Gevelde reus, bernhard minetti (1905-1998) toneel

Die ogen. Altijd weer die ogen. Spreken over de acteur Bernhard Minetti is praten over zijn ogen. Zijn blik flakkerde, striemde, vlamde. Zijn ogen keken van ver, en ze leken te kijken in verten waar je je als toeschouwer geen voorstelling bij kon maken. Hij dwong je zo zíjn voorstelling te maken. En die speelde almaar door. Bernhard Minetti was een tovenaar. Ook als je hem persoonlijk ontmoette, in altijd weer die sjofele Columbo-regenjas, was er uiteindelijk die blik, die van ver kwam.

De loopbaan van Bernhard Minetti (geboren op 26 januari 1905) is imposant. Toneelspelen heeft hij geleerd bij Leopold Jessner (ook al zo'n ‘toneelkanon’ uit Duitsland), snelle carrière heeft hij gemaakt in de Weimarrepubliek, doorgewerkt heeft hij onder het regime van de nazi’s. Daar speelde hij de handlanger Buckingham in een legendarische versie van Shakespeare’s Richard III. Dat was 1937. De nationaal-socialisten hadden het al ruimschoots voor het zeggen in Duitsland. En de acteur Bernhard Minetti kende zijn plaats. In zijn Herinneringen van een acteur schrijft hij: 'We lieten in 1937 de hinkepoot van Richard III weg. Iedereen wist dat Joseph Goebbels, de minister voor propaganda, een klompvoet had. Politiek gesproken was een hinkepotende Richard III dodelijk geweest.’
Bernhard Minetti was een overlever. Hij heeft er ook nooit twijfels over laten bestaan dat hij in het Duitsland van de barbaren wilde overleven als speler. Hij kon niet anders. Zijn collega’s hebben het hem vergeven. In de jaren vijftig speelde hij weer in regies van zijn uit ballingschap teruggekeerde grote voorbeeld, Fritz Kortner. En vanaf 1965 hoorde Bernhard Minetti tot de vaste acteurs van de Staatliche Bühnen in Berlijn, standplaats Schillertheater, tot dat toneelhuis - onder felle protesten, waaraan Minetti zijn bijdragen leverde - in 1993 werd opgeheven.
Hij werd de lievelingsacteur van schrijver Thomas Bernhard, die in 1976 een stuk schreef dat zijn naam draagt: Minetti. Een oude acteur arriveert in de hal van een hotel in Oostende. Een regisseur heeft daar een afspraak met hem gemaakt, om in het Duitse Flensburg een opvoering van Shakespeare’s Koning Lear voor te bereiden. De regisseur komt niet opdagen. Minetti raakt in gesprek met een aan cognac verslaafde dame, en met een jong meisje dat op haar vriendje wacht en niks van de lange tirades van de acteur begrijpt.
Moe geworden van alle carnavalsfeestvierders die door het hotel heen en weer hossen, belandt Minetti uiteindelijk op de boulevard van Oostende. Ingesneeuwd slikt hij al zijn slaaptabletten, hij zet het masker op dat de Vlaamse beeldend kunstenaar Ensor ooit voor zijn vertolking van Lear maakte, en hij sterft met het laatste woord van Koning Lear: 'Niets’.
Het werd zijn mooiste rol. In de nacht na zijn dood herhaalde het Duitse ZDF de integrale registratie, in de regie van Claus Peymann, 22 jaar na de première. En nog geen seconde verouderd.
Minetti heeft zijn laatste rol tot vlak voor zijn dood gespeeld. 'De oude acteur’ die Adolf Hitler in Brechts De weerstaanbare opkomst van Arturo Ui leert spreken in het openbaar. In de regie van Heiner Müller speelde de transparant geworden acteur (90 tijdens de première) superieur, zittend in een pluchen stoel, in een roodfluwelen kamerjas en met een slappe vilten hoed op. Hij dirigeerde titelrolvertolker Martin Wuttke. Met een vlammende dictie. En opnieuw die striemende ogen. Precies wist hij het: hóe te staan (de handen onhandig voor het geslacht), hóe te lopen (harkerig, met het hoofd in de nek), hóe te spreken (lesmateriaal: de lijkrede van Marcus Antonius uit Shakespeare’s Julius Caesar).
Bernhard Minetti wist hoe het moest: Duitser die een volle eeuw meezeult, hardvochtig leraar met felle ogen, tovenaar met tekst. En uiteindelijk: acteur van kruin tot tenen. Er is een reus geveld. En het is mooi geweest.