Profiel: Ahmadinejad, medespeler

Gevaarlijk spel

Sport en politiek hebben in Iran alles met elkaar te maken. President Ahmadinejad, afgelopen week welkom noch aanwezig in Neurenberg, probeert voetbal voor eigen doeleinden te gebruiken. Hij speelt met vuur.

In het land van de ayatollahs zal het wereldkampioenschap voetbal deze maand groots worden genoten. De Iraanse voetballers – die door het officiële persbureau Isna zuinigjes «het hart van Perzië» worden genoemd, waar Irans sportkranten liever termen gebruiken als «de Lievelingen van de Almachtige» of «de Bloemen van een Glorierijke Natie» – zullen op 150 door de regering beschikbaar gestelde projectieschermen in de grote steden te zien zijn, en natuurlijk op de staatstelevisie. De koranlezingen voor- en achteraf zijn integraal en direct, maar kijkers zullen de wedstrijden met een vertraging van drie seconden zien: die marge heeft de censor nodig om het beeld weg te draaien bij schaars geklede fans, tegen het Iraanse regime gerichte spandoeken of andere ongeschikte beelden. Alle staatsemployees zijn tijdens wedstrijden van het nationale elftal gegarandeerd vrij, behalve soldaten en politie.

Die laatste wacht de onmogelijke taak om de orde te bewaren als Iran een wedstrijd weet te winnen. Wat dat betreft heeft Iran, waar het regime elke ongecontroleerde uitbarsting van massale bevangenheid wil voorkomen, een mooie reputatie opgebouwd. Vorig jaar brak een spontaan volksfeest los toen Iran zich tegen Bahrein wist te kwalificeren voor het WK. Daarbij feestten, tot onvrede van het religieus leiderschap, vrouwen bij duizenden mee tussen de hossende mannen. Maar dat feest viel nog in het niet bij de volksvreugde die zich van het land meester maakte in 1998, toen Iran zijn tot nog toe enige WK-wedstrijd wist te winnen, tegen niemand minder dan de Grote Satan. De overwinning werd in de hoofdstad van de islamitische revolutie gevierd «als het carnaval in Rio», aldus het Duitse voetbalblad Kicker.

Het is wellicht verrassend, maar Iran is compleet voetbalgek. Het spel wordt met een Aziatische passie beleden, waar Europeanen de laatste jaren vreemd van opkijken, zoals bij de Koreaanse manie tijdens het WK van 2002. Het land waar ik eens de televisie op mijn hotelkamer aan zette om te zien wat Koreanen zoal kijken en tot mijn surrealistische verbijstering in een live verslag van de competitiewedstrijd nac-psv viel, maar dit terzijde.

Iran is in dit opzicht niet anders dan Oost-Azië, waar Europese voetbalcompetities worden gevolgd zoals op Wall Street de dollarkoers. Het land kent maar liefst twaalf dagelijkse sportkranten, die alles schrijven wat er over voetbal te schrijven is en met een vrijheid die op geen enkel ander terrein in Iran denkbaar is. Dat levert zo’n spervuur aan heftige kritiek op dat de (Kroatische) bondscoach Branko Ivankovic het niet meer aankan: hij heeft al aangekondigd na het WK te stoppen, omdat hij niet kan werken in de eindeloze stroom aanvallen op zijn aanpak. Hij laat Iran naar de smaak van de tifosi te verdedigend voetballen en ligt immer onder vuur om zijn selectiebeleid. Arie Haan, de beoogde opvolger, mag zijn borst natmaken.

De grenzeloze populariteit van voetbal is pas opgebloeid na de islamitische revolutie en de oorlog met Irak. Over de reden daarvan valt alleen te speculeren, maar het ligt voor de hand dat de overwegend jonge bevolking – rond de helft is jonger dan 25 – en het verbod op allerlei vormen van onislamitisch vermaak ermee te maken hebben. Het voetbal in Iran wordt volgens de legenden gespeeld zoals dat in het Europa van Ooit gebeurde: met goedkope of zelfgemaakte ballen in de steegjes en krappe pleintjes van de volksbuurten, waar de uitbundige pingelaars worden gekweekt in plaats van de tactische schuivers.

Het zal niet verbazen dat de stijgende voetbalkoorts door de Raad van Hoeders met argusogen wordt bekeken. Niet-religieuze passies zijn riskante passies. Plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen voor iets anders dan bidden of het vervloeken van Amerikaanse presidenten zijn gevaarlijke plaatsen. In de stadions is dan ook altijd genoeg controlerend volk aanwezig, maar de ayatollahs zijn er niet gerust op. De sfeer is er «om te wenen» zo deplorabel, schreef een krant die spreekbuis is van hardliners. Bedoeld wordt: de fans gedragen zich onislamitisch plat en opgefokt.

Maar maatregelen tegen voetbal zijn riskant en bovendien valt voetbal soms prima te gebruiken voor politieke doeleinden. In 1998 bijvoorbeeld, toen Iran bij het WK in een groep met de Verenigde Staten kwam te zitten. De crisis van het moment ging destijds om Irans raketprogramma en het land werd bevangen door een waan van voetbalhaat die door de regeringsgezinde pers naar steeds grotere hoogten werd opgezweept. De hele regio raakte erdoor bevangen, al betwijfelden vele Arabieren of dat politiek gewenst was. Een Egyptische krant schreef: «Het Arabische verlangen naar [een Amerikaanse nederlaag] toont onze zwakte om de VS onder druk te zetten om hun Midden-Oostenbeleid. De Arabische publieke opinie moet afzijdig blijven, met name omdat de Arabisch-Iraanse betrekkingen niet op het gewenste niveau zijn.»

Wie ook niet aan de chauvinistische manie mee wensten te doen, waren de Iraanse coach en spelers. Die hadden al voor de wedstrijd aangekondigd te laten zien dat er tussen het Amerikaanse en Iraanse volk geen onoverbrugbare haat bestond en dat zij op het sportveld vrienden konden zijn. De regeringen in Washington en Teheran moesten toezien hoe de spelers van beide teams in een onverhulde motie van afkeuring tegen de confrontatiepolitiek elkaar voor de wedstrijd omhelsden, geschenken en bloemen gaven en foto’s namen. Wat het Iraanse regime uiteraard niet belette volle munt te slaan uit de overwinning van de «helden van Lyon», die de Grote Satan op de knieën hadden gedwongen.

Voetbal is derhalve een kracht waar het Iraanse regime rekening mee moet houden. Het is in eigen voordeel te gebruiken, maar helemaal te manipuleren is het niet. China merkte dat al toen het opgeklopte nationalistische vuur rond het Aziatisch Kampioenschap van 2004 leidde tot anti-Japans geweld van onbeheersbare meutes. Niettemin heeft de nieuwe, conservatief-populistische president Ahmadinejad verkozen het voetbalvuur aan zich te verbinden. Hij bazuint overal rond dat hij een groot fan is en vertoonde zich menigmaal in trainingspak bij het nationale elftal om zich te laten fotograferen terwijl hij «meetrainde».

Ook wilde hij wel naar Duitsland, liet hij weten, waarop de WK-organisatie strak in de stress schoot. Er wás al controverse over het Iraanse team, omdat de Grünen de Perzen wilden uitbannen om Ahmadinejads anti-Israëlische en antisemitische opmerkingen en de extreem-rechtse npd juist aankondigde steunmarsen te organiseren voor het bevriende (lees: ook anti-joodse) team. Ahmadinejad bleek tot overmaat van ramp interesse te hebben in de openingswedstrijd van zijn team tegen groepsfavoriet Mexico. Dat was nog niet zo pijnlijk, wel dat die wedstrijd in Neurenberg werd gespeeld, plaats van de nazipartijdagen en Hitlers rassenwetten. Ahmadinejad was niet in het minst verbaasd over de ophef. «Er is nu eenmaal een wereldwijd netwerk van zionisten actief, ook in Europa», stelde hij, al liet hij de kans om stennis te schoppen vooralsnog lopen.

Mogelijk wil hij bondskanselier Merkel ontzien, een uitvloeisel van de relatief goede band die Duitsland en Iran altijd hebben behouden, ook na de islamitische revolutie, en die zich ook uitstrekt tot het voetbal. De beste Iraanse voetballers spelen in de Bundesliga, bij clubs als Bayern München (waar de Iraanse sterspeler Ali Karimi de bank warmt en Ali Daei, die meer interlanddoelpunten scoorde dan welke speler ook, nooit doorbrak) en hsv (Mehdi Mahdavikia).

Maar om bij de politiek te blijven: heibel zoeken met Europeanen is natuurlijk in Ahmadinejads voordeel, maar dat geldt bepaald niet voor een andere partij waarmee hij in conflict kwam in zijn pogingen de volkspassie voor voetbal aan zich te binden: zijn eigen beschermheren en de machtigste partij in het land, de ayatollahs in de Raad der Hoeders. Een met de voetbalpassie gepaard gaand probleem vormen namelijk vrouwen. Hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, het recht om te voetballen en naar voetbal te kijken is een serieus maatschappelijk strijdpunt. Dat geldt voor het recht om voetbal te spelen, iets wat nu oogluikend wordt toegestaan en waar de vrouwenrechtenbeweging een enorme opsteker boekte door – uiteraard – thuis tegen Duitsland te mogen spelen, met beide partijen ondanks het ontbreken van mannelijke toeschouwers in islamitische kledij. Maar het uit zich nog veel meer in de strijd om stadionbezoek, recentelijk geïllustreerd door een controverse om een komische film, waarin vrouwen zich in allerlei bochten en vermommingen wringen om stadions in te komen, hetgeen uiteindelijk verboden wordt.

Ahmadinejad maakte de fout ook de vrouwelijke voetbalfans te willen plezieren en stelde voor vrouwen toe te laten in de stadions. Toen dat gemor opleverde, verdedigde de president zich door te claimen dat de aanwezigheid van vrouwen en families in stadions (in aparte vakken uiteraard) «de kuisheid zou bevorderen», omdat mannen zich er beschaafder door zouden gedragen. Het was het startsein voor een verhitte polemiek, waarbij een fundamentalistisch parlementslid zelfs «voorspelde» dat dit soort blasfemie op protesten van zelfmoordcommando’s zou stuiten. Het lokte een interventie van de Raad van Hoeders uit, die negatief voor hun oogappel uitviel: het is «onislamitisch voor een vrouw om naar de benen van een haar onbekende man te kijken», bepaalden de geleerden, «zelfs als zij daar geen plezier aan beleeft».

Nu is die visie ongetwijfeld te rechtvaardigen met passages uit de koran, maar het feit dat vrouwen wel naar voetbal op televisie mogen kijken en aanwezig mogen zijn bij basketbal- en volleybalwedstrijden tussen mannen suggereert dat de werkelijke reden iets anders ligt. Bij de «deplorabele sfeer», suggereren critici: de opgefokte massa’s in de stadions die onvoldoende te controleren zijn. Die zich waarschijnlijk niet op de vrouwen zullen storten, maar de islamitische omgangsvormen wel steeds minder belangrijk zullen vinden, eerst in de stadions en daarna erbuiten. Die zich misschien helemaal niets aantrekken van de aanwezigheid van vrouwen en de vrouw steeds minder op een voetstuk zullen plaatsen. Die de islamitische waarden steeds meer kwijtraken op de tribunes van het stadion. Voetbal blijft voor de islamitische republiek een gevaarlijk spel.