Economie

Gevaarlijke spelletjes

Het zal door de lente komen dat politici in de Verenigde Staten en Europa plotseling ‘groene scheuten’ en ‘lichtpuntjes’ ontwaren in een verder troosteloos landschap. Op internet, in kranten en op radio en tv kraait men dat het diepste punt bereikt is; Goldman Sachs, JP Morgan, Bank of America boeken winst, de indices stijgen weer en sommige banken denken er hardop over om de staatssteun van gisteren te retourneren.
Dit optimisme steekt schril af bij de rapporten van het IMF die vorige week zijn verschenen. Niet alleen meldt het IMF doodleuk dat banken nog drie keer zoveel moeten afschrijven als ze tot nog toe hebben gedaan, ook schrijft het dat het merendeel daarvan voor Europese rekening komt. De oorzaak is de sterk verslechterende betalingspositie van bedrijven en huishoudens als gevolg van de teruglopende economische bedrijvigheid. Het IMF raamt de krimp van de wereldeconomie in 2009 op 1,3 procent. Volgens het instituut is dit een van de belangrijkste terugkoppelingsmechanismen tussen de reële en de financiële economie: hoe eerder de slechte leningen worden afgeboekt en de kredietverlening normaliseert, hoe sneller het voortgaande rottingsproces tot staan kan worden gebracht, en vice versa. Het is deze redenering die ten grondslag lag aan de wanhoopskreet van de directeur van het IMF aan de vooravond van de G20-top op 2 april in Londen dat elk besluit loos zou zijn als er geen internationale oplossing zou komen voor de slechte leningen. Die oplossing kwam er niet. Geen wonder dat de rapporten van het IMF zulke deprimerende lectuur opleveren.
Dat Europese banken de zwaarste klappen nog voor de boeg hebben, komt door de nieuwe fase waarin de crisis terecht is gekomen. De financiële krimp van vorig jaar werd veroorzaakt door de waardedalingen van Amerikaanse woningen en de financiële torentjes die op de bijbehorende hypotheken waren gebouwd. Dit raakte Amerikaanse banken het eerst en kwam pas na het faillissement van Lehman Brothers in Europa terecht. Britse, Belgische, Nederlandse en Zwitserse banken werden midscheeps geraakt. De rest van Europa bleef goeddeels buiten schot. Dat gaat in 2009 veranderen, aldus het IMF. De exportgeoriënteerde Europese economieën worden zwaar getroffen door de inzakkende wereldhandel. Vandaar dat in 2009 de rekening vooral bij Europese banken, verzekeraars en ook pensioenfondsen ligt.
Nederland krijgt het twee keer voor de kiezen. Verontrustend is een overzicht van eerdere financiële crises die het IMF geeft. Bij vrijwel alle crises van de afgelopen twee decennia waren Nederlandse banken betrokken. De sterke verwevenheid van Nederland met het Anglo-Amerikaanse financiële kapitalisme is daar debet aan. Ook aan de hypotheekcrisis van vorig jaar was het Nederlandse bankwezen dus medeschuldig. Franse en Duitse banken is dat grotendeels bespaard gebleven. Die komen nu pas, nu de financiële crisis een economische is geworden, in de gevarenzone.
Helaas geldt dat ook voor Nederlandse banken. Ronduit somber zijn namelijk de vooruitzichten voor Oost-Europa. De vrees is dat financieel nationalisme zal leiden tot het stopzetten van de kredietverlening aan Oost-Europa, onder de noemer: eigen middenstand eerst. Als gevolg daarvan droogt de kredietverlening aan Oost-Europa op. De kettingreactie die dat veroorzaakt, zal uitmonden in een faillissementsgolf die de West-Europese belangen aldaar hard raakt en banken zal dwingen tot forse afschrijvingen. Volgens de Financial Times hebben Nederlandse banken in landen als Polen en Rusland belangen van meer dan honderd miljard euro uitstaan. In het slechtste geval betekent dat afboekingen van rond de vijftien miljard euro, meer dan de twaalf miljard die de staat tot nog toe in het bankwezen heeft gestoken.
Dat het beter lijkt te gaan met de financiële markten en dat Amerikaanse banken over het eerste kwartaal van 2009 weer winst hebben gemaakt, is dus geen prelude op een nakende lente. Eerder duidt het erop dat het monetaire beleid van gratis geld voor banken zonder eisen om deze ‘korting’ aan klanten door te berekenen succesvol is geweest. Het resultaat is het paradoxale beeld van rijke banken en arme bedrijven en huishoudens dat we nu zien. Waarom reppen politici als Obama en Merkel dan toch van groene scheuten en lichtpuntjes? Waarschijnlijk spelen zij een psychologisch spel met de kiezer. Als je consumenten de put in kunt praten, kun je ze er ook weer uit praten. Het welslagen daarvan hangt echter van twee voorwaarden af: de reputatie van de verteller en het waarheidsgehalte van het verhaal. Met name aan dat laatste schort het, zoals de IMF-rapporten leren. En dan wordt het een gevaarlijk spel; de politicus die kulpraatjes verkoopt zet namelijk zijn functie op het spel en zaait daarmee de populistische storm van morgen. Praatjesmakers zijn het daar in Berlijn, Washington of Den Haag!