Film

Gettofilm

Brian de Palma

Scarface

Speciale editie dvd (import; beeld 2:35:1 anamorf; geluid dolby digital 5.1/DTS 5.1)

De meest decadente der gangsters is de Cubaanse Amerikaan Tony Montana (Al Pacino) in Brian de Palma’s film Scarface uit 1983. Tony is niet zozeer een personage als wel de belichaming van een veelvoud van filmboeven. Hij zegt het al: op het eiland, zuchtend onder het regime van Castro, leerde hij niet praten bij zijn moeder, maar bij Humphrey Bogart en James Cagney.

Bijna een kwart eeuw later is Tony Montana zelf een leermeester. Voor rap- en hiphop artiesten als Snoop Dog, Sean Paul, Scarface en Puff Diddy is De Palma’s film een heuse doe-het-zelfcursus. Het is een «gettofilm», vinden zij. In een merkwaardige documentaire, opgenomen als bonusmateriaal op de zojuist verschenen speciale dvd-editie van Scarface, vertellen de artiesten hoe ze Tony verafgoden. Snoop Dog: «Scarface is de invloedrijkste film van onze tijd.» En rapper Scarface: «Deze cat… hij is net als ik!»

Snoop heeft gelijk. Scarface legt de «Amerikaanse droom» onder het vergrootglas. Luidens de levensfilosofie van Tony is de droom even simpel als tragisch: je hoeft niet hard te werken, noch is het nodig om jarenlang te studeren. Het enige wat telt is geld en de macht die het bezitten van verbruiksgoe deren met zich meebrengt. Voor wie mee dogenloos genoeg is, ligt dit alles voor het oprapen in het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Aan dezelfde mogelijkheden gaat Tony Montana ten onder. Hij wilde te veel. Illustratief daarvoor is een beeldschone montage halverwege de film: van rechts naar links in beeld zweeft een zeppelin met daarop de met neon verlichte woorden: «De wereld is van jou». Beeldovergang naar de camera die vanuit de zeppelin «neerkijkt» op Tony. De Palma zoomt langzaam uit, zodat de gangster al kleiner wordt, al nietszeggender.

De droom ontmenselijkt, maar hij blijft springlevend voor de rappers en hiphoppers van nu. In de rapwereld is overdaad juist een bron van inspiratie. In hun muziekvideo’s — en in het echt — wonen ze net als Tony in Scarface in marmeren paleizen vol exuberante architectonische details: gouden namaak beelden, dikke pilaren die een classicistische stijl moeten voorstellen, maar die in combinatie met felle, tropische kleuren alleen slechte smaak openbaren.

Net als Tony hebben de rappers maar één doel voor ogen: vooruitkomen in het leven. In de jaren tachtig, toen Scarface uitkwam, stond de ideologische volwassenwording van zwarte Amerikanen nog in de kinderschoenen. P. Diddy: «Jong en zwart zijn betekende toen dat je niets had.»

Tony Montana liet zien dat je als allochtoon in een witte wereld succes kon behalen. Dat succes is een feit: rap en hiphop hebben zich in het centrum van de culturele macht genesteld. De evidente overdaad in rapvideo’s is daarom een reactie op het verleden, op het feit dat de eertijdse onderdrukten ooit niets hadden. Slechts een enkele mooie vrouw die drankjes verzorgt? Allerminst. Live it up! zeggen de rappers. En daarom volstaat niets minder dan een heel huis vol schaars geklede dames, die als slavinnen elke wens van de mannelijke kunstenaars in vervulling brengen.

De culturele macht van de rappers betekent evenwel dat rap en hiphop aan subversiviteit inboeten. De tijd is voorbij dat populaire rapmuziek op effectieve wijze burgerlijke normen en waarden ondermijnt. De rappers en hiphoppers zijn steeds meer imitatiegangsters. Tony Montana is datgene wat ze eigenlijk zouden willen zijn. En wat ze nooit zouden kunnen zijn.

Het origineel — dat is Bogart en Cagney. En Montana.

Daarom blijft Scarface authentiek en revolutionair.

Locatie: een restaurant waar witte mensen in zwarte avondkleding zitten te eten. Tony, halfdronken, met een zwaar Spaans accent, ruziet met zijn liefje, een wit meisje. Zij vlucht. Hij staat op van tafel, kijkt rond, naar de nerveuze gasten: «Whatcha looking at? Huh? You need people like me, so that you can point your fingers and say: that’s the bad guy. What does that make you? Good? You’re not good. You just know how to lie. Me, I always tell the truth. Even when I lie. So, say good night to the bad guy. It’s the last time you’re gonna see a bad guy like this.»