Getrouwd met de koningin

MADELIEF HOHÉ EN TRUDIE ROSA DE CARVALHO
HAAGSE HOFMODE
Waanders, 80 blz., € 17,95

DORINE HERMANS EN DANIELA HOOGHIEMSTRA
VERTEL DIT TOCH AAN NIEMAND: LEVEN AAN HET HOF
Mouria, € 10,-, luisterboekversie
(gelezen door Lineke Rijxman) € 19,90

‘Zeer zeker zijn de toiletzorgen de grootste moeilijkheid in onze positie’, verzucht Henriëtte van de Poll, hofdame van koningin Emma, in een brief aan haar mama, oudjaar 1880. Haar correspondentie wordt bewaard in het gemeentearchief van Zeist en biedt een zeer gedetailleerd inzicht in het leven aan het Haagse hof van 1880 tot 1934, toen Emma stierf en Henriëtte op haar 81ste met pensioen ging. Net als haar Japanse tegenhanger uit de tiende eeuw, Sei Shonagon, noteerde freule Henriëtte haar eigen beslommeringen en die van de andere leden van het hof, van personeel, adel en adellijk personeel. De rol van hofdame en vertrouweling gaf haar de twijfelachtige eer de luimen van het koninklijk paar van dag tot dag te volgen en de regie te voeren over de drukke agenda van de koningin. Haar hele leven, met alle sociale contacten, stond in het teken van kiesheid, diplomatie en etiquette, en het is zeer de vraag of ze na dat eerste jaar het onderhoud van haar garderobe als de grootste moeilijkheid is blijven beschouwen. Toch keert dat onderwerp in haar duizenden brieven regelmatig terug.

Het probleem is bovenal: geld. Mooie stoffen waren duur en het arbeidsloon in de betere kostuumateliers was hoog. Daarbij moest je op alles voorbereid zijn, met ochtend-, middag- en avonddracht: huiselijk gebruik, kerkbezoek, eenvoudige visites, diners, bals, plechtigheden, uitstapjes, reisjes en niet te vergeten rouw. Een hofdame had veel bekijks, werd zelfs verondersteld toonaangevend te zijn in haar verschijning.

De catalogus Haagse hofmode, bij de gelijknamige tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum, behandelt deze thematiek op licht chaotische wijze. Voor een hedendaagse leek zijn de minutieuze kledingvoorschriften absurd – de voorgeschreven roklengtes, sleeplengtes, decolletédieptes, daskleuren, de gepaste japon voor het diner, afhankelijk van het moment waarop je was uitgenodigd: twee, drie, vier of meer dagen tevoren. De kostuumspecialisten van het Gemeentemuseum en paleis Het Loo weten er geen helderheid in te scheppen. De finesses van galons, borduursels en rangonderscheidingen kun je alleen enigszins begrijpen als ze worden getoond, niet als ze worden omschreven. De opmaak van het boek, met donkere foto’s van de poppen in de tentoonstelling, draagt alleen maar bij tot de verwarring. Het grote voordeel van een boek over mode boven een tentoonstelling is dat je die storende poppen niet nodig hebt, maar hier worden ze in hun drukke decors met slechte belichting afgebeeld.

De term hofmode is in het concept erg ruim opgevat. Niet alleen adellijke dames en heren, maar ook andere bekende Hagenaars worden, voor zover hun kleding opmerkelijk was, opgevoerd. Actrice Fie Carelsen en schrijver Louis Couperus kunnen inderdaad voor Hagenaar doorgaan, zangeres Else Rijkens en zeker politicus Pim Fortuyn hebben als doorslaggevend Haags wapenfeit dat hun kleding in de collectie van het museum is opgenomen. Het is opmerkelijk dat Fortuyn voor de presentatie is geselecteerd; wordt hij inmiddels tot le Monde gerekend? Ook in modieus opzicht kan hij onmogelijk toonaangevend worden genoemd; zijn opzichtige stropdassen – Italiaans of niet – detoneren bij het raffinement van de oudere voorbeelden, en het krijtstreeppak bestond lang voordat hij het droeg. Henriëtte had er niet van geslapen dat deze relschopper met lak aan discretie als betreurde kroonprins mag figureren (de feitelijke kroonprins schittert door afwezigheid).

Liever had men de hofdame meer centraal gesteld! Van Henriëtte zijn 25 stukken in het bezit van het museum, haar brieven bieden uniek commentaar op de kleedgewoontes en allerlei andere hoofse zaken. In Vertel dit toch aan niemand: Leven aan het hof van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, vorig jaar verschenen en nu als luisterboek verkrijgbaar, maken we nader kennis met haar en de beklemmende omgeving die het hof was – en is, zoals de schrijfsters tonen.

Henriëtte van de Poll was het meisje dat alles moest goedmaken, haar aanstelling aan het hof gaf de hele familie aanzien en wind mee in het maatschappelijk leven. Daarvoor moest ze iedere aanspraak op een privé-leven opgeven, zelfs de knappe graaf Hyppolite de Villers die haar het hof maakte moest ze afwijzen. Ze was ‘getrouwd met de koningin’, stellen de auteurs, en dat was niet romantisch. De uitwerking van die statusdwang op de familie Van de Poll is zelfs tragisch te noemen; terwijl Emma met één dochter de basis legde voor een groot aantal Oranjes anno 2007 stierf Henriëtte’s familietak uit. Er waren wel huwelijkskandidaten opgestaan voor de broers en zussen, maar wegens gebrek aan adellijke connectie werden die allemaal afgewezen. Opgeteld bij haar geheimhoudingsplicht, de angst voor de ondubbelzinnig gestoorde Willem IIII en de totale beschikbaarheid voor Emma, lijkt het offer van Henriëtte onmenselijk, bijna onvoorstelbaar, zeker als je weet dat haar financiële compensatie zo bescheiden was dat ze nauwelijks de gewenste kleding kon bekostigen. Over geld werd niet gesproken aan het hof, er werden wel af en toe cadeautjes gegeven, die in hevige dankbaarheid werden aanvaard.

De ongelijkheid ten opzichte van zelfs de meest nabije huisgenoten maakt ook de positie van koning of koningin niet te benijden; eigenbelang is niet te onderscheiden van sympathie en betrokkenheid als uitsluiting de sanctie is op eigenmachtig gedrag. Aan het slot van het boek komt de hedendaagse adel aan het woord; zelfs degenen die zich tot de vrienden van Beatrix en haar kinderen rekenen, kennen die onvermijdelijke grens. Het gebrek aan tegenspraak maakte monarchen zowel eigenwijs als naïef, constateren de auteurs, en ‘hovelingen werden niet in de eerste plaats geselecteerd op intelligentie. Briljante geesten zouden het in het paleis ook niet uithouden.’ Hoewel deelname aan de hofhouding geen adellijke afkomst meer vereist, houdt Beatrix in tegenstelling tot Wilhelmina en Juliana weer streng de hand aan het protocol en zijn de sfeer en toon fundamenteel onveranderd.

Die klinken door in de woorden van Henriëtte van de Poll. De stem van Lineke Rijxman, gekozen voor de luisterboekversie van Vertel dit toch aan niemand, past goed bij de bijdehante eigentijdse auteurs van het boek, beter dan bij de hofdame. Daarvoor was de onderkoelde Haagse Will van Kralingen geschikter geweest, of de oer-Haagse societydame Trins Snijders.