Gevangen tussen muren van lucht

Cesare Pavese, De gevangenis, gevolgd door Ballingsoord. Vertaling: Anton Haakman. Uitg. De Bezige Bij, 139 blz., f37,90
IN HET ESSAY ‘Over mythe, symbool en zo meer’ uit de verhalenbundel Stilte in augustus stelde Cesare Pavese dat het leven van iedere kunstenaar en van ieder mens en volk een niet-aflatende poging is om de eigen mythen tot klaarheid te brengen. De mythe omschreef Pavese in dat essay als het schema van iets ‘wat eens en voor altijd is gebeurd’, en schrijven was voor Pavese dan ook een mythische handeling: het voor eens en altijd laten gebeuren van iets, waardoor het zich vult met betekenissen en zich er steeds mee blijft vullen dank zij het feit dat het, doordat het vastligt, niet meer realistisch is. In de natuurlijke werkelijkheid is geen enkel gebaar en geen enkele plek van meer waarde dan een andere. Maar in het mythische (symbolische) handelen heerst een hele hierarchie.

Deze opvattingen maken dat het lezen van Pavese mij altijd het gevoel geeft dat ik word neergezet - nee, als het ware word neergelaten - op een bepaalde plek (een stad, een dorp) waaraan vanaf het moment dat ik begin te lezen al niet meer te ontkomen valt. Dat gevoel is zo sterk dat ik soms meen dat ik dringend naar Turijn moet - een stad die Pavese meermalen in zijn boeken opvoert - en naar Santo Stefano Belbo natuurlijk, waar hij werd geboren. Niet eens om er de literaire toerist uit te hangen, maar omdat die plaatsen na het lezen van Pavese een grotere, ja een mythische betekenis hebben gekregen en ik die mythe daar aan den lijve wil ervaren. Of zoiets.
Zo lijk ik na het lezen van het zojuist in vertaling verschenen De gevangenis dan ineens weer een nieuwe vakantiebestemming te hebben: Brancaleone, in heet en droog Calabrie - het ballingsoord waar Pavese in 1935 naartoe werd gestuurd wegens politieke activiteiten.
Natuurlijk stoelt dat verlangen af te reizen naar Paveses Turijn of naar het landschap tussen Turijn en Genua dat in Stilte in augustus wordt beschreven, of naar de godvergeten, zinderende woestenij van het kustplaatsje in Calabrie dat hij in De gevangenis opvoert, op een vergissing. Ik zou er immers niet de mythische, maar de natuurlijke werkelijkheid terugvinden. De natuurlijke werkelijkheid van Brancaleone mag voor Pavese model hebben gestaan - en heeft ongetwijfeld model gestaan - bij het schrijven van deze roman, de mythische werkelijkheid van dat dorp zul je nergens anders dan in De gevangenis terugvinden. Zoals de hoofdpersoon van het boek, de uit Noord-Italie afkomstige ingenieur Stefano, ongetwijfeld veel met Pavese gemeen zal hebben, maar natuurlijk nooit volledig met hem zal samenvallen. Stefano is, zeg maar, de mythische verschijningsvorm van de natuurlijke Pavese; hij is het personage dat voor eens en altijd gebeurt.
EEN EN ANDER maakt dat de ballingschap van Pavese zelf in De gevangenis een mythisch karakter krijgt. Paveses ballingschap wordt zo meer dan iets wat he
m toevallig gedurende zijn leven is overkomen; zij wordt iets wat mij overkomt, al lezend. Dat is natuurlijk ook de reden waarom ik het gevoel heb dat ik in De gevangenis met Stefano naar dat vermaledijde dorp verbannen ben, neergelaten tussen de roze huisjes in van hitte trillende straatjes waar niets, helemaal niets gebeurt. Neergelaten in een werkelijkheid die vreemd was en waarvan de natuurlijkste eigenschap hierin bestond dat ze 'de onzichtbare muren van een cel vormden', zoals het onmiddellijk op de eerste bladzijde heet, 'gevangen gezet te midden van muren van lucht'.
Pavese heeft dat zeldzame vermogen je als lezer tot deelnemer te maken aan een wereld die je buitengewoon beklemt. Eigenlijk wil ik lezend in De gevangenis niets liever dan verlost worden van, bevrijd worden uit dat vermaledijde dorp met zijn adjudant, die 's avonds komt kijken of ik wel thuis ben, met de zinloze kletspraat van steeds dezelfde figuren in de plaatselijke osteria, met die vrouwen die op geiten lijken, of op zijn best, zoals het dienstmeisje Concia, op 'iets tussen een beeld en een geit in'.
Maar dit verlangen verlost te worden blijft steeds verbonden met de noodzaak om door te lezen. Pavese houdt je in de meest letterlijke zin geboeid, hoe weinig boeiend de wereld die hij beschrijft ook voor ons zou zijn als we gedwongen waren haar als natuurlijke werkelijkheid te ervaren.
DAT IK DE wereld van De gevangenis als beklemmend ervaar, houdt natuurlijk niet alleen verband met het feit dat er in het dorp waarin ik ben geparachuteerd, helemaal niets gebeurt. Het heeft vooral te maken met het gegeven dat in deze mythische wereld de verbanning, die gevangenschap tussen muren van lucht, een verderstrekkende, zo men wil: diepere of zelfs symbolische betekenis krijgen. Stefano's verbanning, het dorp, alles wat zich daar - door niet of nauwelijks te gebeuren - afspeelt, worden exemplarisch voor een levenshouding.
Wat Stefano in zijn gevangenschap het meeste kwelt, is de afhankelijkheid. Of, andersom geformuleerd: wat hem kwelt is dat hij niet volledig over zichzelf kan beschikken. Gevangenschap of ballingschap betekent niet dat je opgesloten blijft zitten: 'het betekent dat je afhankelijk bent van een stuk papier', stelt Stefano, en dat is dan nog maar de meest directe vorm waarin die afhankelijkheid zich openbaart: als de afhankelijkheid van het oordeel en daarmee van de goedwillendheid van de autoriteiten.
Zijn verbanning naar een vreemd, heet dorp betekent ook afhankelijkheid van mensen die je niet kent, tussen wie je een vreemdeling bent en ook blijft. En ten slotte: de verbanning is symbool voor de afhankelijkheid waartoe het leven zelf de mens veroordeelt. Of liever: het leven zelf is verbanning. Het is de ver banning uit de vrijheid, de liefde en de geborgenheid die we ons menen te herinneren van de tijd dat we nog kind waren, al ervoeren we dat toen als iets natuurlijks, waren we ons er niet werkelijk van bewust dat het hier om vrijheid, liefde, geborgenheid ging, om de zaken waar we de rest van ons leven vergeefs naar zullen blijven verlangen. Het is de verbanning die ons lijden veroorzaakt.
DE ENIGE MANIER om het lijden te beeindigen is, paradoxaal genoeg, door de verbanning compleet te maken. Een gevangene die niet langer hoopt op vrijheid, is geen gevangene meer. Precies dat is wat Stefano in deze roman probeert: 'Elke tederheid, elk contact, elke overgave werd in zijn hart vastgeklemd als in een gevangenis en getemd als een ondeugd, en niets mocht meer naar buiten, naar zijn bewustzijn. Niets mocht meer afhankelijk zijn van wat er buiten gebeurde: de dingen en de anderen dienden geen greep meer op hem te hebben. (...) Hij moest geen enkele hoop meer koesteren, maar alle verdriet voorkomen door het te aanvaarden en te verslinden in zijn isolement. Zichzelf steeds beschouwen als iemand die in de gevangenis zat.'
Zo wordt De gevangenis, de eerste roman die Pavese schreef (zij het niet de eerste die hij publiceerde), net als zijn andere werk, een poging om een krachtig 'nee' uit te spreken tegen alle verlangens en daarmee tegen de onmogelijkheid die te vervullen. Het is een 'nee' tegen het echec waarmee het leven ons opzadelt, tegen onze onvolkomendheid, ons voortdurend tekortschieten. Het is een 'nee' waarmee elke afhankelijkheid wordt geweigerd. Het is het 'nee' dat in Paveses (eind vorig jaar opnieuw uitgegeven dagboek) Leven als ambacht uiteindelijk zelfs een 'nee' is tegen de dood - tegen de natuurlijke dood, wel te verstaan, tegen de dood die komt als het hem belieft en waarvan een ieder afhankelijk is. Het is het 'nee' van de over zichzelf beschikkende zelfmoordenaar.
Het is die logica van de zelfmoordenaar, naast dat fabelachtige vermogen van Pavese de lezer de hitte, de zee, de kleur, en wat er nadrukkelijk nie
t gebeurt haast aan den lijve ta laten ervaren, die maakt dat u mij deze zomer waarschijnlijk niet tussen die muren van lucht in Brancaleone zult tegenkomen. Ik ben, vrees ik, er lezend al voor eens en voor altijd geweest.