FILM: Oslo, August 31

Gevangen in de tijd

‘Artfilm’ is na ‘arthouse film’ en ‘artistieke film’ een nieuw modewoordje. Dit zoeken naar kaders om een specifiek soort film in te passen komt nogal krampachtig over.

Medium film s high

Wat bedoeld wordt is overduidelijk, namelijk dat bepaalde films artistiek zijn, want gemaakt met een persoonlijke blik en op zo’n manier verteld dat mensen die meer geïnteresseerd zijn in de psychologie van de personages dan in een rechtlijnig verhaal er graag naartoe zouden willen. Maar hier wringt wel de schoen, want dezelfde beschrijving is toepasbaar op het werk van regisseurs die bewust een groot publiek aanspreken. De Amerikaanse criticus Roger Ebert biedt uitkomst. Hij schrijft: ‘Ik heb geen idee wat een artfilm is, maar ik weet heel goed wanneer ik naar zoiets zit te kijken.’

Precies hetzelfde gevoel had ik bij het zien van Joachim Triers nieuwe film Oslo, August 31. Het begin van de film heeft een zintuiglijk karakter: weinig tekst en een oorverdovend soort stilte. Hoofdpersonage Anders (Anders Danielsen Lie), een drugsverslaafde die op het punt staat de kliniek waar hij wordt behandeld te verlaten, probeert zichzelf door verdrinking om het leven te brengen. In het bos naast de kliniek pakt hij een zware steen op en loopt een riviertje in. Angstvallig lang blijft hij onder water. Dan breekt hij door de oppervlakte heen. Hij hapt naar lucht – hij wil dus toch leven.

De oorzaak van Anders’ verslaving en de mogelijkheden die er voor hem zijn die verslaving te overwinnen teneinde een ‘gewoon’ leven te leiden staan centraal in de film. Het verleden lijkt greep op hem te hebben. De film opent met beelden in verschillende formaten die uit zijn kindertijd lijken te komen. Anders, op weekendverlof, keert terug naar de stad van zijn jeugd waar hij met de herinnering verbonden aan die beelden wordt geconfronteerd. Deze reis gaat beide kanten op: terug naar het verleden, maar ook naar de toekomst, want de vertelling, dat wil zeggen het verhaal van Anders’ probleem, ontvouwt zich aan de hand van oude én nieuwe beelden van dezelfde stad als destijds. Zo blijft Anders eigenlijk gevangen tussen twee tijd­vakken.

Stagnatie speelt ook andere personages parten. Een oude vriend van Anders, waarmee hij ooit stevig heeft gefeest (lees: gebruikt), lamenteert over hoe saai zijn leven wel niet is geworden: midden dertig, getrouwd, kind, baan. En bijna nooit meer seks en altijd maar op de bank. Het enige wat hij nog met zijn vrouw kan is videospelletjes spelen. Dat klinkt bespottelijk, maar goedbeschouwd is het beeld effectief: twee mensen van de computergeneratie die geen echt contact meer met elkaar kunnen hebben, ook al zijn ze ooit verliefd geweest. Wat beklijft in dit leven? Wat heeft echte waarde? De horror van het leven van Anders’ vriend is hém vooralsnog bespaard gebleven, want hij probeert de draad weer op te pakken.

Maar is er een toekomst als het verleden nog zo aanwezig is? Op een gegeven moment zegt iemand: alles zal vergeten worden, dat is nu eenmaal een natuurwet. Ironie: niets wordt vergeten in deze film. Herinneringen werken als een spons; ze zuigen je op totdat geen connectie met het hier en nu meer mogelijk is.

De ‘artfilm’ – het blijft een onzinnige term. Maar wie Oslo, August 31 ziet weet inderdaad binnen een paar minuten dat hij naar een artistiek werk zit te kijken: de subtiliteit waarmee betekenis eerder door suggestie dan door openbaring wordt gecreëerd, waardoor de regisseur vooral zijn eigen hand niet laat zien. De film heeft weidsheid, zodat je erin kunt stappen en met het hoofdpersonage mee kunt voelen, om met hem het mysterie op te lossen van waar het allemaal over gaat.

Te zien vanaf 17 mei

Beeld courtesy Cinemien