Gestolen levens

Zeker bij een roman die als ondertitel ‘documentaire roman’ heeft, zal de eerste vraag zijn: waar gaat het over? 'Sonnenschein’ zal weinigen iets zeggen, ook de Kroatische titel bevat het Duitse woord, maar in het boek zelf heb ik het idyllische woord niet kunnen vinden. Het verwijst naar Lebensborn, het in 1935 gestarte geheime project van Himmler om het Duitse ras aan te sterken. Het begon als een over Duitsland en Oostenrijk verspreid netwerk van broedplaatsen waar 'raciaal en biologisch unieke’ vrouwen voor het vaderland dito zonen moesten baren. Aan het eind van de oorlog waren er nog maar achtduizend van zulke baby’s geboren. Daarom begon men met het fokken van zuivergermaanse kinderen, vooral in Noorwegen, en werden er ter aanvulling uit het hele Derde Rijk kinderen uit weeshuizen verzameld, alleen al 250.000 uit Polen, Oekraïne, de Baltische staten en Joegoslavië.
Op de grens daarvan, in Gorizia, vlakbij Triëst, wordt op 13 april 1945 een vijf maanden oud jongetje, Antonio Tedeschi, achter de rug van zijn moeder op straat uit de kinderwagen gestolen. Als Hans Traube, geboren 1 oktober 1944 in Salzburg, zal hij door Oostenrijkse ouders worden opgevoed, die hem uit het weeshuis Oberweis, een monumentaal slot in Gmunden (tussen 1943 en 1945 Alpenland geheten), gehaald hebben ter vervanging van hun in de Wehrmacht gesneuvelde zoon. Op haar sterfbed vertelt de moeder Hans dat hij ooit Antonio geheten heeft. Hij komt er dan achter dat hij de zoon is van een joodse vrouw uit het Sloveense (in de oorlog Italiaanse) Gorizia en een Duitse SS'er. Dat was vaker het geval met kinderen in het Lebensborn-project en zijn geschiedenis is het verhaal van zo'n geval.
Deze Kurt Franz was een geduchte oorlogsmisdadiger, wiens carrière begon bij het vroegste euthanasieproject, een vervolg kreeg in Treblinka en een hoogtepunt beleefde in het concentratiekamp San Sabba, een voormalige rijstpletterij in een voorstad van Triëst, waar een select gezelschap SS'ers eerdere massamoordervaringen in het noorden konden toepassen in het Adriatisch kustgebied.
Het boek eindigt met de reis van de inmiddels 62-jarige zoon naar zijn 84-jarige moeder in Gorizia. Zijn levensverhaal - dat van een gestolen of verloren leven - wordt door Hans (Antonio) zelf verteld, als één van vele. Op zijn zoektocht, waarbij hij ontdekt de zoon van een massamoordenaar te zijn, leert hij vele medeslachtoffers kennen, een klein aantal van de vijftigduizend die van de 250.00 uit die contreien achter hun herkomst zijn gekomen: parallelle verhalen van mannen en vrouwen die weten dat rassenwaan hun leven ontwricht en ontvreemd heeft. Uit de verhalen die de zoon verzamelt blijkt hoe verschillend de betreffende personen reageerden, als ze er al van wilden weten.
Zich blind houden en niet (willen) weten is in dit deel een zijdelings thema, maar in de roman als geheel misschien wel het hoofdthema. Want zeggen dat het boek over het Lebensbornproject gaat is een samenvatting die hooguit in een flaptekst past. Als onderwerp duikt het pas rechtstreeks op na ongeveer pagina 400. Hoe vertel je over dat waanzinnige project? Hoe maak je een verhaal van zo'n absurde geschiedenis als die van Lebensborn?
De oplossing van de Kroatische schrijfster Daa Drndic (1946) is geweest: het niet te vertellen. En de tragische geschiedenis van het gestolen kind en het levenslang treuren en wachten van de moeder is een klein verhaal dat pas betekenis krijgt in het licht van een lange, ingewikkelde voorgeschiedenis. Of en hoe moeder en zoon elkaar ten slotte treffen blijft gelukkig in het vage; daar gaat het ook niet om.
'Achter elke naam schuilt een verhaal’ is een aanwijzing die meermalen in de roman voorkomt, en ook letterlijk, in meerdere variaties wordt gedemonstreerd. Dat kan ook gelezen worden als 'achter elk verhaal schuilt een ander verhaal’, bijna altijd meer dan één. 'Haar verhaal is een klein verhaal, een van die talloze verhalen over ontmoetingen, over bewaarde sporen van menselijk contact, dat weet ze…’ staat er op de tweede pagina, waar de hoofdpersoon, de in 1923 geboren en op dat moment, 3 juli 2006, 83-jarige Haya Tedeschi geïntroduceerd wordt, inclusief de stamboom van de Oostenrijks-Italiaanse familie. Met de vereniging van Oostenrijkers en Italianen in één familie is het kleine verhaal al meteen verweven met het grote verhaal van de Grote Oorlog, die immers draaide om de oude vete tussen Oostenrijk en Italië. Alleen al aan hun front zouden twee miljoen Oostenrijkers en zeven miljoen Italianen sneuvelen - waarvoor? De vraag is na bijna een eeuw nog steeds niet beantwoord.
Wat is nu het knappe van Daa Drndic? Dat ze een halve eeuw geschiedenis vertelt van een familie die dobbert op de grote Geschiedenis en daar part noch deel aan heeft - lijkt te hebben, verhuizend, vluchtend, van Gorica (Görz, Gurize, Gorizia) naar Triëst, Napels, Albanië (dat zich bij Italië aansloot), Gorizia, Milaan enzovoort. 'Het gezin Tedeschi is een burgerlijk gezin, van het zwijgzame soort der bystanders, en wanneer ze niet zwijgen worden ze lid van de fascistische partij.’ In 1938 moeten er van de 47.000 joden in Italië 10.000 lid van de fascistische partij zijn geweest. De uit een geassimileerde joodse familie stammende Paolo Tedeschi wordt katholiek en sterft in 1948 - van hem heet het: 'Hij vluchtte in het fascisme’, de andere gezinsleden hebben de oorlog overleefd en leven 'alsof er helemaal nooit oorlog is geweest’.
Maar er is één Tedeschi die, zij het rijkelijk laat, tot inzicht komt. Pas als ze 53 is vraagt de gewezen lerares wiskunde Haya Tedeschi zich af: 'Hoe kan het dat ik het niet geweten heb, hoe heb ik het niet kunnen zien?’ Joodse leraren verdwenen opeens, door Gorizia reden dagelijks transporten met Italianen naar Duitsland (veertigduizend: dertigduizend partizanen en bijna tienduizend joden) - ze zag niet eens wat haar zelf overkwam toen ze als jong meisje, werkzaam in een kantoorboekhandel, voornamelijk bezig met zich aan filmsterren te spiegelen, verliefd werd op een klant, amateurfotograaf, de mooie, goedgebouwde en charmante SS'er Kurt Franz, die kort erna, toen zij, zoals dat heet, van hem een kind gekregen had, vertrok met te zeggen dat zijn jodinnetje - want hij had begrepen dat de naam Tedeschi een joodse naam was - niet meer moest proberen hem te zien; hij ging thuis trouwen.
De Geschiedenis krijgt ook dit meisje in een uithoek van Europa te pakken. Pas in 1976 als er in Triëst een proces begint tegen de daders van het concentratiekamp San Sabba begint zij zich te documenteren: tientallen jaren verzamelt ze in een wasmand naast haar stoel brieven, artikelen en wat al niet aan documentair materiaal; ze archiveert zelfs de levenslopen van een kleine vijftig daders. Op zo'n manier nog eens veertig jaar overleven geeft het woord een andere betekenis: de resterende dertig jaar wordt een soort nablijven om de geschiedenisles in te halen. Was ze daarvóór een van de vele blinde toekijkers, zij ontwikkelt zich tot een laatste getuige. Zo overleeft zij terwijl almaar die vraag knaagt: hoe heeft zij ziende blind kunnen zijn?
'Een documentaire roman’ is de ondertitel, en inderdaad biedt het boek veel feiten en documentair materiaal, wat nog eens gerechtvaardigd wordt door het feit dat het grootste deel bestaat uit de historische inhaaloefening van de oudere Haya, misschien ook dat verteld door de zoon die zich op zijn beurt duchtig documenteert. Dan begrijp ik niet goed waarom Daa Drndic terwijl ze rijkelijk citeert nauwelijks vermeldt wat haar bronnen zijn geweest. En dan die honderd pagina’s onder de titel 'Achter elke naam schuilt een verhaal’: een niet-alfabetische lijst van de ongeveer negenduizend joodse Italianen die of gedeporteerd of vermoord zijn. De lijst krijgt Haya toegestuurd door een oud-leerling die haar een aantal lastige vragen stelt: waarom ze nooit over dit en over dat gepraat heeft in de klas? Maar Haya is alleen maar van naam joods en van de 36.000 Italianen die in de kampen omkwamen bestond tweederde uit partizanen, antifascisten en arbeiders. Wat betekent dan die lijst van honderd bladzijden als gebaar? 'Achter elke naam schuilt een verhaal’ is mij als aanwijzing dan toch te algemeen en dus te weinig.

DASA DRNDIC
ZONNESCHIJN. DOCUMENTAIRE ROMAN
Uit het Kroatisch (2007) vertaald door Guido Snel, De Geus, 476 blz., € 22,90