Film

Gevaarlijk spel

FILM Interview

In navolging van journalist Pierre (Steve Buscemi) in Interview moet ik ‘Sienna Miller’ (‘Katya’ in de film) googlen, want ik heb geen idee wat voor films zij heeft gemaakt. En het blijkt al gauw dat de blonde, bloedmooie Sienna net als Katya in de film werkelijk niets van echte waarde op haar naam heeft staan. In die zin is Sienna/Katya de belichaming van een moderne celebrity-_vorm, namelijk beroemd zijn door niets anders dan het idee van beroemd zijn. Hoewel, Katya kan zich in de film nog beroepen op haar status als _scream queen, ster van een serie populaire horrorfilms. Zelfs dat is Sienna niet beschoren. Tussen 2005 en 2006 was ze nummer 48 op de lijst Hot 100 van het blad Maxim en nummer 2 in de Top 99 Meest Begeerlijke Vrouwen van Askmen.com. Al met al een bijzondere prestatie voor een ‘actrice’ die geen enkele goede film op haar naam had staan. Daar komt nu evenwel verandering in, want Interview is een goede film.

Het origineel uit 2003, geschreven door Theodor Holman en geregisseerd door Theo van Gogh, weerspiegelde de tijdgeest perfect. De film was, en is, het product van een land waarin het presenteren van een televisiespelshow als iets waardevols wordt gezien, maar ook een land waarin men vanuit hoge culturele sferen neerkijkt op een actrice als Katja Schuurman en op het soort films waarin ze speelt, bijvoorbeeld Costa!. De culturele politiek van beide versies van Interview dicteert dat oppervlakkige beroemdheid een euvel is, maar ook dat het blindweg, uit snobistische overwegingen bekritiseren van de wereld van dat soort beroemdheid net zo slecht is – vandaar de pathetische figuur van de alcoholistische, zure journalist (Pierre Bokma/Steve Buscemi) die het sterretje Katya/Katja moet interviewen.

Een grote troef in de nieuwe film is de chemie tussen Buscemi en Miller. De wijze waarop ze op elkaar inspelen, als Hepburn en Tracy, is te danken aan uitstekend acteerwerk door beiden, maar ook aan de veelgeroemde ‘Van Gogh-stijl’, dat wil zeggen het systeem van draaien met drie camera’s, waarbij er twee op de hoofdrolspelers zijn gericht en één beide spelers en de set in beeld brengt. Doordat de interactie tussen de spelers snel is en er vaak improvisatie plaatsvindt, is het aannemelijk dat de film voor een groot deel op de montagetafel werd ‘gecreëerd’. Het gevolg hiervan is dat de film ondanks zijn duidelijk theatrale karakter – het is in essentie een anderhalf uur durend gesprek – door en door film blijft.

Dat gesprek neemt de vorm aan van een gevaarlijk, psychologisch spel, waarbij de vraag overheerst wat echt en wat onecht is. Dat raakt de kern: als ik naar ‘Sienna Miller’ op het internet zoek, dan zoek ik niet zozeer naar een mens van vlees en bloed als wel naar een beeld, een symbool, een schijnbeeld. Het doorbreken van deze perversiteit, vermoed ik, was de reden waarom Van Gogh en Holman (en Hans Teeuwen) Interview in eerste instantie hebben willen maken. Want dat spel – die duivelse driehoek van beroemdheid, het acteren en de narratieve film als kunstvorm – is uiteindelijk een gotspe, het corrumperen van het echte leven, van de ‘waarheid’.

Zonder dat de magie van cinema maar een seconde in het gedrang komt, is er ontnuchtering aan het einde van Interview, bij zowel de kijker als de personages. Dat maakt Interview tot een rijke, gelaagde film, een mooie film, waarin Miller laat zien dat ze haar beroemdheid toch verdient, en waarin Buscemi zijn beste rol speelt sinds zijn magistrale seriemoordenaar Garland ‘The Marietta Mangler’ Greene in de actiefilm Con Air (1997). En het allermooiste is dat Interview maar de eerste van drie Amerikaanse Van Gogh-remakes is. Er is veel, heel veel om naar uit te zien.

Te zien vanaf 10 mei