Getuigen

Getuigend regeren en regerend getuigen is volgens André Rouvoet mogelijk gebleken. Maar zijn achterban is gaan morren.

ACHTERAF BLIJKT HET André Rouvoets laatste optreden in de Tweede Kamer te zijn geweest. Het was een spoeddebat, afgelopen week, waarvoor minister-president Mark Rutte naar de Tweede Kamer was geroepen. Rutte moest zich verantwoorden voor het gesprek dat hij in het Torentje had gehad met het Zeeuwse Statenlid Johan Robesin over diens stemgedrag bij de Eerste-Kamerverkiezingen later deze maand. Een gesprek dat geheim had moeten blijven en waarin volgens Robesin, Statenlid voor de Partij voor Zeeland, toezeggingen zijn gedaan. Mits hij uiteraard op 23 mei kabinet en gedoogpartner PVV aan een meerderheid helpt in de Senaat.

Dat er een deal is gesloten, wordt door Rutte ontkend, ondanks Robesins uitlatingen. Rouvoet, dan nog de politiek leider van de ChristenUnie, zei tijdens zijn laatste Kamerdebat daarom dat ‘de schijn van een deal, de schijn van het kopen van stemmen, rond het Torentje zal blijven hangen’. Principes zijn bij Rouvoet niet te koop.

Zet dat af tegen de uitspraak van PVV-leider en gedoogpartner van het kabinet, Geert Wilders, in datzelfde debat over het Torentjes-gesprek, en twee totaal verschillende politieke mores worden zichtbaar. Volgens Wilders, die ook bij dat gesprek in het Torentje aanwezig was, is voor het behalen van een meerderheid in de Senaat namelijk 'alles geoorloofd’. Dat zei hij niet één keer en mogelijk per ongeluk, maar herhaaldelijk. Dat er heel veel geoorloofd is, geldt ook - zo zei Wilders tijdens dat spoeddebat - als het erom gaat de PVDA uit de regering te houden. Afgelopen zondag, op de Dag van de Arbeid, toen de sociaal-democraten hun 65-jarige bestaan vierden, liet Wilders zien wat dat bij hem betekent: via Twitter feliciteerde hij 'de Partij van de Arabieren’ met hun jubileum.

Het is dit soort framen, het neerzetten van een angstbeeld, waar Rouvoet - zo zei hij vorige week vrijdag tijdens een gesprek - een hekel aan heeft, omdat het dan niet meer gaat om de feiten en daardoor elk debat smoort. Zelf ondervond hij dat toen hij als eerste en tot nu toe ook laatste minister voor Jeugd en Gezin in het kabinet-Balkenende IV door oppositiepartijen VVD en D66 steeds maar werd beschuldigd van betutteling.

Officieel vertrekt Rouvoet pas na het voorjaarsreces, op 17 mei - precies zeventien jaar nadat hij de eerste keer als Kamerlid werd geïnstalleerd. Zijn vertrek heeft volgens hem te maken met een combinatie van factoren: de discussie binnen de ChristenUnie over de koers van de partij na twee verloren verkiezingen, Rouvoets eigen vraag of hij nog met hetzelfde heilige vuur het Kamerwerk doet als vroeger en zijn wens om in zijn leven niet meer altijd alles om Den Haag te laten draaien.

Met de vijf zetels in de Tweede Kamer, één minder dan na de verkiezingen van 2006, heeft de ChristenUnie er nog altijd evenveel als RPF en GPV samen toen beide christelijke partijen in 2000 opgingen in de ChristenUnie en meer dan begin deze eeuw toen de fusiepartij voor het eerst onder de nieuwe naam aan de verkiezingen meedeed. Maar het verlies van veertien Statenzetels in maart is hard aangekomen. Dat raakte de partij in de provincies. Er werd gemord in de partij over bleekheid, vertaal bleek hier als te weinig uitgesproken christelijk. De partij die zich altijd als christelijk-sociaal afficheert, zou te veel nadruk hebben gelegd op het sociale en daarmee te links zijn geworden, toch al zo'n beladen woord in deze tijd.

Waar de ChristenUnie last van heeft, is dat ze heeft meegeregeerd tussen 2006 en 2010. Dat regeren was voor het eerst in haar bestaan én dat van haar voorgangers, dus een hoogtepunt in de geschiedenis van de partij(en). Maar wie regeert, moet concessies doen. Getuigend regeren en regerend getuigen mag dan volgens Rouvoet mogelijk zijn gebleken, een deel van de achterban vindt dat het getuigen er toch wat bij in is geschoten.

Aan Arie Slob, de man die Rouvoet opvolgt, de taak om de ChristenUnie weer meer smoel te geven. Grote veranderingen zal de wissel niet tot gevolg hebben, hoogstens wat accentverschuivingen en het naar voren halen van nieuwe thema’s. Slob is immers al jaren Kamerlid, was fractievoorzitter tijdens de regeerjaren en mede-opsteller van het toenmalige regeerakkoord. Maar dat is niet de enige reden: de ChristenUnie groeide onder Rouvoet juist, omdat hij met zijn optreden ook niet-christenen aansprak. Als dat Slob niet lukt, zal de partij klein blijven en daarmee eerder gedoemd zijn slechts vanuit de oppositiebanken te getuigen. De criticasters binnen de partij moeten zich afvragen of dat is wat ze willen.

Rouvoet was een man van het debat. Uit zijn mond klonk het heel natuurlijk toen hij zei daarvan genoten te hebben. En het verschrikkelijk te vinden als parlementariërs alleen maar hun standpunten herhalen. Maar verder wilde hij niet terugkijken op hoe dat debat in de afgelopen zeventien jaar is veranderd. Hij vreesde dat het dan te veel over Wilders en het populisme zou gaan.

Maar wel wilde hij kwijt dat hij niet gezien wilde worden als de man die vooral hecht aan procedures en spelregels. Die zijn er om de publieke zaak te dienen en de democratie in goede banen te laten lopen. En ze veranderen. Hij herinnerde zich hoe hij zelf als jong Kamerlid enige wrevel voelde wanneer ouderen zeiden: 'Zo doen we dat hier’, en dacht: maar wij doen het anders. Inmiddels was hij zelf dat oudere Kamerlid geworden in de ogen van de jongeren, zo realiseerde hij zich.

In al die Kamerjaren was zijn mooiste debat een felle discussie over abortus. Er werd gevochten met argumenten, alle Kamerleden moesten diep gaan en raken aan hun visie op het goede leven. Hij vond de uitkomst zwart, maar het debat prachtig. Dat tekent de democraat André Rouvoet.