Gevangenis in de aanbieding

Via de nieuwe bezuinigingsplannen van staatssecretaris Teeven lijkt de VVD nu eindelijk een lang gekoesterde droom in vervulling te laten gaan: het privatiseren van de gevangenissen. De discussie hierover speelt al sinds de jaren negentig, maar het politieke verzet was al die jaren groot. Nu lijkt dat een meerderheid van de Tweede Kamer, in ieder geval VVD, CDA en PvdA, de privatisering van het Nederlandse gevangeniswezen wel ziet zitten. Het beveiligingsbedrijf G4S dat nu al bewakingspersoneel levert, staat te trappelen.

Medium commentaar 13 2013 gevangenis

Het staat tussen de regels in zijn Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen 2013-2018 waarin staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie de bezuinigingsmaatregelen toelicht. Op een totaalbudget van zo’n twee miljard euro moet de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) 340 miljoen bezuinigen. Dit wil hij doen door onder meer 23 gevangenissen te sluiten, uiterlijk in 2018 de helft van alle ongeveer twaalfduizend gedetineerden in Nederland met z’n tweeën in een cel te zetten en elektronische detentie in te voeren voor straffen tot zes maanden. Het is de vraag of het sluiten van de gevangenissen de benodigde bezuinigingen oplevert. De DJIwil de 23 gevangenisgebouwen op de markt verkopen. ‘Al leent de aard van deze gebouwen zich niet altijd direct voor herbestemming’, erkent ook Teeven. Hij houdt rekening met een kostenpost van zo’n vierhonderd miljoen euro – dat is meer dan de beoogde bezuinigingen. ‘Deze kosten gaan voor de besparingen uit’, stelt ook het Masterplan.

Ook wil Teeven twee nieuwe gevangenissen laten bouwen in een publiek-private-samenwerkingsconstructie (PPS): een in Zaanstad met 1040 plaatsen en een in Veenhuizen met 576 plaatsen. De twee nieuwe detentiecentra voor vreemdelingen, op Schiphol en in Rotterdam, zijn al volgens deze pps-constructie gebouwd. Private bedrijven beheren het gebouw, de catering en een deel van de bewaking – goedkoper want het personeel heeft geen ambtenarencontract. Deze gevangenissen worden echter nog wel gerund door de DJI en dus door de overheid. Maar voor het nieuwe Veenhuizen wil Teeven nog een stap verder gaan en ‘onderzoeken of ze ook geëxploiteerd kan worden door een private partij’.

Het interessante is dat Teeven het antwoord op deze vraag al lang weet. Als staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in het vorige kabinet-Rutte liet hij dit namelijk in 2011 al onderzoeken. Hij vroeg het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) op basis van ervaringen in verschillende landen te bekijken of privatisering binnen het Nederlandse gevangeniswezen kon leiden ‘tot versobering en een hogere kosteneffectiviteit’. De conclusie was twee jaar geleden heel duidelijk: nee. ‘Alles overziend’, zo concluderen de onderzoekers, ‘geven de studies geen aanwijzingen dat privatisering in Nederland tot een betekenisvolle daling van de operationele kosten zal leiden’. Het gaat dan vooral om kosten voor personeel, voedsel en vervoer. Ook is het nog maar de vraag of de bouw van gevangenissen goedkoper is als dit wordt overgelaten aan een commercieel bedrijf. In de eerste instantie hoeft de DJI niet voor het gebouw op te draaien, maar via de contracten die worden gesloten zal het bouwbedrijf zichzelf zeker indekken en de afschrijving doorberekenen. Aannemers zijn niet gek.

Ook waarschuwt het rapport voor de risico’s. Zo kan het streven naar winst leiden tot kwaliteitsverlies en financiering op basis van een bedrag per gevangene. Privatisering kan aanzetten tot een lobby van de commerciële bedrijven voor strenger en langer straffen. Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk een morele: wil je het straffen van je onderdanen uitbesteden aan bedrijven die daaraan geld verdienen? En je kunt je afvragen waarom de marktwerking in het ­gevangeniswezen wordt doorgevoerd als uit talloze onderzoeken blijkt dat het geen kosten bespaart.