Appeltjes van Oranje

Gevaar op de weg

De inspanningen van Pieter van Vollenhoven als voorzitter van Veilig Verkeer Nederland hebben qua impact op de eigen familie nog steeds niet tot het gewenste resultaat geleid. Als een Oranje plaatsneemt achter het stuur, gaat traditiegetrouw alarmfase één in. Misschien heeft het iets te maken met het aristocratische onvermogen om zich aan te passen aan de kleinburgerlijke middelmaat van het wegverkeer. In ieder geval gaat het telkens weer mis.

Willem-Alexander belandde in zijn studententijd in Leiden al eens met zijn BMW in de sloot aan de Pesthuislaan en op weg naar de wintersport reed hij korte tijd later met Emily Bremers naast zich een Volvo 850 glt Station met Duits kenteken stuk tegen de vangrail. Máxima voegde zich vorige week donderdag in deze traditie. Bij het verlaten van paleis Huis ten Bosch reed ze op de Leidsestraatweg een Smart-car aan.

Recordhouder is natuurlijk nog altijd prins Bernhard, wiens eerste auto-ongeluk alweer dateert van 29 november 1937, toen hij op de Muiderstraatweg bij Diemen in een opgevoerde Ford met een snelheid van naar schatting 160 kilometer per uur opreed tegen een grote zandwagen. De weg was ter plekke van de inrit met rode vlaggen en lantaarns voorzien, maar dit mocht niet baten. De door Bernhard bestuurde auto botste op de rechterweghelft op de achterkant van de zandauto. De prins liep een zware hersenschudding, een schedelbasisfractuur en verschillende gebroken ribben op. Zijn passagier, hofjager Van der Spek, brak een knieschijf. Wilhelmina was des duivels. De prins wilde de chauffeur van de zandwagen een proces aandoen, maar Wilhelmina verbood dat.

Bernhard bleef een gevaar op de weg. Toen zijn Alfa Romeo twintig jaar later in de buurt van Voorthuizen werd gehinderd door een vrachtwagen, reed hij de bestuurder klem en nam hij diens rijbewijs in beslag. De verbouwereerde chauffeur, een 51-jarige Schiedammer, zag niet in wat hij fout had gedaan. «Ik keek heel goed uit.» Wederom zou de prinselijke bolide sneller dan het licht zijn geweest. «Zijne Koninklijke Hoogheid bezit evenmin als welke andere burger in onze gemeenschap enig zedelijk recht persoonlijke documenten in beslag te nemen», schreef het Haarlems Dagblad toen.

En nu dus Máxima, wier verkeersongeluk met enig mysterie is omgeven. Het slachtoffer van het ongeluk, de Wassenaarse vleeshandelaar Gerrit Jan van der Bent, die een been brak, geeft in De Telegraaf van dinsdag 23 oktober jongstleden ruiterlijk toe dat hij eigenlijk niet op de bosrijke Leidsestraatweg had mogen rijden. De weg geldt als privé-terrein. Alleen met een speciaal pasje mag men er rijden, een voorrecht dat is gereserveerd voor bewoners, gasten en personeel van het paleis en die van een nabijgelegen serviceflat. Het is echter een populaire sluiproute naar Wassenaar. Zeker is dat Máxima in elk geval een bernhardiaanse invoegmanoeuvre heeft gemaakt. Opmerkelijk is ook dat zij haar voertuig zelf bestuurde. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst werd Máxima wel begeleid door een volgauto met bewaker, maar dat kan er later ook bij verzonnen zijn.

In kringen van Oranje-watchers wordt druk gespeculeerd. Was er een driftige woordenwisseling ten paleize voorafgegaan aan Maxima’s overhaaste vertrek uit Huis ten Bosch? En met wie dan? Met Beatrix misschien, die haar aanstaande schoondochter als een grote concurrente ziet nu deze veruit de populairste Oranje aller tijden dreigt te worden? En was er inderdaad drank in het spel? De pers berichtte dat Máxima na het ongeluk de blaastest had ondergaan, waaruit zou zijn gebleken dat zij «niet te veel had gedronken». De RVD was daar niet blij mee: «De RVD betreurt in hoge mate dat ondanks de mededeling dat er geen sprake is van enig alcoholgebruik, hier en daar toch de suggestie is gewekt van het tegendeel.»