Gevangen geesten onbereikbaarheid wordt het taboe van de eenentwintigste eeuw. iedere boodschap moet jou in principe bereiken

‘LET DE KOMENDE week goed op hoe je bij de tramhalte staat’, luidde de opdracht van de therapeut met de mooie ogen en die heerlijk relaxte body. Angelo heette hij ook nog eens. Helaas moest ik hem delen met negentien andere slachtoffers van het moderne leven, die iedere donderdagavond vochten om een evenredige portie van zijn engelengeduld. Dat was namelijk precies waar het ons alle twintig aan ontbrak: geduld.

Hoe wij bij de tramhalte stonden? Daar hoefden we geen week op te studeren. Als gekooide dieren liepen we heen en weer over het smalle streepje stoep. We staarden elke minuut naar de klok op de hoek van de straat, en vervloekten de grote wijzer die alwéér een smal streepje verder was gekropen. Het meest onzinnige was nog wel dat hardnekkige getuur in de verte. Onze ogen gingen er helemaal van tranen, zo erg hoopten we in de verte het verlossende streepje tram op te vangen. We stapten zelfs van de stoep af en gingen midden op de tramrails staan om beter te kunnen turen. Op het gevaar af omvergekegeld te worden door een voorbijrazende taxi. Oeps, die hadden we niet gezien. Nee, natuurlijk niet! Wat er recht voor onze neuzen gebeurde, ontsnapte aan onze aandacht. Zo druk waren we in de weer met het bezweren van diverse streepjes, die zich helemaal niets aantrokken van onze ingespannen hocus-pocus.
‘Die tram kun je niet sneller maken met dat getuur’, sprak Angelo een week later wijs. We konden de wachttijd bij de halte wel beter gebruiken. Kijk eens hoe je erbij staat, ontspan die strakgetrokken spieren! Geniet van het lekkere zonnetje! Geniet van het gaatje in de drukke dag, van die paar minuten dat je even niks te doen hebt. Aanwezig zijn in het moment, dat moesten we leren. Niet almaar denken aan dingen van straks, van morgen of van gisteren. We moesten ernaar streven om het Nu te beleven. Dat was heus niet makkelijk hoor, zelfs niet voor iemand met een relaxte body en engelengeduld. Glimlachend deed Angelo verslag van zijn eigen pogingen.
Hoe hij tijdens het afwassen geplaagd werd door zorgen over de volgende werkdag - ook therapeuten zijn gewone mensen, benadrukte hij regelmatig. En hoe hij toen zijn bewustzijn verplaatste naar de sopbelletjes in het afwasteiltje, waar zijn handen gedachteloos in roerden. Wat waren die belletjes mooi, en wat voelden ze lekker aan! Dat moesten we ook maar eens proberen. Alleen tijdens het stofzuigen - de uitslover was ook nog eens geëmancipeerd - waren Angelo’s gedachten almaar weggevlogen, dat was een veel te monotone, meditatieve beweging.
Aanwezig zijn in het moment. Volgens de therapeut was dat een gegarandeerde weg naar levensgeluk. Bij mij ging het er allemaal in als koek. Ik genoot nooit van het zonnetje. Onderweg naar de tramhalte liep ik meestal nog iets voor mijn werk te lezen. Het was de enige reden dat ik met de tram ging; op de fiets kun je niet zo goed lezen.
Dat lezen had ik gisteren niet gedaan, want toen moest ik televisiekijken. Meer dan twintig zenders lagen iedere avond op mij te wachten, om niet te spreken over de opgenomen en nog niet afgekeken videobanden. Tijdens het kijken moest er getelefoneerd worden, met de mensen die op het antwoordapparaat stonden en allemaal op antwoord wachtten. Als ik een gaatje kon vinden in de drukke televisieavond, wachtte boven Rosella uit het computerspelletje dat ik al maanden probeerde te beëindigen. Die arme Rosella zat nog altijd gevangen in het reuzenhuis met de vleesetende hond. Tijdens het computeren kon ik mooi nog een paar mensen bellen - wel zachtjes op de muis klikken zodat ze niet zouden merken dat ik met mijn aandacht óók ergens anders was.
DIT WAS EEN jaar of drie geleden. Ondertussen is er alleen al in mijn huis van alles bij gekomen dat dagelijks smeekt om een paar minuten tijd. Er is een e-mail-brievenbus waar misschien wel een bericht in ligt te wachten. Er moet nodig op Internet gesurfd, want waar heb ik anders dat abonnement voor genomen. Samen met mijn zoon kwam er een videocamera in huis, die echt weer eens ter hand moet worden genomen. De namaak-Tamagotchi moet snel opnieuw gestart, daar staat nu de hele dag een miezerig geestje op te knipperen naast een sombere grafsteen. Al die nieuwe media beconcurreren de boeken en kranten die nog gelezen moeten worden, en het werk dat nog afgemaakt moet worden. Het vormt met elkaar een enorme hoeveelheid beelden en teksten die zich opstapelen voor de luikjes in het hoofd van de hedendaagse mens. En dan heb ik het nog niet over de beelden en teksten die al binnen zijn in dat hoofd, en waar ook nodig nog eens wat mee moet gebeuren.
'Het zijn de onaffe gedachten en gebeurtenissen die ons ervan weerhouden om aanwezig te zijn in het hier en nu’, was de filosofie van de gestalt-therapeut. Hij doelde op de onverwerkte jeugdherinneringen, afgebroken relaties en verdrongen gevoelens die we in onze hoofden en lichamen hadden opgeslagen, en die ervoor zorgden dat we ons niet konden ontspannen. Persoonlijk denk ik meer aan al die onaffe tv-verhalen die ik al zappend heb opgezogen. Aan de soap-personages die ik in coma heb achtergelaten zonder ze een kans te geven wakker te worden of te sterven. Aan de onafgemaakte computerspelletjes en de ongelezen e-mail die ergens in cyberspace zweeft. En aan mijn gestorven namaak-Tamagotchi’s die niet langer dan twee dagen mochten bestaan, en die ik nog nooit in volwassen vorm heb mogen aanschouwen.
Het zijn de onaffe 'gestalten’ van het mediatijdperk. Als klopgeesten dienen ze zich in je hersenen aan, zoekend naar het ontbrekende gedeelte van hun eigen verhaal. Het is hun schuld dat het me niet lukt om tijdens het afwassen alleen aan de belletjes te denken. En op mijn zoon te letten, die naast me op een emmer is gaan staan en het laatste doosje lucifers in het sop heeft gekeild. 'Mama, jij nadenken’, zegt hij als hij mijn afwezige blik bespeurt. 'Ja’, verzucht zijn nieuwe-mediamama, terwijl haar handen gedachteloos door het sop met de luciferhoutjes roeren.
Dat wordt nu al sparen voor zijn therapie. Want als je één ding niet mag als ouder, dan is het afwezig zijn. Je mag letterlijk niet te veel afwezig zijn, het kind gaat al drie dagen naar de crèche. En op de dagen dat dit niet zo is, mag je niet alleen maar achter de krant zitten. De nieuwe vijand van het kind is een afstandelijke vader die op zondag het vlees snijdt, zoals de Sire-campagne ons momenteel voorhoudt. Ze hadden ook een moeder kunnen nemen die op haar computer kijkt of er e-mail is terwijl de kleine in bad zit. Een kind heeft recht op jouw onverdunde aandacht, op quality time, zoals ze dat in Amerika noemen.
Vanuit je ooghoeken kijken of er geen ongelukken gebeuren is niet genoeg. Je moet er voor het kind zijn. Als dat al niet de weg is naar jouw geluk, dan wordt in ieder geval de kleine daar gelukkig van.
HET IS EEN nogal dubbele boodschap, die het Sire-spotje uitzendt. Het filmpje is namelijk zo indringend, dat het óók een aanspraak doet op jouw volledige aandacht. Hier moet je kijken, schreeuwt het ideële spotje vanaf het beeldscherm. Kijk naar de tv in plaats van naar uw kind.
Dat is de pest met al die moderne media. Ze worden almaar geraffineerder in het vangen van de aandacht van de consument. Zo'n Tamagotchi is niet voor niets bedacht. Dat is geen speeltje dat je weglegt als je het zat bent. Het ding staat altijd aan, net als een echt kind kun je het hoogstens laten slapen, maar uitzetten is er niet bij. Op ieder moment kan het een beroep op je doen, en als je niet snel genoeg reageert is het te laat. Dan is de gezondheid van het computerwezentje al een flink eind achteruit gegaan. Wil je niet nog een dode op je geweten hebben, dan moet het wezentje je onverdunde aandacht krijgen: je moet ermee spelen bijvoorbeeld, via een behendigheidsspelletje dat de opperste concentratie vereist.
Bij gebrek aan aandacht gaat het eivormige computertje piepen. Het is een elektronische piep, zo een die op alle apparaten zit die onmiddellijk aandacht willen. De magnetron piept als het eten klaar is. Het horloge van mijn benedenbuurman piept als er e-mail is. Bij de tramhalte, waar je probeert van het zonnetje en het moment te genieten, piept de draagbare telefoon in je binnenzak. En als ik tegenwoordig telefoneer, kondigt tijdens het gesprek een tweede beller zich aan met een vergelijkbare pieptoon.
Er is geen ontsnappen meer aan. Met de intrede van het antwoordapparaat kun je niet meer pretenderen dat een bericht jou niet heeft bereikt. En het wordt alleen maar erger als binnenkort iedereen wordt aangesloten op die zogenaamde voice mail. Een automatische boodschappendienst die alle berichten ontvangt, ook de berichten waar je helemaal niet op zit te wachten.
Onbereikbaarheid wordt het taboe van de eenentwintigste eeuw. Iedere boodschap die waarvandaan ook ter wereld naar jou wordt verstuurd, moet jou in principe bereiken. Je kunt overal van op de hoogte zijn, de schuld kan nooit meer worden afgeschoven op een gebrekkige communicatie. De uitspraak 'Ik heb het niet geweten’ wordt ongeldig verklaard en automatisch veranderd in 'Ik heb het geweten, maar ik heb niks gedaan.’ Je kunt weten dat je depressieve vriendin aandacht wil, dat er een protestmars is tegen zinloos geweld en dat de illegale buurman het land wordt uitgezet. De kennis komt ongevraagd bij jou aan huis, en nu je de kennis hebt, komt het aan op handelen. Nu we je hebben bereikt, wordt er gerekend op jouw tegenwoordigheid van lichaam en geest.
Dat is ook wat alle echte helden doen: handelen. Afwezige helden zijn er nauwelijks. De held, dat is degene die in het water sprong toen alle andere omstanders toeschouwertje speelden, verzonken als ze waren in de herinneringen aan een van de vele onaffe reddingsverhalen die ze zagen op televisie. Helden kunnen wel eens afwezig lijken, maar dat komt doordat ze zoveel in de gaten moeten houden. Als het er echt op aankomt, reageren ze onmiddellijk met hun vuisten, hun wapens of hun rappe tong. Steeds schuldiger zullen we ons gaan voelen als we niet voldoen aan die vraag om absolute aanwezigheid.
HET ENGELSE kunstenaarscollectief Forced Entertainment verwerkte dat onvermijdelijk oplopende schuldgevoel in de voorstelling Speak Bitterness, die op het afgelopen Triple X-festival te zien was in de vijf uur durende oerversie. Het is een lange litanie van bekentenissen aan het publiek. De zeven acteurs verklaren zich schuldig aan alles wat ze hebben nagelaten, maar ook aan alles wat ze hebben meegemaakt, gehoord en gezien. 'We were lost in music, caught in a trap’, citeren de schuldenaren het vrolijke pophitje van Sister Slegde. Het zinnetje klinkt ineens als een waarschuwing: verlies je nooit in muziek, dat maakt je gevaarlijk afwezig.
De popartiest die ooit bekend stond onder de naam Prince heeft die sociale dwang tot absolute aanwezigheid ooit prachtig verwoord in het nummer Positivity. Daarin vergelijkt hij de alertheid voor de dingen die op straat gebeuren met het behalen van het dagelijkse aanwezigheidsplusje. 'Have you had your plus on the day? Do we mark you present, or do we mark you late?’ Het mooie is dat hij de noodzaak laat zien van dat alerte bewustzijn, maar dat hij tegelijkertijd het verlangen oproept naar het tegendeel. Naar de tijd dat je dagenlang in je huis kon onderduiken zonder dat iemand wist waar je was. Dat je tegen de depressieve vriendin kon zeggen: 'Ik heb aan je gedacht’, zonder dat het klonk als een slap excuus voor het feit dat je haar niet had gebeld. Dat je probeerde streepjes van klokken en van trammen in de verte te bezweren, omdat je te laat was en er nog geen zaktelefoons bestonden waarmee je had kunnen bellen.
Misschien is het even afwachten tot we er allemaal genoeg van krijgen. Tot we net als de Japanners onze zaktelefoons massaal in de tram laten liggen. Tot we telefoonvirussen bedenken die de voice mail wekenlang buiten werking stellen, of die alle berichten retour afzender sturen. Tegen die tijd zullen we inzien dat we niet alleen helden nodig hebben die handelen, maar ook helden die ons voorgaan in het niet-handelen.
Iemand als de overleden River Phoenix, met name in de film My Own Private Idaho van Gus van Sant. Phoenix speelt hier een jongen met een soort slaapziekte, die hem ieder moment kan wegrukken uit een situatie. Hij valt zo plotseling in slaap dat hij zelfs niemand om zich heen kan waarschuwen. Hele stukken uit zijn dagelijkse bestaan maakt hij niet mee. Hij is telkens overgeleverd aan goedwillende mensen die hem ergens neerleggen, of aan dieven die z'n schoenen stelen. Wat Phoenix in deze film liet zien, was de noodzaak om jezelf zo nu en dan totaal te verliezen. Om je over te geven aan het leven, met alle willekeur, wreedheid en onrechtvaardigheid die daar nu eenmaal bij komt kijken. En dat is iets waar de altijd aanwezige, handelende held, niet zo goed in is.