‘Getuige’ zuigt Spaanse terreurzaak uit zijn duim

Barcelona – ‘De moeder van satan’: zo heette het explosief dat een plaatselijke terreurcel van jihadstrijders in januari 2008 wilde gebruiken voor een reeks bloedige aanslagen in de metro van Barcelona.

De zelfmoordterroristen stonden op het punt om een gruwelijk bloedbad aan te richten. Maar gelukkig werd de bende van twaalf Pakistanen en twee Indiërs net op tijd opgepakt door de altijd waakzame Guardia Civil. Een daverend succes van onze politie- en inlichtingendiensten in de strijd tegen het terrorisme, juichten de Spaanse media in koor. Een herhaling van de treinaanslagen van 2004 in Madrid (192 doden) was op het nippertje voorkomen.

Het was alleen niet waar.

In november 2009 werden de bendeleden uit de Barcelonese volkswijk El Raval veroordeeld tot gevangenisstraffen van zes tot acht jaar. Uiteindelijk was het enige bewijs tegen hen de beschuldiging van een Pakistaanse getuige met een geheime identiteit. De getuige, die de codenaam F1 kreeg, zou drie jaar lid geweest zijn van al-Qaeda, lid zijn van de terreurcel en op het laatste moment tot inkeer zijn gekomen.

F1 heeft het allemaal uit zijn duim gezogen, blijkt nu. Dankzij het speurwerk van drie Spaanse journalisten met financiële steun van journalismfund.eu, weten we nu dat hij Asim Iqbal heet, dat hij nooit bij al-Qaeda heeft gezeten en in zijn eigen land vervolgd wordt wegens mensensmokkel. Hij blijkt als informant te hebben gewerkt voor de Franse inlichtingendienst, iets waarvan de Spaanse autoriteiten op de hoogte waren.

De advocaat van de veroordeelden, Benet Salellas, eist heropening van de zaak. Maar de kans daarop is klein. De Spaanse justitie erkent niet graag haar fouten. In laatste instantie wil Salellas naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stappen.

‘Er bestaat een zekere noodzaak om de terreurdreiging levend te houden’, zegt Salellas. ‘Na elke antiterreuroperatie komt er een juridische molen op gang. Daardoor wordt het haast onmogelijk om te erkennen dat het bewijsmateriaal onvoldoende is. Het lijkt erop dat er koste wat kost een veroordeling moet komen.’ Zijn conclusie: ‘Dit is geen gerechtelijke dwaling maar een politieke kwestie.’