Wie bouwt Nederlands nieuwe onderzeeërs?

Gevecht in troebel water

Nederlands onderzeeboten zijn toe aan vervanging, maar door geringe politieke voortvarendheid is nog niet bekend wie de nieuwe vloot gaat bouwen. Intussen lobbyen binnen- en buitenlandse scheepsbouwers voor de miljardenklus.

De onderzeeboot Hr.Ms. Dolfijn komt aan in de haven van Den Helder na een antipiraterijmissie in het Somalisch Bassin. 2012 © Robin Utrecht / ANP

Günther is de naam. Günther Hoffman. Oud-marineofficier en ook adviseur voor het Nederlandse ministerie van Defensie. Althans, zo omschrijft hij zichzelf in het Amerikaanse vaktijdschrift DefenseNews. In een artikel dat in februari dit jaar verscheen maakt hij ronduit gehakt van enkele scheepsbouwers.

Nederland staat op het punt vier nieuwe onderzeeboten te kopen, een megaorder van zo’n 3,5 miljard euro. Maar lang niet iedereen kan zo’n onderzeeboot bouwen, betoogt Hoffman. Het Nederlandse Damen Shipyards, dat samen met het Zweedse Saab Kockums aast op de lucratieve opdracht, ontbeert het, aldus de auteur, aan technische kennis. Ook ThyssenKrupp uit Duitsland wordt door hem nietsontziend afgeschreven omdat het onderzeeboten verkocht en ‘niet bijtijds leverde aan een bankroet Griekenland’. Alleen de Franse Naval Group wordt gespaard.

Waarom zou een oud-marineofficier en onafhankelijke adviseur (met een opvallende on-Nederlandse voor- en achternaam) voor een Nederlands departement zo van leer trekken tegen nationale en internationale scheepsbouwers? En onrust stoken in een zeer gevoelig dossier? Een verklaring komt er niet, Günther Hoffman blijkt namelijk helemaal niet te bestaan, ontdekte De Groene Amsterdammer.

Het ministerie van Defensie en de marine zochten op ons verzoek naar de kritische auteur in alle medewerkers- en personeelsbestanden. Niemand kon echter een Günther Hoffman – ‘of iets dat daarop moet lijken’ – vinden. Ook DefenseNews kreeg de adviseur niet meer te pakken, op e-mails gaf hij geen antwoord. De verzonnen vogel lijkt te zijn gevlogen. ‘We denken dat de auteur een fraudeur is’, mailt het gerenommeerde vakblad ons. Het artikel wordt van de website gehaald.

Welkom in de wondere wereld van de onderzeebootlobby waar de inzet van spookauteurs die nepartikelen schrijven niet wordt geschuwd. Hoffman is namelijk niet de enige wassen neus die we tegenkomen. In dezelfde maand verschijnt op de website International Policy Digest een soortgelijk artikel. Ene Taylor Robinson claimt zijn bachelor-graad internationale betrekkingen te hebben verkregen aan de Spaanse universiteit IE School of Global and Public Affairs. In Madrid, waar de universiteit zetelt, hebben ze nog nooit van hem gehoord. ‘Robertson heeft geen bachelor bij ons.’

Op de Britse financiële website Economic Journal verscheen in dezelfde periode (februari dit jaar) ook al een artikel waarin ene Daniël Myer zichzelf presenteert als senior adviseur bedrijfsontwikkeling. Ook hij sneert naar de Nederlandse en Zweedse scheepsbouwers die in zijn deskundige ogen totaal ongeschikt zijn om de vier onderzeeboten te fabriceren. Ze zijn te onervaren voor zo’n complex project, schrijft hij. Saab Kockums heeft weliswaar voor de Zweden zelf prima onderzeeboten gebouwd. Maar dat komt, vervolgt hij, door ‘een blanco cheque’ van de Zweedse regering.

‘Ik vroeg me al af waarom een externe auteur zich zou willen richten op zo’n specifiek onderwerp als onderzeeboten’, laat hoofdredacteur Attila Vekony van de financiële site desgevraagd weten. ‘Wij kunnen niet verifiëren of hij bestaat.’ Daniël Myer reageert niet meer op herhaalde verzoeken. Dus ook Economic Journal besluit dit louche stuk van de site te verwijderen. ‘Bij nader inzien hebben we ons onbewust in troebel water begeven.’

Zich begeven in troebel water is een understatement, het gevecht om de zeer lucratieve miljardendeal heeft – om in marinetermen te blijven spreken – plaats in een mijnenveld. In die strijd worden halve waarheden en omfloerste leugens gretig door prijzige public affairs-experts verspreid. Alles wordt uit de kast gehaald om het beeld flink te manipuleren en zélf het lieverdje in de publieke opinie te worden. Want dáár zijn vrijwel alle volksvertegenwoordigers (en dus ook de bewindspersonen) gevoelig voor. Er staat ook iets op het spel: een bedrag van 3,5 miljard euro en wellicht meer, en een onderhoudscontract van twintig tot dertig jaar.

De inzet zijn de Zr.Ms. Bruinvis, Zr.Ms. Dolfijn, Zr.Ms. Walrus en Zr.Ms. Zeeleeuw. Deze onderzeeërs (noem ze nóóit duikboten) moeten uiterlijk in 2027 worden vervangen. De vier vaartuigen, de Walrusklasse genaamd, hebben dan ruim 35 jaar dienst gedaan en zijn technisch, operationeel en economisch verouderd. Oplappen is te duur en complex. ‘Zo zal de hoofdelektromotor moeten worden vervangen’, schreef oud-minister Jeanine Hennis van Defensie in 2016. Daarvoor moet ‘het omhulsel van de boot, de zogenoemde drukhuid, worden opengemaakt’. Dat is té ingewikkeld en riskant.

Dat de Nederlandse Walrusklasse niet het eeuwige leven heeft, was natuurlijk al bekend. Maar dát-ie per se vervangen moest worden, dat is nog een vraag. Althans, dat had nog een vraag kunnen zijn. Want vrijwel geruisloos, zonder al te veel tegengas, werd besloten van wel. Al jaren wordt er door de zogeheten Gouden Driehoek (de marine, het bedrijfsleven en de kennisinstituten) gemasseerd. Nederland heeft met de Walrusklasse een unieke niche in handen, echoot het steevast door de Haagse wandelgangen.

De vier onderzeeërs worden ook in Defensie-kringen bejubeld

Landen als de Verenigde Staten, Rusland, China en India bezitten nucleair aangedreven onderzeeboten. Deze zijn groot (geschikt voor raketaanvallen) en wereldwijd inzetbaar, want ze kunnen zevenhonderdduizend kilometer varen zonder te tanken, maar maken wel veel lawaai. De meeste landen hebben een zogeheten conventionele onderzeeër. Deze is kleiner en heeft een diesel- of elektrische motor waardoor die stiller is, dus moeilijker te ontdekken. Maar deze kunnen niet zo lang zonder brandstof of nieuwe batterij waardoor ze alleen dicht bij de thuishaven kunnen opereren. Nederland heeft echter conventionele onderzeeërs die – dankzij een speciale motor – wél de wereldzeeën kunnen bevaren. En dat is handig voor allerlei geheime operaties.

Ze zijn geheim, maar een aantal missies is toch uitgelekt of bekendgemaakt. In de Perzische Golf verzamelde de Zr.Ms. Walrus inlichtingen tijdens de operatie Enduring Freedom in Afghanistan. Voormalig staatssecretaris Cees van der Knaap van Defensie zei eind 2002 tegen de Wereldomroep dat de onderzeeboot op verzoek van de VS daar geheime informatie verzamelde over de marine van Iran. De Zr.Ms. Zeeleeuw verzamelde in 2006 inlichtingen voor drugsbestrijding in het Caribisch gebied. De Zr.Ms. Dolfijn bleek in 2012 deel te nemen aan een antipiraterijmissie van de Navo in de Indische Oceaan, vlak bij Somalië.

Het zijn deze heroïsche verhalen waarmee de Gouden Driehoek steevast strooit. Maar ook in Defensie-kringen worden de vier onderzeeërs gekoesterd en bejubeld. ‘Al met al worden de capaciteiten van de Walrusklasse om vijandelijke onderzeeboten tijdig te detecteren en hun positie onafgebroken te volgen des te waardevoller’, schreef oud-minister Henk Kamp van Defensie de Tweede Kamer al in 2005 per brief. ‘Temeer omdat steeds minder landen in de Navo over conventionele onderzeeboten met expeditionaire capaciteiten beschikken.’

Acht jaar later, het is 2013, spreekt minister Hennis openlijk haar steun uit voor de nieuwe onderzeeboten. Een eerdere poging van haar voorganger – staatssecretaris Jack de Vries – om de oude Walrusklasse op te knappen voor ongeveer honderd miljoen euro strandde in de economische crisis. Hennis krijgt steun van een meerderheid in de Tweede Kamer, maar de vervanging blijft voorlopig vooral een intentie.

Het zijn de nadagen van de crisis. Bovendien zitten de sociaaldemocraten binnen het kabinet-Rutte II (vvd en pvda) niet bepaald te wachten op nog meer dure defensieprojecten nu ze met hangen en wurgen akkoord zijn gegaan met de aanschaf van de jsf voor zo’n 4,5 miljard euro, en de ministeries van Financiën en Economische Zaken zijn ook terughoudend.

De lobby voor de aanschaf van vier nieuwe onderzeeboten moet dus tactisch en stilletjes plaatshebben. Hennis is bevriend met haar Duitse collega Ursula von der Leyen (die later voorzitter van de Europese Commissie zou worden). Bovendien willen de landen dat de legers nauw samenwerken. Hennis spreekt in het voorjaar van 2013 zelfs over een ‘ongekend niveau van integratie’. In Duitsland tekent ze een intentieverklaring waarin staat dat zowel Duitsers als Nederlanders ervaring hebben met het ontwerpen en bouwen van onderzeeërs en dat die gedeelde vaardigheden kunnen worden gebruikt bij de ontwikkeling van boten voor beide landen.

Achter de schermen denkt het Duitse ThyssenKrupp dus geramd te zitten. Maar het beleid van Hennis zwalkt een beetje. In november 2014, dik een jaar na de intentieverklaring, schrijft de minister in een brief dat Duitsland en Nederland gezamenlijk geen boten zullen aanschaffen. Wel wordt gekeken of Nederland met Noorwegen verder kan. De minister gaat ervan uit dat er nieuwe onderzeeërs komen, maar dat is nog helemaal niet besloten. De pvda is nog steeds niet voor.

Althans voor de bühne lijkt dat zo. Want politici en ambtenaren zinspelen al op de aanschaf. In de luwte, want veel wordt er niet over gesproken. Het jsf-spook waart nog door de wandelgangen, dus voorzichtigheid is geboden. Maar subtiele hints zijn er wel. Zo presenteren in januari 2015 het Zweedse Saab Kockums en het Nederlandse Damen Shipyards zich als hét koppel dat de Nederlandse onderzeeërs gaat vervangen. Een paar maanden later gooien het Franse dcns (het latere Naval) en het Duitse ThyssenKrupp zich openlijk in de strijd. Ze ruiken de miljarden al.

De eerste fase van de lobby loopt op rolletjes. Langzaam wordt de weg vrij gemasseerd voor de aankoop. In het voorjaar van 2016 is in de Haagse sociëteit Nieuwspoort de bijeenkomst ‘Onbekend maakt onbemind’. Aanwezig zijn ruim 150 (oud-)marineofficieren, zakenlieden en wetenschappers die allemaal vooral vóór de nieuwe onderzeeboten zijn, tekent een verslaggever van deVolkskrant op. ‘Met eerbied luistert de zaal naar “Hugo”, zoals kapitein-ter-zee Hugo Ammerlaan, de hoogste baas van de onderzeedienst, vertrouwelijk wordt aangeduid door discussieleider Jeroen de Jonge. Die directeur van TNO Defensie en oud-marineman ontpopt zich tot een fanatiek pleitbezorger van de aanschaf.’ De Gouden Driehoek is het roerend met elkaar eens deze avond. En ook ThyssenKrupp en dcns zijn alvast van de partij.

Op de avond wordt er geen enkele kritische noot gekraakt. De missies zijn geheim, dus hoe meet je hoe effectief ze zijn? Defensie brengt slechts succesverhalen naar buiten. Zijn drones niet flexibeler en goedkoper? Wordt er wel goed gelet op de centen? Walrus staat immers bij kenners in Den Haag ook voor affaire. De bouw van de Walrus en de Zeeleeuw, begin jaren tachtig, liep ernstig vertraging op waardoor de onderzeeërs 65 procent duurder werden dan begroot. Op de lobbyavond worden alle haken en ogen verzwegen.

‘Worden we er niet ingerommeld net zoals bij de JSF?’

In de Tweede Kamer zelf zijn ook vooral lovende woorden te horen voor de Walrusklasse. De sgp wil geen vier, maar zelfs zes boten aanschaffen. De pvda houdt zich wat op de vlakte, de kritische noten van met name de SP en d66 (‘worden we er niet ingerommeld net zoals bij de jsf?’) sust Hennis tijdens een kabbelend debat. ‘Er is op dit moment geen sprake van een aanschaf, noch van een besluit daarover. Dat besluit zal pas worden genomen in het jaar 2018.’

Maar een brief van de minister die in juni bij de Tweede Kamer in de mailbox ploft ademt de noodzaak van vier nieuwe onderzeeboten uit. ‘Veel dreigingen, spanningen en conflicten zullen ook komende decennia een maritieme dimensie kennen.’ En: ‘Voorts kampt de Navo met een aantal capaciteitstekorten waaraan de bondgenoten met prioriteit werken. De Nederlandse onderzeeboten van de huidige Walrusklasse leveren een belangrijke bijdrage op gebieden waar zich tekorten voordoen. Zij behoren tot de effectiefste wapensystemen op zee.’

In deze zogeheten A-brief schetst Hennis vier scenario’s. Een nauwelijks uitgeschreven alternatief is de onderzeeërs niet vervangen. Verder rept de brief over conventionele en onbemande onderzeeboten. Maar het langst wordt ingegaan op de stille variant die Nederland al heeft en overal ter wereld kan worden ingezet. En er staat een planning bij. De eerste boot moet in 2027 worden geleverd, de laatste in 2031. Maar eerst komt nog de B-brief, de eerste inventarisatie van bedrijven die mogelijk kunnen leveren.

Die brief staat voor 2018 gepland. Alleen komt deze niet. Wel komen er een nieuw kabinet en een nieuwe Defensienota, waarin de onbemande onderzeeër afvalt, met een nationaal tintje. Het Nederlandse bedrijfsleven zal in de toekomst zo veel mogelijk worden betrokken bij de aanschaf van nieuw materieel, is erin te lezen. Om dit voor elkaar te krijgen zal het ministerie ‘de Nederlandse defensie-industrie versterken, beschermen en internationaal positioneren’. Het zweet breekt bij de niet-Nederlandse botenbouwers uit. Maken ze nog wel een eerlijke kans?

Aan boord van de onderzeeër Hr.Ms. Zeeleeuw, Den Helder. 2010 © Olaf Kraak / HH

Damen Shipyards zit in elk geval geramd. Vlak voor het verschijnen van de nota staat de Nederlandse scheepsbouwer op een prominente plek in DeTelegraaf: ‘Hollandse Glorie’. vno-ncw-voorzitter Hans de Boer roemt het Nederlandse bedrijf. ‘Hiermee krijgen onze marinemensen het beste van het beste.’ In een analyse roept de krant op vooral voor Damen en Saab te kiezen, alleen al omdat zij ‘met hun boot tal van andere Nederlandse bedrijven laten meeprofiteren’.

‘Congressen kopen geen straaljagers’, was de gevleugelde uitspraak van oud-minister van Defensie Henk Vredeling toen hij het gevechtsvliegtuig f16 aanschafte tegen de wil van zijn eigen partij, de pvda. Je zou denken dat kranten geen onderzeeboten kopen. Maar in deze lobbyoorlog speelt alles en iedereen een rol. ‘Lobby is beeldvorming geworden’, zegt oud-minister van Defensie Hans Hillen (cda), nu voorzitter van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (nidv).

‘Vroeger moest je vooral veel politieke kennis hebben en feiten aandragen als lobbyist’, zegt hij. ‘Nu spelen emoties een steeds grotere rol.’ Dat begon, zegt hij, tijdens het lange gesteggel over de jsf, de f35 die door Lockheed werd gebouwd. ‘De concurrent Saab Gripen lobbyde niet door zelf te vertellen welke mooie techniek ze in huis hadden. Nee, er werd vooral gespind over wat Lockheed allemaal niet kon. Als iemand bij Lockheed per ongeluk een sigaret liet vallen, stond het bij wijze van spreken in de krant.’

Deze vorm van negatieve lobby was nieuw voor Nederland. Maar kennelijk is het bevallen, want ook bij de onderzeebootlobby speelt vooral de onkunde van de concurrent een grote rol. Zo circuleert er (ook onder journalisten) sinds januari een lijstje met de titel ‘Nieuwe onderzeeboten, nieuwe Walrus-affaire?’ Hierin wordt vooral de onervarenheid van Damen Shipyards en Saab Kockums benadrukt. Er wordt ook gewaarschuwd voor een nieuw Fyra-debacle. Met een beetje succes. De Telegraaf schrijft bijvoorbeeld: ‘De Fransen en Duitsers zijn wel ervaren onderzeebootbouwers. Met het compleet geflopte Fyra-project – het Italiaanse AnsoldoBreda bouwde zonder ervaring voor de NS een hogesnelheidslijn die snel van ellende uit elkaar viel – in het achterhoofd is dit een factor die meespeelt in de Haagse besluitvorming over megaprojecten.’

De belangrijkste boodschap van het lijstje, afkomstig van de lobby voor ThyssenKrupp, is echter: het ministerie van Defensie gaat voortijdig kiezen voor Saab Kockums en Damen als leverancier. Topman Rolf Wirtz van de Duitse fabrikant schampert in de krant van wakker Nederland ook over de kennis van Damen: ‘Alsof je Fokker vraagt een straaljager te bouwen.’ In februari staat Holger Isbrecht van ThyssenKrupp de Helderse Courant te woord en zegt dat de race ‘helaas’ gelopen is, ten faveure van de Nederlandse lobby. ‘Niet alleen slecht nieuws voor ons, maar ik vind dit een gemiste kans voor Den Helder en de regio.’

‘De waarheid achter alle verkooppraatjes is lastig te achterhalen’

Want ja, die banen, hè. De Duitsers beloven gouden bergen. Ze schetsen Den Helder als het toekomstige ‘Submarine Valley’, waar enorm veel werkgelegenheid komt. De nuchtere Helderse volksvertegenwoordigers zijn vooralsnog niet onder de indruk. ‘Als iemand een kop koffie wil drinken, is degene welkom’, zegt wethouder Pieter Kos over lobbyisten in de gemeente. ‘Maar wij gaan er helemaal niet over. Het is een Haags besluit’, vervolgt hij schouderophalend. Damen belooft óók heel veel banen, maar dan in Vlissingen. Begin oktober ondertekenden de Nederlanders alvast een contract met de vakbonden.

Waar aanbestedingen normaal gesproken in onmededeelzaamheid verlopen, kan in dit dossier heel Nederland (via de media) van de offertes genieten. De lobbyisten organiseren zelfs persconferenties waar ze (ongevraagd) journalisten voor uitnodigen. Op 7 februari 2019 heeft een ‘rondetafelgesprek’ voor de pers plaats bij de residentie van de Duitse ambassadeur Dirk Brengelmann.

De bezoekers die het statige pand aan de Lange Vijverberg – met uitzicht op de Hofvijver en het Torentje – op deze frisse morgen binnentreden worden getrakteerd op koffie en luxebroodjes. In een zijkamer staan tafeltjes opgesteld voor een scherm – geflankeerd door goudkleurige kandelaars – waarop de presentatie al klaarstaat. Normaliter houdt het bedrijf zich op de achtergrond, legt Holger Isbrecht van ThyssenKrupp uit. ‘Maar we hebben besloten om naar buiten te treden.’ In de hoop dat de presentatie ‘een goede basis vormt voor jullie artikelen’. Onder meer De Telegraaf, Trouw en de Volkskrant zijn aanwezig.

Waarom nú de pers opzoeken? ‘De startcondities zijn veranderd. We willen laten zien dat we er nog waren en het publiek heeft recht op deze informatie.’ Zo openlijk was het bedrijf overigens niet toen ze nog dachten dat Duitsland een deal met Nederland had. Maar nu moet ThyssenKrupp vol aan de lobby. ‘Er waren zoveel geruchten en speculaties dat we hebben besloten naar voren te treden.’ Een opzichtige opmerking, alleen al omdat de lobbyisten van de fabrikanten een maand eerder zélf een lijstje met geruchten naar de pers stuurden.

Met een goodie bag (een sleutelhanger met een onderzeeboot en een reclameboekje getiteld Silent Fleet) onder de arm kunnen de journalisten door naar een persbijeenkomst van het Franse Naval Group. Topman Hervé Guillou kondigt, voor de pers, een samenwerking aan met de Nederlandse bouwer van baggerschepen ihc. Dat de Duitsers en Fransen op dezelfde dag de pers bespelen wordt ongemakkelijk weggelachen. ‘Puur toeval.’

De volgende dag staan ze in elk geval in de kranten. Ze ‘strooien met banen’, aldus het Algemeen Dagblad. Trouw vraagt: ‘Krijgt Franse onderzeebootbouwer een miljardenorder uit Nederland?’ En De Telegraaf noemt ‘Made in Holland het nieuwe wapen in de strijd om de order’. Het Reformatorisch Dagblad kopt ook met ‘Hollandse Glorie’.

Het openlijk mobiliseren van de pers als beproefd lobbyinstrument is niet per se iets negatiefs, zegt Jaime Karremann, journalist bij de website marineschepen.nl. Hij heeft contact met de lobbyisten van alle partijen. ‘Er wordt geprobeerd mij te beïnvloeden. Soms openlijk, soms minder openlijk.’ Hij wordt dan ook uitgenodigd op recepties en persbijeenkomsten. ‘Daar spreek ik mensen.’

Net als Elsevier Weekblad deed in november tijdens een persreis naar de Naval-werf in de Franse gemeente Cherbourg. ‘Drieduizend ton stilte, zegt admiraal Eric Chaplet met bewondering over de Barracuda, die net af is’, schrijft de verslaggever. ‘Wordt geleverd aan Australië. Het Franse Naval heeft al 107 onderzeeboten gebouwd en laat het duidelijkst zien wat Den Haag zou kunnen aanschaffen.’

Objectieve duiding is lastig, erkent Karremann. Het dossier ‘onderzeeboten’ is zeer specialistisch. ‘Er zijn bijna geen onafhankelijke deskundigen op dit dossier, zeker in Nederland niet.’ Iedereen werkt of heeft samengewerkt voor een belanghebbende partij, dat maakt het lastig om feiten echt goed te checken. ‘De waarheid achter alle verkooppraatjes is lastig te achterhalen’, zegt hij. Dan beloven de Fransen weer duizend banen, en zeggen de concurrenten dat dit niet kan. ‘Ga maar eens controleren of het er echt duizend zijn. Voor mij is er geen enkele manier om die informatie te verifiëren.’ Het spuwen van dit soort informatie maakt de strijd achter de schermen volgens hem troebeler.

‘Een onafhankelijke bron voor defensieprofessionals over de hele wereld’, zo presenteert de Engelstalige website Defense Chronicles zichzelf. Waar het Franse Naval op de ‘onafhankelijke’ site vooral positief wordt omschreven, moeten de drie concurrenten het vooral ontgelden. ThyssenKrupp zou ‘alleen kunnen overleven door hun onderzeetak te verkopen’. Het Spaanse Navantia heult met Saoedi-Arabië. ‘Damen kan alleen maar politici lokken, maar krijgt de marineprofessionals niet mee!’ En: ‘Damen probeert een coup te plegen onder UE-vlag.’

‘Alleen Nederland is het braafste jongetje van de aanbestedingsklas’

Dat UE (Union Européenne) verraadt de herkomst van de bron. Defense Chronicles staat op naam van de Franse lobbyist Laurent Trupin, de voormalig directeur van de supermarktketen Carrefour. Zijn bedrijf 3bs gaat er prat op ‘awareness’ te creëren onder beleidsmakers. En een van zijn klanten, blijkt uit het Franse lobbyregister, is General Electric. Dat bedrijf bouwt de onderzeebootaandrijving waar de Franse marine en Naval op draaien. Trupin geeft geen antwoord op de vraag hoe hij kan garanderen dat zijn site onafhankelijk is terwijl hij zelf lobbyt voor een partner van Naval.

Damen legde het onlangs af tegen Naval en verloor een lucratieve klus van 1,2 miljard euro (de bouw van vier korvetten) in Roemenië. NRC Handelsblad schreef eerder, samen met Lighthouse Reports, een onthullende reeks over mogelijke corruptie bij de Nederlandse scheepsbouwer. Damen zou in meerdere landen zaken hebben gedaan met dubieuze tussenpersonen.

Dit gegeven werd gretig door de lobby ingezet. Zeker omdat minister-president Mark Rutte en Eurocommissaris Frans Timmermans nogal kritisch waren over Roemenië. Dat mocht pas toetreden tot het Schengengebied als het corruptiebestrijding serieus zou aanpakken. De voormalige president Traian Băsescu sprak van een ‘Nederlandse maffia’ die bezig was met eigen belangen: het binnenhalen van vette contracten. ‘Als ik moest kiezen, zou ik voor Naval gaan’, zei hij in een tv-interview over de korvetten. Een saillant detail: de Volkskrant meldde dat Băsescu zelf even werd verdacht van witwassen.

Politiek, media en cultuur zijn de belangrijkste wapens in de lobby voor de onderzeeboten. ‘De wapenexport wordt ook gemengd met het uitdragen van de Franse cultuur’, schrijven analisten Jaap Anten en Paul Greuter op de website van de Nederlandse Officieren Vereniging. ‘Zoals de opening van de spectaculaire mega-dependance van het Louvre in Abu Dhabi door president Macron, waarbij meteen ook de verkoop van twee korvetten werd bekrachtigd.’

Het is precies waar Nederland níet goed in is, zegt Hans Hillen. De huidige lobbyist voor de Nederlandse defensie-industrie wijst erop dat Nederland niet hóeft aan te besteden. Als sprake is van nationaal belang, kan een land zich daarop beroepen en de openbare aanbesteding schrappen. De innovatie, de boten zelf; ‘het is geheime informatie’. ‘Alleen is Nederland weer het braafste jongetje van de aanbestedingsklas.’

Nee, dan de Fransen, zegt Hillen. ‘De Franse overheid trekt daar één lijn met de industrie. Vive La France.’ En daarvoor wordt er veel onder nationaal belang geschoven. ‘Ze zijn in staat zelfs de onderbroeken en bh’s voor militairen uit te besteden. Dat is immers ook geheime informatie. Aan het ondergoed kun je het aantal mannelijke en vrouwelijke militairen aflezen.’

Nederland is wel goed in vertragen en lange procedures. Zes jaar duurt de procedure al, en de B-brief is al ruim een jaar uitgesteld. En dat is slechts de inventarisatie van bedrijven die mee mogen dingen in het aanbestedingsproces. Defensie, zeggen betrokkenen, wil gaan voor Damen met Saab Kockums. Maar de departementen van Economische Zaken en Financiën willen niet te snel kiezen (dus al in de B-brief). De prijs kan wel eens fors omlaag gaan als meerdere bedrijven meedingen, is de gedachte. Defensie stelt daarom de B-brief uit. Samen met het Haags Centrum voor Strategische Studies en PricewaterhouseCoopers worden alle aanbiedingen nog eens achter de schermen getoetst. Eerder was er al een klankbordgroep, oud-Shell-topman Jeroen van der Veer sprak als voorzitter met fabrikanten.

Maar alle vertragingstactieken van Defensie maken het dossier er niet makkelijker op. Het Franse Naval mag twaalf mijnenjagers bouwen voor Nederland en België, werd onlangs bekend. Damen werd gepasseerd. Maar het zegt geenszins dat Nederlanders daarom de Nederlandse onderzeeërs mogen bouwen. Diplomatiek valt er nog wat goed te maken met de Fransen. Nederland kocht aandelen in AirFrance-KLM. Daar is Frankrijk woedend over.

Ondertussen verjaart de huidige Walrusklasse gestaag. En dan zijn er nieuwe verkie-zingen (2021) in zicht; een nieuw kabinet kan weer heel andere plannen hebben. Sowieso gaan partijen dan schuiven met ideeën, vooral als het over zulke miljardenprojecten van Defensie gaat.

Vooralsnog wordt het gebrek aan politieke voortvarendheid dankbaar ingevuld door de industrie. In plaats van een inhoudelijke discussie over de vervanging van de onderzeeboten door volksvertegenwoordigers, maakt de kiezer kennis met het dossier via krantenartikelen waarin industriëlen rollend over straat gaan. Hoewel Nederland het ‘safe’ probeert te spelen met een keurige aanbesteding, zet de regering hiermee de deur wagenwijd open voor een verhitte Europese strijd om dikke defensiecontracten. Het Nederlandse op eieren lopen zorgt vooral voor marktspelers die niet weten waar ze aan toe zijn, maar wel een dikke worst van miljarden euro’s wordt voorgehouden. Hans Hillen hoopt niet alleen op voortvarendheid, maar ook op standvastigheid: ‘De minister moet nu echt de rug recht houden.’


Dit onderzoek kwam mede tot stand met steun van Fonds 1877