Gevallen en opgestaan

John de Mol verzamelde een vermogen, viel en stond op, werd internationaal beroemd om minstens twee televisieformats, Big Brother en The Voice, had diepgaande invloed op de Nederlandse televisiewereld en werd maar liefst drie keer (1999, 2005 en 2011) uitgeroepen tot omroepman van het jaar.

En hij had/heeft een flinke poot in tal van zenders, mediabedrijven en televisieproducties. Een fenomeen dus.

Geen wonder dat onlangs, naar aanleiding van zijn zestigste verjaardag, een boek over John de Mol verscheen. Helaas is het niet het boek dat je zou wensen. Ten eerste: de hoofdpersoon had geen zin om mee te werken. ‘Geen tijd voor en bovendien past zo’n biografie helemaal niet bij zijn karakter’, schijft Jeroen te Nuijl al op pagina 1. Ten tweede: de auteur koos om die reden de gebruikelijke omweg: een biografie vanuit het perspectief van derden. Dat kan een prachtig verhaal opleveren. In dit geval maakte de auteur echter twee keuzes die een goed resultaat in de weg staan. De ene is dat hij de interviews met de ongeveer zestig zakenrelaties, medewerkers en vrienden van De Mol losjes rangschikte, niet volgens de voor een biografie noodzakelijke chronologische lijn. Ook maakte hij geen gebruik van ander materiaal. De andere zwakte is dat auteur en geïnterviewden zelden kritisch zijn, zodat het boek een hagiografisch karakter krijgt. Dat is niet bevorderlijk voor de kwaliteit.

Wat niet bevorderlijk is voor de kwaliteit van het boek is wél veelzeggend voor de positie en macht van De Mol. Als je in het mediawereldje zit moet je hem te vriend houden. Het gevolg is een lange verzameling lofzangen, niet alleen op ’s mans werkkracht, gedrevenheid, perfectionisme en winnersmentaliteit, maar ook op zijn karakter. Eigenlijk komt John de Mol uit dit boek toch vooral als ‘een lieve man’ te voorschijn, en dat terwijl alom bekend is dat hij een ongelooflijke hurk kan zijn. Maar, aldus de vermoedelijk ook wel juiste suggestie van dit boek, als je geen hurk bent, zul je het nooit zo ver schoppen als De Mol.

En ver schoppen deed hij het, een beetje als in het cliché-verhaal dat gaat van rags to riches. Begonnen als technisch manusje in de platenindustrie en bij Studio Sport produceerde hij al op jonge leeftijd grote spelshows als De showbizzquiz. In diezelfde periode, midden jaren zeventig, trouwde hij met de tien jaar oudere zangeres Willeke Alberti, ging hij ook met haar in zaken, kreeg met haar een kind (Johnny jr., ondertussen ook al ouder dan 35), vestigde zich zelfstandig (1979) en scheidde (1980). Een flink aantal lastige jaren volgden, maar eind jaren tachtig, niet toevallig op hetzelfde moment dat in Nederland de commerciële televisie doorbrak, keerden de kansen en behaalde De Mol met Medisch Centrum West (1988-1994) en Love Letters (1990-2005) zijn eerste grote successen – zijn zusje Linda door laatstgenoemd programma overigens eveneens.

Vanaf dat moment is De Mol niet langer het kleine broertje van concurrent Joop van den Ende en evenmin een loopjongen van de omroepbazen. Hij is een almaar sterkere pilaar in medialand. Weliswaar dreigde die pilaar regelmatig om te vallen, maar steeds weer richtte hij zich na elke val sterker op. Ondertussen is dit zo vaak gebeurd dat je in de Nederlandse mediawereld onmogelijk om John de Mol heen kunt. Zo maakte (1994) en verkocht (2000) hij samen met gewezen concurrent Van den Ende Endemol. Met ditzelfde bedrijf richtte hij in 1996 Sport7 op. Het werd een opzienbarende mislukking. De mislukking herhaalde zich tien jaar later, met Talpa. Maar toen kon De Mol dankzij de verkoop van Endemol, het succes van Big Brother en zijn voortdurende aanwezigheid, zowel financieel als inhoudelijk in de Nederlandse televisiewereld al niet meer stuk. Enkele jaren geleden versterkte hij met het succesvolle programma The Voice zijn greep op de tv-wereld nog verder.

‘Verkommercialiseerde, onkritische, nietszeggende, kwaliteitsloze, voorspelbare, rechtse programma’s’

De cruciale (in dit boek niet gestelde) vraag is vanzelfsprekend: wat betekent een dergelijk fenomeen voor het Nederlandse medialandschap? Om die vraag te beantwoorden moet je eigenlijk terugkeren naar de jaren dat De Mol zijn carrière begon, een generatie geleden. Toen werd alles waar hij voor staat door serieuze media en serieuze mensen met de nek aangekeken. Dallas bijvoorbeeld, de serie die in Nederland in 1981 op de buis kwam, werd in kleine maar spraakmakende kring ongeveer als het einde der tijden beschouwd. Typerend in dit verband is wat een destijds spraakmakende recensent als Peter van Bueren in de Volkskrant over de massacultuur op televisie schreef: ‘Vervlakte, vergrijsde, verkommercialiseerde, onkritische, nietszeggende, kwaliteitsloze, voorspelbare, rechtse, behoudende, niet op minderheden gerichte, niet emanciperende, niet onrecht blootleggende, niet op verandering en verbetering uit zijnde, kultuurarme programma’s.’

Tegenwoordig zijn er nog maar weinig mensen die zo denken, houden degenen die eventueel wel zo denken hun mond en halen degenen die zich hierdoor aangesproken zouden kunnen voelen de schouders op. Kortom, niet zozeer het medialandschap als wel de cultuur is radicaal veranderd, ten gunste van en misschien ook wel mede dankzij John de Mol. Een generatie geleden zou hij toch een beetje als een dief in de nacht zijn geweest. Op dit moment is hij een icoon van de moderniteit: internationaal georiënteerd, actief in de media, gericht op amusement, beroemd, rijk. Het zijn de perfecte ingrediënten voor een ‘held’ van deze tijd. Times have changed. Of dat ten goede of ten kwade is – en dat is zonder twijfel winst – mag tegenwoordig iedereen zelf uitmaken.

Jeroen te Nuijl

John de Mol: Graven in een rijk leven

FC Klap, 336 blz., € 17,95