Getuigenissen

Op de jaarlijkse filmbazaar in Cannes zullen zeker mensen rondlopen die graag bij de film willen. Blijkt dat dan niet overduidelijk? Nee, eigenlijk niet. Niet uit een wanhopig trekken om aandacht in ieder geval. De mensen in de film gedragen zich of ze op vakantie zijn en de vakantiegangers in Cannes kijken naar ze als naar apen in een dierentuin. Desperate pogingen om de hekken te bestormen om zich bij de apen te voegen zijn mij niet opgevallen.

Hoe anders gaat dat in Teheran. De intrigerende filmmaker Mohsen Makhmalbaf (hij was verschillende malen in Rotterdam, onder andere met het fenomenale Once Upon a Time, Cinema) plaatste een kleine oproep in een krant. Hierin riep hij mensen op voor een auditie voor een film die hij wilde maken ter gelegenheid van het eeuwfeest van de film. Makhmalbaf kende de filmhonger van zijn landgenoten en hij liet niet minder dan duizend inschrijfformulieren maken. Maar er kwamen duizenden en duizenden mensen meer. Er speelden zich taferelen af die leken op de massahysterie tijdens de begrafenis van Khomeiny. Aspirant-filmacteurs en -actrices raakten bekneld in de massa. Er vielen gewonden. Makhmalbaf legde de benarde situatie minutieus op film vast, want het was hem van meet af aan duidelijk dat de registratie van de audities de feitelijke film zou moeten worden.
Bij de schokkende beelden van de massa-oploop krijg je het gevoel dat de cineast de doos van Pandora heeft geopend en je verwacht dat hij zal proberen om de deksel er snel weer op te doen. Niets is minder waar. Als een rebellenleider loopt hij onverschrokken met megafoon en inschrijfformulieren in de massa rond. ‘Die film gaat door’, zie je hem denken en hij ging door. In Cannes bracht hij een versie van een uur en een kwartier onder de titel Salaam Cinema, maar het verhaal gaat dat er ook een versie van bijna drieeneenhalf uur bestaat. En wellicht is hij eigenlijk nog niet af, want Makhmalbaf liet ook zijn persconferentie in Cannes door zijn eigen cameraman vastleggen.
In de film zoals hij nu is, volgen na de massascene de confrontaties met de individuele kandidaten. Soms alleen, soms in groepjes tegelijk. De situatie lijkt veel op die van een verhoor. De filmmaker zit als een genadeloze commandant van de veiligheidsdienst achter een groot bureau in een imposante met natuursteen beklede ruimte en roept zijn instructies naar de arme kandidaten. Lach! Huil! Dat laatste gaat niet iedereen even gemakkelijk af. Een kandidaat komt in opstand. Dat is toch geen manier, om te eisen dat je op commando kunt huilen? De filmmaker geeft geen krimp. Een acteur moet volgens hem op ieder moment kunnen huilen. Hij roept een oudere medewerker en acteur voor de camera en zegt hem te laten zien hoe het moet. Binnen een minuut huilt de man tranen met tuiten. Volgende kandidaat.
Hoe gretig de Iraniers die voor de camera komen ook bij de film willen, ze lijken niet door te hebben wat de filmmaker wil. Hij zoekt geen spelers voor een film, maar de getuigenissen van de kandidaten op het moment zelf. Ook maakt hij geen film over film, maar een film over het Iran van dit moment. Over de gedachten, wensen en dromen van zijn landgenoten.
De werkwijze van Makhmalbaf bij deze film lijkt op die van zijn beroemdere landgenoot Abbas Kiarostami toen deze het navrante Home-work maakte. Kiarostami ondervroeg tientallen schoolkinderen over hun dagelijks leven en maakte zo een pijnlijk en prachtig portret van zijn land. Makhmalbaf schoof bewust iets dichter in de buurt van de fictie, wat zijn documentaire verwarrend en spannend maakt. Het is soms niet meer duidelijk wie voor wie een rol speelt - met de voor filmmaker spelende filmmaker voorop - en dat levert adembenemende cinema op. Hoe een eenvoudig idee kan leiden tot een grootse en complexe film. Over het leven zelf.