Economie

Gevallen priesters

November 2008 verzuchtte de Britse koningin: ‘Why did nobody see it coming?’ Hiermee verwees ze naar de financiële implosie die op 15 september 2008 ontbrandde. Terwijl inmiddels tonnen drukinkt zijn vergoten voor de beantwoording van vragen als: ‘Hoe heeft het kunnen gebeuren?’ en: ‘Wie zijn de schuldigen?’, is de vraag van Elizabeth minstens zo prangend: waarom hebben economen, die Hogepriesters van het geld, ons niet bijtijds gewaarschuwd?
Al decennia strijden sociale wetenschappers met de kaste der economen, die er als enigen in lijken te zijn geslaagd de sociale werkelijkheid te reduceren tot getallen en algebra. In een universum dat wetenschappelijkheid gelijkstelt aan het ‘ontdekken’ van wetmatigheden is dat een niet te versmaden voordeel in de strijd om de middelen. Terwijl in
sociologiefaculteiten de verf van de muren bladdert, heeft de gemiddelde businessschool een receptiebalie met kortgerokt personeel. Daarachter zetelen de Hogepriesters van het geld die met mathematische modellen en bakken vol data de toekomstige prijzen van aandelen en opties uitrekenen.
Als de kredietcrisis ons iets heeft geleerd, dan is het dat tussen model en werkelijkheid een afgrond gaapt van emoties, wederzijdse beïnvloeding en manipulatie, toevalligheden, politiek en boerenslimheid. Het risicomanagement van banken, verzekeraars en hypotheekverstrekkers ging echter uit van rationaliteit en regelmaat. Dat dit leugens zijn weten we pas sinds kort doordat de werkelijkheid van de jaren daarvoor er toevallig voldoende op leek.
We zijn daar allemaal licht van in het hoofd geworden. Financiële innovatie zou de mensheid een nieuwe hemel van tweecijferige rendementen binnenvoeren. De analisten en handelaren die dat klusje voor ons klaarden kregen daar fikse bonussen voor. Imponeerconsumptie, te dure steden, en een groeiende kloof tussen Hogepriester en leek waren het gevolg. Niemand die daarom maalde: genialiteit krijg je nu eenmaal niet op een koopje en zolang de rendementen stegen profiteerde ook de kleine man. Totdat de werkelijkheid ons met een smak tegen het asfalt wierp. Sindsdien wanen we ons in een oud zinnenspel waarin kapitaal en arbeid de bekende rollen van dader en slachtoffer spelen.
Het wonderbaarlijke is echter dat de verteller nog steeds de econoom is. Wanhopig wenden we ons voor duiding tot dezelfde Hogepriesters die hebben nagelaten ons te waarschuwen. Ook in Nederland is het de econoom die ons wel even komt uitleggen wat er is gebeurd, hoe dat komt, waarom de schuldvraag een onzinnige is en wat er moet worden gedaan. Als wetenschap is economie bankroet – de precisie is schijnprecisie, het model ondeugdelijk, de rationaliteit een fictie, de transparantie een illusie, het getal manipuleerbaar en de voorspelbaarheid een leugen – maar de econoom oreert lustig voort. Heeft de orkaan van vandaag de wijsheden van gisteren dan niet weggevaagd? De Sweder van Wijnbergens, de Arnoud Boots, de Sylvester Eijffingers, de Lans Bovenbergs van deze wereld verkondigen nog immer hun apodictische waarheden. Meer dan arrogantie en betweterigheid past de econoom een mea culpa en de belofte van bescheidenheid.
Maar ook de media gaan niet vrijuit. Zij bestaan het om de roep om duiding te bevredigen met fora en panels van ‘topeconomen’; het is alsof de prutser zijn eigen gepruts mag becommentariëren en daar nog voor wordt geprezen ook. Ongetwijfeld is het luiheid, maar ik vermoed ook dat het een naijleffect is van eerdere heiligverklaring: economie, dat is moeilijk, daar moet je voor gestudeerd hebben, en dat hebben er in Nederland maar vier. Terwijl bij banken en toezichthouders naarstig wordt gezocht naar frisse perspectieven (door antropologen, sociologen, geesteswetenschappers en vrouwen in te huren), volgen Nederlandse media slaafs de sociaal-wetenschappelijke hiërarchie van gisteren.
Ik wil een lans breken voor meer sociologen, antropologen, politieke economen, historici en geografen in de economiepanels van morgen. Waarom niet eens een briljante economische socioloog als Olav Velthuis aan het woord gelaten? Waarom niet eens geluisterd naar de scherpe analyses van Marieke de Goede? Waarom niet de sociaal-geograaf Manuel Aalbers gevraagd om de Amerikaanse hypotheekmarkt toe te lichten? Ik zal niet verhelen dat er eigenbelang in het spel is: ik wil Paul Witteman ook wel eens een handje geven. Maar het maatschappelijk belang weegt toch echt het zwaarst: de economie is te belangrijk om aan economen over te laten. De Hogepriesters van het geld zijn van hun voetstuk gevallen. Het wordt tijd dat economie een gewone sociale wetenschap wordt, met alle twijfel, stammenstrijd en voorzichtigheid van dien.

Ewald Engelen is als financieel geograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar de effecten van de internationalisering van geldstromen op het Amsterdamse financiële centrum. Hij zal, als opvolger van Bas Jacobs, tweewekelijks voor De Groene over economie schrijven.