#16: Hasna El Maroudi

Gevecht voor erkenning

Mounir Samuel praat de komende tijd vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is. In aflevering 16: journalist en programmamaker Hasna El Maroudi.

Hasna El Maroudi glundert een beetje, zij het voorzichtig. Ze heeft net te horen gekregen dat het door haar en Clarice Gargard opgezette online feministische mediaplatform Lilith Magazine de eerste winnaar is van de Carla Atzema Soroptimist Prijs. ‘Ik ben nog steeds een beetje verbaasd over de prijs’, zegt ze schoorvoetend. ‘Niet omdat ik ontken wat Clarice en ik met Lilith Magazine doen en wat we nog allemaal willen bereiken, ik weet heel goed wat de waarde en het belang daarvan is. Maar ik ben eigenlijk zo vaak teleurgesteld in fondsen dat ik om die reden niet zo geloofde dat deze keer anders zou zijn. Hoe vaak we niet zijn uitgenodigd om te komen praten bij een fonds, we allerhartelijkst werden ontvangen, iedereen ongelofelijk blij was en complimenteus over ons werk, om vervolgens zelden een subsidie te krijgen toegekend – maar wél de vraag of we wellicht een diversiteitsworkshop kunnen geven.’

‘Men ziet en onderkent dat wat we doen van waarde is, maar wil daar niet snel geld aan verbinden. Ik was bang dat het met de nominatie voor deze prijs weer zo zou gaan. Dat we met onze gezichten leuk op de website zouden worden gezet met de boodschap: “Kijk, we hebben ook niet-witte mensen genomineerd.” En dat het daar bij bleef. Maar nee dus’, zegt El Maroudi haast opgelucht. ‘Het is echt supergaaf dat ze ook het geldbedrag aan ons platform hebben verbonden.’ Een vrij substantieel geldbedrag ook, mag gezegd.

De pas in het leven geroepen Carla Atzema Soroptimist Prijs, die media-initiatieven van, door en over vrouwen ondersteunt, keert Lilith Magazine een som van 25.000 euro uit. Die – zo benadrukt El Maroudi met klem – geheel ten goede zal komen van het online magazine. De jury onder leiding van theatermaakster Adelheid Roosen roemde het lef van El Maroudi en Gargard en stelt in het juryrapport dat de twee mediamakers ‘de complexiteit van de vraagstukken van de nieuwe feministische golf niet schuwen en de urgentie van gender, klasse en kleur benoemen door de rafelranden op te zoeken’.

‘Dat gevecht voor erkenning begrijp ik heel goed’, vertel ik El Maroudi. ‘Het lijkt soms alsof datgene dat wordt gesubsidieerd in de comfortzone ligt van wat al bestaat. Ervaar jij dat ook zo?’

‘Jazeker’, zegt El Maroudi resoluut. Toch ziet de journalist, programmamaker en hoofdredacteur van Lilith Magazine ook positieve trends. ‘Ik zie dat diversiteit en inclusie in ieder geval in woord steeds belangrijker zijn en dat er meer aandacht komt voor andere stemmen.’ Ze haalt een voorbeeld uit haar eigen stad Rotterdam aan, waar de raad van kunst en cultuur het advies heeft uitgebracht om in het nieuwe kunstenplan aan Museum Rotterdam geen subsidie te verstrekken, maar aan het HipHopHuis wel. Laatstgenoemde krijgt sinds kort ook landelijke steun van de Raad van Cultuur.

‘Er is echt wel wat aan het veranderen’, stelt El Maroudi. ‘Maar neem bijvoorbeeld de erkenning voor het HipHopHuis, dat bestaat sinds 2002. Ze hebben heel lang aan de weg moeten timmeren alvorens eindelijk serieus te worden genomen.’

‘Hiphop is cool, maar ook vrij eendimensionaal. Iedereen kent het. We hebben het hier niet over de nieuwste, onbekende, experimentele dansvorm’, merk ik kritisch op. ‘Dus zelfs deze ondersteuning is ergens nog een veilige keuze.’

‘Ja dus, begrijp je?’ vraagt El Maroudi in straattaal, haar geliefde Roffa waardig.

El Maroudi is een echte mediajunkie. Ze werkte ruim acht jaar voor Joop.nl van BNN/Vara. ‘Op de redactie hadden we soms mooie discussies over invalshoeken. Joop.nl was wat dat betreft tamelijk activistisch.’ Uiteindelijk vertrok El Maroudi en werd eindredacteur van NPO Radio 1. In die positie kon ze weliswaar iedereen aansturen, maar ging ze niet over de inhoud. ‘Het kwam weleens voor dat ik ’s ochtends de krant las en vanbinnen schold op wat deze of gene schreef, om vervolgens te ontdekken dat we diezelfde middag juist die persoon te gast hadden in een programma. Daar had ik dan niets over te zeggen, terwijl ik wel de leidinggevende was.’

Ze lacht met een gezicht dat nog steeds de lichtelijke frustratie verraadt. ‘Ik wil zelf kunnen bepalen wie aan het woord komt en met welke invalshoek dat gebeurt. Er zijn zo veel stemmen in de samenleving die niet aan het woord komen, die niet de kans krijgen door te groeien, niet serieus worden genomen of eerlijk voor hun expertise worden betaald. Ik ken genoeg mensen die graag voor de serieuzere kwaliteitsmedia willen werken, maar die niet zomaar binnen komen omdat het hun ontbreekt aan zogenaamde ervaring, ze hoegenaamd niet in het profiel passen of ze niet het juiste netwerk hebben.’

‘Of je bent wel bekend, zoals ik, maar je wordt door de redacties te moeilijk gevonden’, zeg ik.

‘Te moeilijk wellicht, maar misschien is het vooral wel dat mensen denken dat je dan te gearriveerd bent’, reageert El Maroudi. ‘Terwijl gearriveerd zijn echt niet de huur betaalt.’

‘Dus je moet een frisse nieuwkomer zijn, niet te snel te succesvol worden want dan breken we je een beetje af’, vat ik het ellebogenspel rond de prominente praattafels op tv en de toonaangevende columnplekken samen.

El Maroudi vult aan: ‘Je moet in sound bites kunnen praten, lachen en pleasing zijn. En natuurlijk moet je flawless zijn, want o wee als de hele wereld opeens over je heen valt.’

‘Kortom, er worden heel veel eisen gesteld.’

Dat laatste is volgens El Maroudi precies de reden waarom Lilith Magazine in het leven is geroepen. ‘We wilden een plek creëren waar mensen zichzelf kunnen zijn, waar ze kunnen oefenen, falen en groeien. Wat uiteindelijk gewoon een safe space is.’

‘Maar het is ook uitgesproken feministisch.’

‘Intersectioneel feministisch, ja. Zeker’, corrigeert El Maroudi.

‘Het is een safe space met een bepaald geluid en een bepaald publiek’, vervolg ik.

‘Welk geluid bedoel je?’ vraagt El Maroudi lichtelijk op haar hoede.

Ik besef niet voor het eerst tijdens het gesprek dat ik met een journalist te maken heb. En zo geldt de regel: journalisten laten zich niet makkelijk interviewen. ‘Nou, het feministische geluid dus. Met een duidelijke nadruk op vrouwelijke auteurs en journalisten’, antwoord ik nu ook voorzichtig. ‘Jullie hebben niet gezegd: “we gaan gewoon een oefenplatform creëren voor nieuw talent”. Er zit een heel duidelijke politieke agenda achter, een bepaalde tone of voice.’

El Maroudi vertelt dat ze achter de schermen wel bezig is om een bredere groep mensen op te leiden om journalistiek gezien op een ander niveau te komen, maar durft dan ook nog wel wat labels aan het platform toe te voegen. ‘Je zou Lilith Magazine verder ook progressief kunnen noemen, van mij mag je zelfs links en antikapitalistisch zeggen.’ Ze lacht.

Het feminisme maakt al jaren een enorme comeback. Was het F-woord tien jaar geleden nog een scheldwoord waar haast geen vrouw zich openlijk mee durfde te associëren, nu noemt vrijwel iedere stedelijke millennial zich feminist. Ja, óók mannen. Bad Feminist als avondvullend feest in de Melkweg – het feminisme is even hip als het drinken van een flat white in een koffiebar. Aangewakkerd door de opkomst van fascisme, nationalisme en flink wat grab them by the pussy-retoriek van eenzelfde type mannelijke leiders maakt de wereld een derde mondiale feministische golf door.

De vraag is echter over welk feminisme we het hier hebben. Gaat feminisme anno nu uitsluitend over vrouwen die de kracht van hun vulva claimen? Of betreft feminisme het uitgesproken antikapitalistische, sociaal-constructivistische, academische, intellectuele en politieke discours dat de grote vraagstukken van deze tijd met elkaar verbindt? Gaat het feminisme kortom daadwerkelijk over de interactie en uitwerking van klimaatverandering, sociale gelijkheid, gender gap, bio-industrie en institutioneel racisme?

Naast Lilith Magazine kent Nederland geen prominente feministische platforms. Opzij is er tot op heden niet in geslaagd een brug naar vrouwen van kleur, trans en non-binaire personen en de bredere queer-community te slaan en kent slechts een beperkt lezerspubliek. De reguliere media lijken er ondertussen niet in te slagen de nieuwe golf een gezicht te geven.

‘In al het werk wat we doen’, zegt El Maroudi, ‘hebben we gezien dat als het gaat om vrouwenzaken in de breedste zin van het woord er op een heel eendimensionale manier wordt gekeken naar wat vrouwen kunnen of vinden. Het is heel suf, maar het gebeurt nog steeds dat wanneer een vrouw wordt uitgenodigd in een praatprogramma het over heel stereotype onderwerpen gaat: een verkrachting die ze heeft meegemaakt of #MeToo. Het is eenzelfde verschijnsel dat je met Marokkaanse Nederlanders ziet, die telkens moeten praten over hun moslim-zijn.’

Dat vrouwen en personen van kleur flink ondervertegenwoordigd zijn in de media wordt door een groeiend aantal rapporten gestaafd. Uit het onderzoeksrapport Representatie van mannen en vrouwen in Nederlandse non-fictie televisieprogramma’s van het commissariaat van de media in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit 2019 blijkt dat het aandeel vrouwen aan de praattafels 36,6 procent bedraagt. Vrouwen zijn niet alleen maar een derde van de gezichten op tv, ook worden ze vaak opgevoerd als ervaringsdeskundigen en niet als onafhankelijke experts. Zo blijkt uit hetzelfde onderzoeksrapport onder andere dat van het aantal correspondenten slechts 23,1 procent vrouw is. Uit de resultaten blijkt verder dat 33,3 procent van de nieuwsbronnen in nieuws- en actualiteitenprogramma’s vrouw is. Bij onafhankelijke experts ligt dit aandeel lager. Daarvan is 28,3 procent vrouw.

‘Toen ik in 2011 doorbrak als onafhankelijk expert aan de praattafels van de televisie, was ik voor de samenleving de eerste jonge vrouw van kleur in die positie’, zeg ik, terugdenkend aan mijn tijd als vaste Midden-Oostendeskundige bij programma’s als EenVandaag en Pauw & Witteman. ‘Maar is zo’n bekende vrouwelijke expert van kleur nu op tv te zien?’

El Maroudi zucht en blijft me het antwoord verschuldigd. ‘We hopen dit met Lilith Magazine te doorbreken. We willen tonen dat er heel veel vrouwen zijn met heel verschillende geluiden, dat we niet allemaal hetzelfde zijn of hetzelfde vinden en dat expertise kan voortkomen uit zowel opleiding als persoonlijke ervaring, of een combinatie van beide. We moeten elkaar gaan opzoeken en elkaar gaan vinden en meetrekken, zodat je niet in je eentje daar aan tafel hoeft te zitten.’

Ze vertelt over de app-berichten met felicitaties die de hele ochtend al binnenstromen. ‘Die berichten komen van allemaal vrouwen die dingen schrijven als: “Yes, jullie hebben het verdiend!” Maar ik denk dan: nee, wij hebben dit verdiend met elkaar. Jullie ook.’

We praten over de trends in de media. Als één plek een maatschappelijke stagnatie qua representatie heeft gekend is het wellicht de tv en in mindere mate ook de krantenwereld wel. In de jaren negentig waren er aantoonbaar meer vrouwen en personen van kleur op tv dan nu. Er lijkt na 11 september een verrechtsing, verwitting en vermannelijking te hebben opgetreden. Het is een vreemde paradox: terwijl de samenleving diverser is dan ooit werd het medialandschap schraler en eenkenniger.

El Maroudi beaamt mijn observaties. Ze vertelt hoe ze net die dag ervoor een talkshow uit de jaren tachtig van de Nederlandse televisie heeft bekeken, waarin de inmenging van Marokkaanse krachten op de arbeidsmarkt wordt besproken. ‘Het was fascinerend om te zien: een zaal met alleen maar Marokkaans-Nederlandse mannen, veelal Marokkaanse gastarbeiders, de presentator was Marokkaans en de voertaal was deels Nederlands en deels Darija (Marokkaans-Arabisch – MS). Het programma werd ondertiteld. En ik dacht: kan iemand zich voorstellen dat we dit nu op televisie zouden zien?’

‘Ik kan me de reacties al indenken. Dit is de islamisering van de Nederlandse televisie! Gaat onze belasting nu naar Marokko-tv?’ roep ik gespeeld verontwaardigd uit.

‘Wat ik er zo mooi aan vond’, zegt El Maroudi, ‘was dat het voor mij heel educatief was. Door dit te bekijken begreep ik allerlei dingen die ik in mijn jeugd heb meegemaakt. Ik kreeg eindelijk de achtergrond van de gesprekken die ik onder de oude generatie hoorde. Voor het eerst begreep ik ook wat politiek betekende voor de gastarbeiders in Nederland. Het was zo waardevol en inzichtelijk.’

'De minderheden-omroepen en doelgroepen-tv waren echt een school voor talent. Het heeft heel bekende namen voorgebracht’, haal ik op. ‘Mensen als Ahmed Aboutaleb, Ahmed Marcouch, Prem Radhakishun, Noraly Beyer zijn ooit allemaal begonnen bij Multiculturele Televisie Nederland.’ En het gaat om de publieke opinie, vervolg ik. ‘Wij destilleren deze op basis van wat in de media wordt getoond en geduid, en die tonen vaak een zeer eenzijdige versie van de samenleving.’

‘Vergeet ook niet de polarisatie op televisie’, vult El Maroudi aan. ‘Van redacties die graag tegenstellingen tegen elkaar uitspelen, waardoor de verdieping mist. Dit komt vervolgens ook terug in de krantenkolommen. Waardoor men al snel in extremen vervalt. De anekdotes van columnisten zijn de facto altijd particulier, het gaat nooit over een hele groep. Maar zo wordt het door lezers uiteindelijk wel ervaren.’

El Maroudi erkent dat ze zelf ook een tijdje nodig heeft gehad om dit mechanisme in te zien als columnist. ‘Ik merk dat als ik dingen schrijf het opeens de waarheid kan worden voor mensen. Terwijl het dan gewoon een anekdote betreft van iets wat ik heb meegemaakt en waar we vooral niet meer van moeten maken dan dat.’

In een beroepsgroep van grote ego’s is El Maroudi’s nuchterheid een verademing. Bij ieder publiek optreden dat ik van haar bijwoonde was ik weer onder de indruk en vooral opgelucht. Gewoon een stem die op z’n Rotterdams zegt waar het op staat, dacht ik telkens weer. Het klinkt zo vanzelfsprekend, maar dat is het niet. ‘Hoe is het om altijd een groep te zijn in plaats van een individu?’ vraag ik.

‘Kut’, zegt ze met een stalen gezicht. ‘Dat is echt heel kut. Zoals je weet ben ik een loner. Ik hou ervan naar binnen gekeerd te zijn. Mensen hebben dat niet echt door. Om dan neergezet te worden als woordvoerder van een gemeenschap is een enorme druk. Welke gemeenschap? Die vier muren om mij heen? It’s just me. Me, myself and I’, zegt ze lachend.

‘Hoe verhoudt zo’n karakter zich tot een publiek leven in de media?’ vraag ik haar.

‘Als ik publiekelijk optreed, gaat er gewoon een scherm op, en dan ben ik op een gegeven moment moe en is het klaar.’

‘Versterkt het elkaar?’

‘Ja, want ik vind het wel echt vermoeiend.’

‘Dus je wordt juist meer een loner door het publieke?’

‘Ja’, zegt El Maroudi instemmend. ‘Ook omdat mensen denken dat wanneer iemand een publiek figuur is die te allen tijde bevraagd mag worden over haar opvattingen en ideeën. Dit is voor mij het lastigste aan het zijn van een semi-publiek figuur. Ik ben een mens met emoties, ideeën en gevoelens. Ik wil niet 24/7 een debat met iemand aangaan. Al helemaal omdat ik weet dat ik meestal gelijk heb. Dus dan moet ik voor de honderdste keer weer hetzelfde gesprek voeren met dezelfde argumenten en ideeën. Alsjeblieft mensen, google. Als je iets wil weten, google it. Ik ben geen vierentwintiguursvraagbaak.’

‘Maar vanwaar dan toch de wil om het debat publiekelijk te voeren, zij het wellicht niet voor de vijftigste keer in de supermarkt?’ vraag ik streng door.

‘Omdat het wel noodzakelijk is. Omdat de blik binnen de media moet veranderen.’

El Maroudi heeft een enorme drive. Tijdens het gesprek is ze soms terughoudend, dan weer bedachtzaam, scherp zonder cynisch te zijn, open naarmate we langer doorpraten en reflectief. Zo deelt ze haar innerlijke ongemak over het effect dat de coronacrisis op haar en haar gezin had. El Maroudi – zzp’er – zat opeens zonder werk en dus werd haar man van de ene op de andere dag de kostwinner en dat was flink slikken. 'Al mijn feminisme ten spijt was ik opeens de werkloze moeder thuis’, zegt ze beschroomd. ‘Dus ik maakte telkens de grap: corona killed my feminism. Op het moment dat al mijn moderatieklussen en dergelijke wegvielen, ben ik niet op zoek gegaan naar iets anders. Want wat moest ik met mijn dochter? Die zat thuis.’

De plotselinge confrontatie met het moederschap leverde bijzondere inzichten op. ‘Mijn dochter ging altijd drie dagen naar de opvang en één dag naar opa en oma. Dat doen we niet meer. Ze mag nu gewoon lekker na school naar mij of naar een vriendin. Het is raar om te zeggen, maar ik ben door de coronacrisis meer moeder geworden. Ik heb haar een paar weken van heel dichtbij meegemaakt. Huiswerk met haar moeten maken, en andere schoolopdrachten. Ik zag daardoor haar ontwikkeling veel meer. Ik besefte dat zij niet centraal staat in mijn leven. Ik sta centraal in mijn leven. Ik vind nog steeds dat dit ook moet’, haast ze zich te zeggen. ‘Want ik moet het uiteindelijk een leven lang met mezelf doen. Maar ik vind ook dat ik wellicht vanuit een idee van feminisme te makkelijk heb gedacht: “Ga jij maar lekker naar de buitenschoolse opvang, ik zie je wel wanneer je thuiskomt.”’

‘Denk je dat veel vrouwen de rol en taken binnen het moederschap hebben heroverwogen?’

‘Nou, zeker in de periode van quarantaine hebben veel vrouwen dat noodgedwongen moeten heroverwegen omdat ze opeens thuis kwamen te zitten en de verzorgingstaak van de kinderen toch bij hen kwam te liggen.’

Intussen heeft El Maroudi het weer hartstikke druk. ‘Elhamdillah (god zij geprezen)’, verzucht ze. ‘Ik kan weer werken, en werken in mijn geval is strijden eigenlijk.’ Ze glundert.

En demonstreren. De Black Lives Matter-demonstratie in Amsterdam in juni op de Dam vond ze de op een na mooiste demonstratie van haar leven. De mooiste was een demonstratie die uiteindelijk nooit doorging. ‘Jaren geleden zou ik met een boot van Griekenland naar Gaza varen om de illegale blokkade van Gaza te doorbreken, al was het maar voor de vorm. De boot werd uiteindelijk gesaboteerd. Er waren allerlei vervelende krachten die de operatie tegenwerkten. Maar we hebben als activisten een aantal dagen met elkaar in Griekenland doorgebracht en dat was superwaardevol, ik heb heel veel geleerd van het samenzijn met mensen die bereid zijn hun leven voor dat van anderen te geven. Ik krijg gewoon weer kippenvel’, zegt ze opeens. Vanachter haar scherm veegt ze een paar tranen weg. Slikt hoorbaar.

‘Leven voor een zaak groter dan jezelf’, concludeer ik.

‘Ja!’ zegt ze met een fonkelende blik in haar ogen. ‘Maar ook begrijpen hoe schrijnend zo’n situatie daar is. Is hè, is. Ik heb het over tien jaar geleden dat we deze actie probeerden te ondernemen.’ Ze zucht. ‘Die intense machteloosheid. Ik denk dat dit is wat me uiteindelijk drijft.’ De tranen schieten weer in haar ogen. ‘O, waarom word ik zo emotioneel?’ roept ze uit. Ze veegt met haar hand over haar ogen, terwijl ze uitroept: 'Mounir, wat doe je met me?’

‘Je huilt mijn tranen, omdat ik dat zelf niet kan’, antwoord ik zacht.

El Maroudi vertelt over het boek Voices of Resistance: Oral Histories of Moroccan Women van Alison Baker, die oude vrouwen in Marokko heeft geïnterviewd over hun rol in het verzet tegen de Franse overheersing. ‘Er zijn heel veel dingen die ik niet wist over de geschiedenis van Marokko en waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen. Ik besef dat die onderdrukking nog steeds bezig is. Mensen prijzen de huidige koning, maar moeten we die nu bejubelen omdat zijn vader zo’n tiran was? Zittende vorst Mohammed VI heeft ook de neiging met harde hand te regeren, kijk maar naar de Hirak-beweging en de repressie van de Rif. Ik heb in mijn leven heel veel boeken over Marokko gelezen, maar ze waren altijd geschreven vanuit een mannelijk en nationalistisch perspectief. Dit boek is daarin zo’n verademing.’

‘Zit het gevoel van onrecht nu in wat er vandaag de dag in Marokko gebeurt of in het perspectief waarmee de geschiedenis altijd wordt verteld?’

‘Allebei, echt allebei. En dat is de reden waarom ik de vrouw en haar stem wil versterken. Ik kan gewoon niet accepteren dat de wereld zo in elkaar zit. Ik wil het niet accepteren. Echt niet.’