KUNST Geschlossene Gesellschaft

GEVANGEN IN ENGAGEMENT

‘Het is niet toegestaan om te dromen in de cel. Je kunt jezelf niet voorstellen buiten de gevangenis, zonder meteen met de eigen situatie te worden geconfronteerd’, vertelt de Italiaanse politiek filosoof Antonio Negri (die werd geïnterviewd in De Groene Amsterdammer nummer 18) in de recent verschenen documentaire The Cell van Angela Melitopoulos. De voormalige leider van een ultralinkse beweging zat van 1997 tot 2003 in de gevangenis vanwege vermeende betrokkenheid bij terroristische activiteiten. In die periode werd hij vier maal opgezocht voor een interview over de rol die zijn gevangenschap heeft op zijn leven en zijn werk. Voor Negri is de gevangenis een archaïsch instituut. In deze werkelijkheid, ‘die steeds platter wordt’, zou er geen substantieel onderscheid meer zijn tussen het gevangen leven en het vrije leven. In de gevangenis is er geen toegang tot genot, maar de veel wezenlijker vreugde is volgens hem altijd en overal mogelijk. Ook in de gevangenis.
De twee uur durende documentaire is de hoofdattractie en de theoretische onderbouwing van een tentoonstelling over de gevangenis in Kunst-Werke, een van de belangrijkste musea voor hedendaagse kunst in Berlijn. De titel, Geschlossene Gesellschaft, is ontleend aan Negri’s beschrijving van de gevangenis.
Hoewel de gevangenis in alle vijftien getoonde werken op een bepaalde manier voorkomt, ontbreekt er een coherente thematiek. Er loopt een film van Bresson over een ter dood veroordeelde, er zijn opnamen van telefoongesprekken met een gevangene te horen en er hangt een foto van een man in een soort buitenproportionele leeuwenkooi, een zogenaamde Death Row Outdoor Recreational Facility. Misschien is het verbindende element dat alle werken een kritiek vormen op de manier waarop gevangenen tegenwoordig worden behandeld, maar die kritiek is zo banaal en eenduidig dat er geen ruimte is voor een vonkje verbeeldingskracht. Zo maakte het Nederlandse duo Jeroen de Rijke en Willem de Rooij in 2004 een serie van tachtig dia’s van de kleur oranje, omdat het volgens de bijgevoegde beschrijving de kleur is van de kleding van de gevangenen in Guantánamo Bay en tevens de nationale kleur van een ‘post-populistisch en neo-conservatief’ Nederland. Het abstracte werk krijgt daardoor meteen een hardnekkige politieke betekenis en wordt bijna even plat als het werk van Gregor Schneider, die de isoleercellen in Guantánamo Bay tot in detail nabouwde. Dat is de blote werkelijkheid, lijkt hij te willen zeggen. Daar stuit deze geëngageerde kunst ook op haar grenzen. Het is een herinnering en een bevestiging van de bestaande situatie, maar bij gebrek aan verbeeldingskracht kan het er niet aan voorbij gaan.
Voor Negri hebben de illusie en de droom een negatieve betekenis, omdat ze niets te maken hebben met de wereld waarin we leven. ‘Voordat je de werkelijkheid kunt veranderen moet je haar eerst accepteren’, zegt hij in de documentaire. Daarom spreekt hij liever van hypothese dan van droom, want een hypothese is een voorstelling die uitgaat van de bestaande wereld. De Italiaanse dichter Leopardi is voor hem het voorbeeld van iemand die in beperkte omstandigheden in staat was nieuwe werelden te scheppen, zonder de bestaande verhoudingen te ontkennen. Helaas was deze poëtische kracht de deelnemende kunstenaars in Berlijn niet gegeven.

Geschlossene Gesellschaft, Kunst-Werke, Auguststr. 69, 10117 Berlin, t/m 16 november, www.kw-berlin.de