Fotografie

GEVALLEN GODIN

FOTOGRAFIE Lee Miller

Op de tentoonstelling The Art of Lee Miller in het Londense Victoria and Albert Museum is veel moois te zien. Het statige zelfportret bijvoorbeeld waarop Miller schuin op een sofa zit en de bekende ‘picknick’-foto in de bossen nabij Cannes met bevriende, schaars geklede surrealisten. Of het fragment uit Jean Cocteau’s debuutfilm Het bloed van een dichter waar ze een pokerspel met een mannelijke opponent voortijdig beëindigt met de woorden: ‘Als je geen harten aas hebt, mijn liefste, ben je verloren’, om haar aandacht vervolgens nonchalant te verleggen naar haar oogschaduw. Eén foto, echter, wist de expositie samen te vatten. Het betreft een afbeelding, gemaakt tijdens de Londense Blitz, van een gevallen, door puin omringd standbeeld van een Hellenistische vrouw. Op de linkerborst ligt een baksteen. De foto, Revenge on Culture genaamd, zegt niet zozeer iets over de aanvallen van de Luftwaffe als wel over het leven van Miller, fotomodel, modefotografe en oorlogsjournaliste.
Lee Miller (1907-1977) was gezegend met het uiterlijk van een Griekse godheid. Haar opmerkelijke schoonheid bracht haar vader Theodore, een amateurfotograaf, ertoe foto’s van zijn ‘Li-Li’ te nemen. Eenmaal volwassen verscheen haar gezicht al snel op de cover van Vogue. Na een theateropleiding te hebben gevolgd in New York verhuisde Miller eind jaren twintig naar Parijs, waar ze de leerling, geliefde en muze van Man Ray werd. Van hem leerde ze de kunst van de surrealistische fotografie, met oog voor erotiek, schaduwen en absurdisme. Beroemd is haar foto van een afgesneden vrouwenborst op een bord met daarnaast, naar goed surrealistisch gebruik, het bestek. Het was haar commentaar op het beeld van de vrouw als lustobject. Na de scheiding met Man Ray vestigde Miller – die haar onvoorspelbare levensloop later zou vergelijken met een doorweekte puzzel – zich in Egypte, waar ze trouwde met de zakenman Aziz Eloui Beyen. In de woestijn maakte ze onder meer foto’s van de enorme kloosters waarvan de vormen terug zouden komen bij Le Corbusier.

Na vier jaar sloeg de verveling toe en trok ze naar Londen, waar ze een relatie kreeg met de kunstenaar, historicus en dichter Roland Penrose. Voor zijn boek Grim Glory maakte ze foto’s van de Blitz, waaronder het eerder genoemde beeld. Als enige vrouwelijke journaliste zou ze vier jaar later, voor Vogue, met de geallieerde troepen meereizen, een odyssee langs de gevechten rond Saint-Malo in Normandië, Parijs (waar ze meteen op bezoek ging bij haar vriend Pablo Picasso) en het Münchener appartement van de inmiddels overleden Adolf Hitler. Samen met een bevriende soldaat nam ze foto’s in de studeerkamer van de Führer, waar, surrealistisch detail, een portret van de Britse koning George VI aan de muur bleek te hangen. Ook fotografeerde ze de slaapkamer met bloemetjesgordijnen (en een soort Hema-wekker). Miller liet zich tevens vereeuwigen in Hitlers bad.

Collega’s verbaasden zich over de koele wijze waarop Miller de alomtegenwoordige ellende benaderde, of het nu ging om de aanblik van een door zelfmoord omgekomen dochter van de Leipziger burgemeester of om de lijken in de vernietigingskampen. Volgens curator Mark Haworth-Booth beschikte Miller, sinds ze op zevenjarige leeftijd door een kennis seksueel was misbruikt, over het vermogen om pijn uit te schakelen. Terug in Engeland volgden de leegte, de naschok en de drank. De naoorlogse sectie bestaat dan ook vrijwel geheel uit een foto-essay over het opknappen van Farley Farm in Sussex, waarbij Penrose en Miller hulp kregen van vrienden uit de kunstwereld. Max Ernst plant er Indiaas koren, Henry Moore omhelst zijn eigen standbeeld en cartoonist Saul Steinberg stoeit met een tuinslang.

De vrouw des huizes ligt, na het harde werk, te slapen. Ze ziet eruit als de gevallen godin van Londen.

Lee Miller, Victoria and Albert Museum.

Te zien tot 6 januari 2008