Hemel op Aarde. Kuijpers, zelf Limburger, maakte een film over nostalgie, verloren jeugdliefdes en opgroeien in katholiek Limburg.

Medium muziek

De keuze voor Rowwen Hèze als schrijver en vertolker van de soundtrack was een even logische als gelukkige. Zoals de soundtrack van de rauwe, randstedelijke film Wolf vorig jaar in de best denkbare handen was bij het Marokkaanse duo Sjaak en Appa, zo is het moeilijk voorstelbaar dat een andere artiest de dorpse, gestileerde romantiek van Kuijpers een passender geluid had kunnen geven dan Poels en zijn band. Klinkt muzikaal geregeld een diepe liefde voor Ry Cooder (naast uiteraard die voor polka en tex-mex), tekstueel verwoordt Poels in Groete an God het eeuwige van de geboren katholiek: helemaal loskomen lukt nooit, daarvoor zijn alleen taal en symboliek te zeer ingesleten geraakt. En het titelnummer (een van de hoogtepunten van de nieuwe theatertour van de band) met een vleugje Ennio Morricone, dat verwoordt de allesomvattendheid van de eerste puberverliefdheid: de hoofdpersoon vreest niet te bestaan als het onderwerp van zijn liefde hem niet ziet staan.

Nog zo’n onderschat tekstschrijver: Martin Buitenhuis van Van Dik Hout. De grootmaker versus de kleinmaker, want veel meer dan Poels heeft hij een voorkeur voor grote woorden. En vooral voor songtitels die zijn kwaliteiten tekort doen: We gaan voor dit moment, Straks is het te laat, Gun me wel je tranen. Het klinkt allemaal als de aankondiging van een wereld waar bombast en kitsch een ondraaglijk verbond zijn aangegaan, maar dat doet Van Dik Hout geen recht. Op de eerste plaats omdat Buitenhuis juist associatief durft te zijn binnen een tekstueel universum dat heel direct is. Zeker, dat wordt soms pompeus, maar geregeld ook spannend.

Bovendien is Van Dik Hout typisch zo’n band die niet snel zijn teksten zal bundelen op papier. Zijn functie is een andere: net als Buitenhuis’ neiging met kopstem te zingen in de refreinen en die van zijn band om aan te zetten, hebben zijn teksten de functie van opzweper en handreiking: de luisteraar moet mee de vervoering in, mee in de dramatiek, mee in die wereld waar ‘spijt nooit slaapt’ en het gaat om ‘meer dan je kan dromen’. Want dat zijn typische Van Dik Hout-woorden: ‘meer’ en ‘nooit’. Een van hun klassiekers heet Meer dan een ander. Want liefde is bij Van Dik Hout niet groot wanneer-ie groot is, hij moet groter zijn dan die van een ander. Het is het universum van de overtreffende trap en Buitenhuis reikt daar effectief de taal voor aan.

Van Dik Hout, Alles wat naar boven drijft (Pias). Rowwen Hèze, ’n Hemel op Aarde: De liedjes. 24 februari: Oude Luxor Rotterdam, 17 maart Beatrixtheater Utrecht, 11 april Spant! Bussum


Beeld: Van Dik Hout.