Getob rond de videorecorder

Mijn collega is video-freak. Elk programma dat maar enigszins de moeite waard lijkt, wordt opgenomen. Hij zal niet de enige zijn die het Verzameld Werk van Van Kooten en De Bie bezit vanaf het moment van eerste video- aanschaf, maar daarnaast wreekt zich wat men een brede maatschappelijke belangstelling mag noemen. Voor u zijn adres vraagt: tragische bijkomstigheid is dat hij zwoer bij Betamax, toen dat nog leek te winnen. Na de zege van het inferieure VHS zat hij met honderden banden die bij overstap ‘onleesbaar’ zouden worden. Dus schaft hij zich de laatste jaren, met de dood in het hart, een nieuwe Betamax-recorder aan wanneer de oude tot de draad versleten is - voor een prijs waarvoor je vandaag de dag vier VHS-recorders koopt.

Maar wat doet men met een videotheek? Weinig tot niets. Zoals ik drie levens, zonder plicht tot loonarbeid, nodig zou hebben om te (her)lezen wat er zich aan letters in mijn huis heeft opgetast, zo moet hij met ingang van vandaag gaan kijken om voor zijn dood (die ik op 79 schat) een redelijk deel van die programma’s te hebben gezien.
En dan moet hij vanaf nu vooral stoppen met opnemen. Een beetje freak begrijpt dat dat nog onvoorstelbaarder is dan een kijkproject-tot-de-dood: De dood van Joegoslavie, Last Tango in Paris, Thomas Hampson zingt Mahler, Kinderen van Sarajevo, Mosaferan, Cinema Perdu, Koot en Bie, De Plantage, Wild Palms - keus uit twee dagen louter bestel. Je kunt dat bezwaarlijk allemaal zien wanneer het uitgezonden wordt. Maar je kunt het toch ook niet zomaar voorbij laten gaan? Daar is die recorder toch voor? Trouwens, welke leesfreak zegt: vanaf nu koop/leen ik nooit meer een boek? Van die collega heb ik wel wat. Maar er zijn grenzen. Ik blijf geen banden kopen. Dus dub ik me suf wat te wissen wanneer een must wordt uitgezonden. Waarbij niet zelden ongeziene oude musts sneuvelen. Zo gebeurt het dat deze ‘criticus’ nooit een woensdagprogram bespreekt omdat hij dan voetbalt met pils na. En dat hij altijd vergeet naar Van gewest tot gewest te kijken of het op te nemen. Schandalig.
Word ik ziek. Zie ik iets moois. Middelbare man wijst aan waar z'n moeder woonde en waar z'n ex- schooljuf. Juf kwam elke avond bij moeder televisie kijken. Hij nooit meer ’s avonds naar moeder. Want toen hij vijf was, liet juf hem bij de meisjes blijven wanneer de jongens door een andere meester werden gehaald - en dan moest hij voor ze zingen. Hij beeft er nog van. Meer getuigen vertellen meer gruwelen over deze takkejuf die door Toon Tellegen, een van haar slachtoffers (letterlijk: z'n vader, huisarts, moest hem krammen maar 'verzuimde’ te vragen hoe hij aan de wond kwam) vereeuwigd blijkt. En vijf toneelgroepen hebben elk een eigen voorstelling gemaakt over deze juffrouw Kachel. En in Groningen krijgen ze een enorme geluidswal tegen de bietencampagne die geen bewoner wil (uitzicht kapot), maar die komt omdat de wet het zegt. Reality-televisie van de bovenste plank. Volgens m'n vrouw had Van gewest tot gewest al lang de Nipkow moeten hebben. Ze zegt het zonder ironie. Ik geef het door.