Gevangen

Over de door minister Teeven voorgestelde bezuinigingen in het gevangeniswezen zal nog gedebatteerd worden. Sommige van zijn eerdere standpunten moet hij herzien.

VVD-staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie aarzelt geen moment. Op de vraag, gesteld in de wandelgang van de Tweede Kamer, of het in te voeren enkelbandjesregime voor gedetineerden voor hem een bezuinigingsmaatregel is of een maatregel in het kader van de resocialisatie van gevangenen, is het resolute antwoord: een bezuinigingsmaatregel.

Gezien zijn eigen stellingname in het verleden over dit onderwerp kan Teeven ook moeilijk anders. Enkelbandjes associeerde hij met een biertje op de bank en dat was nou niet bepaald wat hij met boeven voorhad. Dan moet je dus als politicus van ver komen als je het enkelbandje nu moet gaan invoeren voor grotere aantallen gedetineerden. Maar Teeven mag dan zelf graag als antwoord geven dat het hem vooral gaat om de bezuinigingen op cellen en bewakers die dat bandje kan opleveren, zelfs in het officiële persbericht van zijn ministerie dat de ingrijpende plannen voor het gevangeniswezen vergezelde, staat dat het enkelbandje ‘tot een reductie van de recidive zal leiden’. Oftewel, dat het zal bijdragen aan een resocialisatie van de gevangenen zodat ze niet wederom in de fout zullen gaan.

Coalitiegenoot pvda zal dat zinnetje met plezier hebben gelezen. Bij de pvda gaat het juist om die resocialisatie. In een interview in de Volkskrant, kort na het aantreden van het nieuwe kabinet afgelopen najaar, wonden de pvda-Kamerleden Jeroen Recourt en Ahmed Marcouch daar geen doekjes om. Zij willen een minder eenzijdige nadruk op straffen, de lijn die Teeven en zijn vvd voorstaan, en meer aandacht voor het terug begeleiden van gedetineerden naar de maatschappij. Dat het enkelbandjes-regime moet bijdragen aan die omslag, roepen ze echter niet luid van de daken. Om de verhoudingen met een coalitiepartner goed te houden is het soms beter een politiek succesje niet te hard bij die ander in te wrijven.

Teeven kon er overigens tijdens de presentatie van zijn voornemens met het gevangeniswezen zelf ook niet omheen dat elektronische detentie, zoals het enkelbandje formeel heet, in potentie kan bijdragen aan een betere resocialisatie. Want juist omdat de staatssecretaris zelf niet wil dat de gedetineerden straks met een enkelbandje thuis met een biertje op de bank zitten, zullen ze buitenshuis aan de slag moeten. Bij de huidige proefverloven, waar het enkelbandje voor in de plaats komt, hoeft dat niet. Werken, regelmatige werktijden, het hebben van collega’s, het kan bijdragen aan het voor­komen van recidive. Teeven verkocht dat werken echter als straf. Want dat past beter bij zijn visie.

Vanuit de oppositie was er veel kritiek op de plannen van de staatssecretaris. Visieloos en gevaarlijk, waren veel gehoorde woorden in de reacties. Van de verschillende onderdelen, zoals sluiting van gevangenissen, meer personen op een cel, soberder regime en enkelbandje, behoeft echter alleen dat laatste een wetswijziging en dus formele parlementaire steun. Laten nou de huidige oppositiepartijen cda, d66, ChristenUnie en GroenLinks dat enkelbandje vorig jaar samen met de vvd al hebben afgesproken in het Lente-akkoord, een akkoord over bezuinigingsmaatregelen. En laten die vier oppositiepartijen het huidige kabinet nou aan de benodigde steun kunnen helpen in de Eerste Kamer waar vvd en pvda zelf een meerderheid ontberen. Mochten die oppositiepartijen het enkelbandje nu alsnog willen afwijzen, dan zullen ze zich dus in allerlei politieke bochten moeten wringen. Of hebben ze het enkelbandje destijds zelf ook slechts als bezuinigingsmaatregel en daarmee visieloos in het Lente-akkoord opgenomen?

Dat voor een ander voorstel van Teeven, om de helft van het aantal gedetineerden een cel te laten delen met een collega-gedetineerde, geen wetswijziging nodig is, wil nog niet zeggen dat de Tweede Kamer daarover niet met Teeven in debat zal gaan. Ook de meerpersoonscellen zijn een bezuinigingsmaatregel, simpelweg omdat er dan minder cellen nodig zijn. Maar Teeven verdedigde dit voorstel ook met de opmerking dat hij op werkbezoeken regelmatig van gedetineerden zou horen: zet me alsjeblieft met iemand op een cel. Dat argument is opmerkelijk. Tien jaar geleden kwam de toenmalige minister van Justitie, de cda’er Piet Hein Donner, met het plan voor twee gevangenen op een cel. Het was bedoeld als oplossing voor het toenmalige cellentekort. De coalitiegenoten van het cda waren destijds vvd en d66. Mochten cda en d66 als oppositiepartijen nu kritiek hebben op de maatregel dan zullen ze wederom met goede argumenten moeten komen. Zo maar roepen dat het visieloos of gevaarlijk is, is te dun. Maar dit terzijde.

De proef van Donner begon in november 2003. De minister wilde dat er gaandeweg veertienhonderd gevangenen een celmaat zouden hebben. Op vrijwillige basis zou dat gaan. Op een tweede vraag over deze meerpersoonscellen, op diezelfde wandelgang, wist Teeven vorige week ook zonder aarzeling het antwoord. Daaruit bleek dat nu, bijna een decennium later, dat streefaantal van veertienhonderd – net – niet is gehaald. Met de huidige gemiddelde bezettingsgraad van de cellen betekent dit dat nog geen tien procent van de gevangenen een celmaat heeft. Dat roept allerlei vragen op. Waren er niet genoeg vrijwillige gegadigden? Als dat zo is, dan is het argument van Teeven dat gevangenen het zelf willen niet valide. Het zou ook kunnen dat veel gevangenen er toch niet voor in aanmerking komen – ook al hebben ze zich onder het Donner-regime als vrijwilliger gemeld. Dat zou kunnen zijn omdat ze te agressief zijn of een ander kenmerk hebben waardoor ze er ongeschikt voor zijn.

Maar hoe wil de staatssecretaris dan in de toekomst zijn streefcijfer van vijftig procent halen? Of gaan er, behalve dat het celdelen in het Teeven-plan verplicht is, ook minder strenge criteria gelden bij de selectie wie er ook daadwerkelijk geschikt voor zijn? Het kunnen nog interessante debatten worden.