Bij het betreden van de zaal zag ik opeens dat ik veel meer werk ken van Wies Merkx dan ik dacht: op een videoscherm was Brug der Zuchten te zien, een prachtige locatiechoreografie op een Utrechtse brug (in 1989 gemaakt, samen met Wies Bloemen). Er werd een fragment getoond uit Piano (1993), waarin wordt gedanst en gespeeld over de driehoek Clara Schumann, Robert Schumann en Johannes Brahms. In het tweede blok van de avond stond vooral het werk van Charles Corneille centraal. In De Filistijnen (1994) en Cosmic Illusion (1995) werd via een simpele constructie van takels, touwen en een touwladdertje de zwaartekracht op de proef gesteld. Uiteindelijk konden twee dansers vliegen en dansen tegelijk. Het is te hopen dat de integrale ‘proeven’, waaruit hier fragmenten werden getoond, nog eens ergens anders zijn te zien. Ook om de indrukwekkende muziek, onder meer van Xenakis.
En dan was er natuurlijk dat lange fragment uit de voor kinderen gemaakte choreografie De engel en ik (1994), die ik nu drie keer integraal heb gezien en waarvan ik zeer ben gaan houden. Een druk baasje (bureaustoel, zaktelefoon, modern maatkostuum) ontmoet een mysterieuze, kale, slanke, atletische, bruine jongen. Het baasje (ik) is een acteur. De bruine jongen (de engel) is een danser. De engel verleidt de ik tot dans. De ik vindt het wel lekker, maar het past aanvankelijk niet zo heel erg goed in zijn schema’s. Maar als de engel die ik gaat verlaten, weet de ik opeens wat hij mist. In een wanhopige monoloog probeert hij te beschrijven wat ze samen nog allemaal hadden kunnen doen. De ik beschrijft draaiingen, hoe ze elkaar zouden kunnen dragen, hoe ze abrupt zouden kunnen vallen, in de wetenschap dat ze altijd precies op tijd door de ander zouden worden opgevangen.
En dan is de engel er opeens weer. Op muziek van Kagel en Strawinsky gaan ze dansen. En alles waar we de ik-figuur net over hebben horen filosoferen, voeren ze nu uit. In een vloeiende pas-de-deux. Die toch weer niet echt vloeiend verloopt. Omdat de engel een danser is, en de ik een acteur, die graag wil dansen. Waardoor het duet ook een beetje een wedstrijd wordt.
Ik zag De engel en ik onder meer in het Noordbrabantse dorp Berlicum, in zo'n patronaatszaaltje, met een hoog podium voor amateurtoneelspelers. Charles Corneille (de engel) en Joep Onderdelinden (ik) dansten op een balletvloer die over de vaste vloerbedekking was gelegd (dodelijk vermoeiend voor dansers). De kindertjes uit Berlicum waren heel lawaaierig, de schooljuffrouwen hadden een hoog Dames-Groengehalte. Maar na tien minuten keken die zeventig Brabantse kids doodstil naar het tedere gevecht tussen Jacob ik en zijn engel. Charles en Joep moesten na afloop handtekeningen uitdelen, als waren ze Mick Jagger en Michael Jackson.
De engel en ik gaat komend seizoen een lange toernee maken langs scholen en theaters. En de proeven op maandag gaan vanaf november dit jaar weer verder. Ik zou Dansend Hart in de gaten houden. En: kinderen, neem je ouders mee! En vice versa.