Popmuziek: PrimAL SCREAM

Getergde onrust

Dat veel popmuziek met psychedelische ­invloeden flower power-types aantrekt ervaren de makers niet altijd als positief. Het Schotse Primal Scream maakte dat al op de plaat XTRMNTR uit 2000 nog eens duidelijk met de openingsboodschap ‘Destroy, kill all hippies’. Zo agressief als op dat album klonk de band eerder zelden en dat stond zeker in groot contrast met mijlpaal en xtc-popplaat Screamadelica (1991). Ergens daartussenin valt het tiende album More Light. Op de hoes lijken de sixties in eerste instantie niet ver weg, met de impressionistisch geschilderde bloemetjes in zachte kleuren. Daarachter staat de vijftigjarige frontman Bobby Gillespie, voormalig enfant terrible en wandelend chemisch laboratorium. Quasi-dreigend kijkt hij richting camera en hij houdt zijn handen als duivelshoorntjes boven zijn oren.

More Light is een bijna overdadige genremix die de harde en zachte elementen van de band combineert. Een revanche ook op de wat zoute­loze voorganger Beautiful Future uit 2008. Gillespie is inmiddels vijf jaar clean en waar je op vorige albums vaak de drug van het moment duidelijk terug kon horen lijkt deze nieuwe een soort overzichtstentoonstelling van al het voormalige gebruikte. Met David Holmes als ideeënsamensmelter achter de geluidstafel klinkt de band hier doelgericht en gedreven. Exemplarisch is het enerverende 2013, waarmee de plaat negen minuten lang getergd aftrapt. Boos is Gillespie op de staat van zijn land en de passieve houding van de inwoners. Hij heeft het smalend over de ‘twentieth century slaves, a peasant underclass’ en sneert: ‘What happened to the voices of dissent? They’re getting rich, I guess’. Muzikaal voeden de rondzwevende stofzuigergitaar van Kevin Shields (My Bloody Valentine) en overstuurde saxofoons de onrust.

Die ene mijlpaal daargelaten is Primal Scream toch niet een van de meest originele Britse bands. Wel is het trio nooit bang geweest om van stijl te veranderen. Daarbij faalden ze meer dan eens, maar op More Light worden durf en enthousiasme vaak beloond. Na de opener met een bijna net zo langgerekt River of Pain bijvoorbeeld. Een nummer over loser ­Johnny (‘sitting home drunk again’) dat akoestisch en met een sitar begint om halverwege op een groot orkestraal crescendo te stuiten. Die eerder vriendelijke sitars klinken aan het einde juist dreinend op het dreigende, dan beukende en ten slotte gelaten Relativity. Robert Plant maakt de rauwe Elimination Blues met zijn jankende achtergrondzang extra klagerig en een opvallend ontspannen cover is Goodbye Johnny van de Gun Club.

Zo heeft bijna ieder nummer zijn eigen karakter. Geslaagd, zoals jakkerende gitaarrock tegen een achtergrond van synthesizers (Hit Void), gaat daarbij soms hand in hand met mislukt, zoals lompe beats met al even weinig subtiele rap (Culturecide). Verder is het jammer dat het slome Walking with the Beast en de gospelpop van It’s Allright it’s OK deze niet zuinige plaat zo weinig spannend afsluiten. De kwalificatie duf is voor More Light namelijk onverdiend, want als het verder niet prikt of bijt, dan broeit het wel.


Primal Scream, More Light, label: 1st Inter­national/PIAS