Gevaarlijke foefjes om de waarheid te kopen

Als de politie op het spoor komt van een of andere al dan niet goed georganiseerde criminele groep, betekent dat dat er per definitie een aantal verdachten is.

Ons Wetboek van Strafvordering, dat uit 1926 stamt, bevat een bepaling die naar gewoon spraakgebruik verbiedt dat voor veroordeling van de een gebruik wordt gemaakt van de belastende verklaring van de andere verdachte. Het handboek van Blok-Besier uit 1926, de autoriteit, geeft als reden dat medeverdachten er nagenoeg altijd belang bij hebben elkaar te bezwaren. In zijn handboek uit 1994 zegt het tegenwoordige lid van de strafkamer van de Hoge Raad, mr. Corstens, dat dit voorschrift volkomen opzij is gezet en dat er sprake is van een ‘processuele foef’.
Ruimhartige toepassing van deze regel, als door de wetgever bedoeld en door Blok en Besier als vanzelfsprekend aangenomen, zou in onze tijd ondenkbaar zijn en vele zaken laten mislukken. Maar de wet moet daar wel aan worden aangepast.
Dat is de eerste trap.
De tweede ontstond geruime tijd na de Tweede Wereldoorlog. Soms immers waren boeven solidair, misschien meer uit vrees dan uit liefde voor elkaar. Daarom was het zaak dat anderen, liefst politiemensen, omdat die van wat zij meemaken meteen een proces-verbaal kunnen opmaken, infiltreerden in dergelijke criminele organisaties: het bewijs, als het ware, gingen halen en niet wachtten tot het werd gebracht.
Daarbij speelt de foef natuurlijk ook een rol, want infiltratie lukt niet als de infiltrant bij het gilde binnenkomt met de mededeling dat hij van de politie is.
De infiltrant mag niet alles. Hij mag binnen de criminele groep niet het initiatief nemen tot strafbare feiten. Aanvankelijk ging het over kleine infiltratie van korte duur: pseudo-koop van (hard of soft) drugs. Later werd infiltratie een langdurige aangelegenheid met behulp van al dan niet criminele burgers.
De derde trap van de raket is ook aan het afgaan. Als het niet lukt door de verklaring van andere verdachten zonder meer, en ook niet door infiltratie, laten we dan iemand uit de groep kopen. Welk produkt kopen we dan? Een belastende verklaring. En wat is de prijs? Vermindering of liefst kwijtschelding van straf. Ook als de gekochte medeverdachte die zijn diensten aanbiedt of om wiens diensten wordt verzocht, de hoofdverdachte is. En in het bijzonder in dat geval. Want een slimme hoofdverdachte zal, als het hem te heet onder de voeten wordt, zonder scrupules op de voor de hand liggende idee komen zijn onderhorigen als de hoofdschuldigen aan te geven om zo zelf vrij uit te gaan.
Wat gekocht is, is niet de waarheid. Of die wordt meegekocht, hangt in dit soort genootschappen nogal van het toeval af. Gekocht wordt die belastende verklaring die de vervolging in staat stelt tot een sluitende bewijsvoering te komen. Soms zal dus een leugen worden gekocht.
Ik heb het al eens gezegd en ik herhaal: hieraan beginnen is gevaarlijker dan de criminele organisaties zelf zijn. Het is heulen met de misdadiger(s) om de misdaad uit te roeien. Ik denk bovendien dat dat niet lukt.