Gevelschilder chirac

Het buitenland moest weer weten dat Frankrijk zijn mannetje staat. Dus choqueert Chirac de wereld met zijn kernproeven. Maar hoe staat het met zijn shocktherapie voor de binnenlandse malaise? Daar is sinds zijn verkiezing weinig meer van gehoord.
PARIJS - Plotseling staat Frankrijk weer vooraan op het wereldtoneel. Met een zelfverzekerdheid die haast overdreven aandoet windt Chirac in Halifax de G7-top om zijn vuist. Zelfs de protesten tegen de door hem hervatte kernproeven in de Stille Oceaan weet hij te smoren. Het past bij de belofte die hij deed tijdens zijn verkiezingscampagne: dat hij de wereld zou tonen dat Frankrijk internationaal nog steeds meetelt. Maar wat komt er van alle fraaie binnenlandse beloften, de sociale leuzen waarmee Chirac zijn weg naar het presidentschap heeft geplaveid?

De heer Benoit, als medewerker van de president verantwoordelijk voor de jongerenorganisatie van diens RPF, legt dat op het partijbureau zo uit: ‘De president van de Republiek kan over de buitenlandse politiek snel beslissingen nemen. Voor de hervatting van de kernproeven hebben we geen stemming in het parlement nodig. Maar voor binnenlandse aangelegenheden gaat dat niet op: het institutionele kader zorgt ervoor dat dat allemaal wat langer duurt. Het is dus fout om te denken dat we ons eerst met het buitenland bezig houden en pas daarna met het binnenland.’ Bovendien heeft volgens Benoit de echte verandering al eerder plaats gevonden en wel in de mentaliteit van de mensen: 'Onder Mitterrand was de Franse mentaliteit fatalistisch, maar nu hebben we - en Chirac voorop - de wil om te zeggen dat we in staat zijn te handelen. Dat hebben we in de allereerste plaats in Bosnie laten zien. En in Frankrijk tonen we dat door te zeggen dat we in staat zijn om tegen de werkloosheid op te treden. Het is dus eerst een verandering in de mentaliteit en vandaaruit gaan we tot handelen over.’
Jacques Chirac formuleerde deze nieuwe geest al op 3 mei, in het beslissende televisiedebat met Lionel Jospin, de leider van de Parti Socialiste: 'Ik ken Frankrijk goed. Ik heb veel naar de Fransen geluisterd. Ik weet dat de Fransen vandaag een echte verandering willen, en die verandering heb ik voorgesteld. Ik heb het voornemen, als de Fransen het willen, die taak ook werkelijk op me te nemen.’ Op 7 mei werd Chirac inderdaad gekozen en sindsdien lijkt Frankrijk rechtsomkeert te maken, dat wil zeggen terug naar het gaullisme.
Naar buiten toe straalt Frankrijk de laatste weken een ouderwetse grandeur uit. Geheel in overeenstemming met Chiracs verkiezingsbelofte dat hij de wereld zou tonen dat Frankrijk nog steeds meetelt als grote natie, zoals in de tijd van De Gaulle. Die wilde na de Tweede Wereldoorlog het oude prestige van Frankrijk herstellen en het land een rol geven op maat van haar grote verleden. Om dat te bereiken moest Frankrijk zich gedragen als een supermacht, onafhankelijk zowel van de Verenigde Staten, de Europese bondgenoten als de Sovjetunie. In die tijd betekende dat dat Frankrijk een kernmacht moest zijn en in februari 1960 ontplofte in de Sahara bij wijze van proef de eerste Franse atoombom. Ook door in 1966 uit de organisatie van de Navo te stappen, zette De Gaulle zich krachtig af tegen de Verenigde Staten. Hij koos voor een 'Europees Europa’ door de banden met Duitsland flink aan te halen en Engeland te weren van de gemeenschappelijke markt.
Alhoewel het anti-Atlantisme en het anti- Amerikanisme nu veel minder scherp worden uitgesproken, draait het voor Jacques Chirac en zijn conservatieve regering ook om de onafhankelijke status van de Franse natie in de wereld. Het eerste politieke besluit van Chirac - de aankondiging op 13 juni om de kernproeven in de Stille Oceaan te hervatten - moest de wereld de hernieuwde kracht van Frankrijk tonen. En nog eerder, direct na zijn beediging als president, vertrok Chirac naar bondskanselier Kohl om te benadrukken dat de band tussen Parijs en Bonn nog steeds de as is waar de opbouw van Europa om draait. Het was Chirac die het initiatief nam naar Bonn te gaan om aan te geven dat Frankrijk de motor is van de Europese samenwerking en niet Duitsland. Want Chirac wil wel de oude vriendschap tussen Parijs en Bonn voortzetten, zoals in de tijd van De Gaulle, maar hij is in het geheel geen voorstander van de plannen voor een federaal Europa waar Kohl en de Duitse CDU zo aan gehecht zijn.
Vervolgens bood de gijzeling door de Bosnische Serviers van Blauwhelmen, waaronder zich veel Franse soldaten bevonden, Chirac de kans te tonen dat Frankrijk een sterke en onafhankelijke natie is. De oprichting van de Force de Reaction Rapide, de militaire eenheid die de Blauwhelmen in de toekomst moet verdedigen tegen verdere vernederingen van Servische kant, wordt in conservatieve kringen in Frankrijk vooral als een Franse creatie gezien, hoewel ook Engeland en Nederland er deel van uitmaken.
Met de hervatting van de kernproeven laat Chirac nogmaals zijn tanden zien, dit keer vooral aan de supermachten uit de tijd dat de Koude Oorlog nog heerste. Het is dan ook niet helemaal onschuldig dat Chirac met zijn aankondiging kwam vlak voor zijn staatsbezoek aan de Verenigde Staten en de G7-top in Halifax. Nog in mei 1994 had Clinton aan Mitterrand gevraagd het moratorium van 1992 op kernproeven tot september 1995 te verlengen, waarop Mitterrand zijn opvolger, wie dat ook zou worden, had uitgedaagd door te verklaren dat er na hem door Frankrijk geen kernproeven meer zouden worden gedaan. Maar Chirac heeft met zijn 'onherroepelijk besluit’ heel duidelijk gebroken met de toezeggingen van zijn voorganger. En met de geest van het non-proliferatieverdrag uit 1970, dat nog in mei van dit jaar voor onbepaalde tijd door de 174 ondertekenende landen werd verlengd.
Benoit legt me op het RPF-partijbureau uit waarom Frankrijk zich zo opstelt: 'We willen terug naar het gezicht dat Frankrijk had in de tijd van De Gaulle. Terug naar de belangrijke en essentiele rol die Frankrijk toen speelde. Wij zijn in Europa en in de wereld de speldeknop die net even anders denkt dan de anderen. In de Joegoslavische crisis werden we ons ervan bewust dat Frankrijk steeds de motor was achter de acties. Wij houden van pragmatisch optreden, omdat we direct resultaat willen zien. Als de anderen het niet doen, zullen wij proberen hen te overtuigen of we nemen zelf het initiatief. Die rol van motor hebben wij in de geschiedenis altijd gehad. Het is daarom niet goed dat Europa het bestaan van de naties in het geding brengt. In die zin zijn wij gekant tegen elk federalisme.’
MAAR TERWIJL Chirac er hard aan werkt Frankrijk het smoel van een sterke, onafhankelijke natie te geven, is er van de 'echte verandering’ die hij tijdens zijn campagne voor het binnenland had beloofd, nog maar weinig terecht gekomen. De leuze 'Le Vrai Changement’ lijkt vooral bedoeld geweest om zich af te zetten tegen Jospin, die het natuurlijk ook over verandering had. In de gaullistische traditie beloofde Chirac een daadkrachtige regering en een president die zich geheel wijdt aan zijn taak leiding te geven aan de natie. Hij beloofde een einde te zullen maken aan het overwicht van de politieke elites in de bestuursorganen van het land en de invloed van de hoofdstad Parijs te zullen verminderen. Maar in zijn regering komen veertien van de 43 leden uit Parijs en omstreken en zijn er acht afkomstig van de Ecole Nationale d'Administration, een van Frankrijks meest prestigieuze onderwijsinstellingen.
Ook beloofde Chirac gelijke kansen voor iedereen. Om het goede voorbeeld te geven nam hij twaalf vrouwen in zijn kabinet op. Maar van hen zijn er acht staatssecretaris. Slechts vier werden minister en zij nemen met departementen als Toerisme of Solidariteit tussen de Generaties nu niet direct sleutelposities in. De sleutelposities zijn voorbehouden aan Chiracs politieke vriendjes van het eerste uur van de verkiezingscampagne, hoewel hij nu juist had toegezegd zich niet met vrienden te zullen omringen. Zo werd Alain Juppe hoofd van de regering en Jacques Toubon minister van Justitie.
Het paradepaardje van zijn verkiezingscampagne was de strijd tegen de werkloosheid voor alles, met als klapstuk het Contrat-initiative-emploi, een premie van 2000 franc (ongeveer 700 gulden) en kwijtschelding van sociale lasten voor bedrijven die langdurig werklozen in dienst nemen. Maar tot dusverre heeft de regering nog geen echte maatregelen in die richting genomen. Maar volgens de heer Benoit is dat dus alleen maar een kwestie van tijd.
Daar is niet iedereen van overtuigd. Eric Brun, overtuigd aanhanger van de Parti Socialiste, meent dat de beloften die Chirac heeft gedaan niet meer dan een facade zijn. Neem het referendum, waar Chirac meer aandacht aan zou geven als hij president zou worden: 'Een referendum over de kernproeven hebben we hier niet gehad’, zegt hij, 'met de aankondiging van de kernproeven toonde Chirac zijn ware gezicht. De Fransen houden ervan te dromen, ze praten er over hoe mooi het allemaal kan worden en daardoor vergeten ze de realiteit. Chirac vleit alles en iedereen met maatregelen die een direct effect hebben, maar de consequenties van zijn handelen weegt hij nooit af.’
Een voorbeeld van dit soort vleierij van de publieke opinie is de opheffing van de luchtvloot van de regering, zodat ministers tegenwoordig 'net als iedereen’ met lijnvluchten moeten reizen. Ze moeten vanaf heden stoppen voor rood licht en de zwaailichten van het politie-escorte behoren ook tot het verleden. Hiermee wil Chirac de ministers een gematigder levensstijl opleggen. Om het goede voorbeeld te geven, ontsloeg hij zelfs zijn eigen lijfwachten.
BEGIN MEI BLEEK 52 procent van de kiezers te geloven in Chirac. Maar tijdens de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen, op zondag 11 juni, bleef de op basis van die uitslag verwachte overwinning van rechts op links grotendeels uit. Dat kan verklaren waarom Chirac het aan de vooravond van de tweede ronde nodig vond de hervatting van de kernproeven af te kondigen. Al was het maar om te laten zien dat hij er nog was. Direct daarna kondigde Alain Juppe aan dat de strijd tegen de langdurige werkloosheid nu werkelijk binnenkort zal beginnen. Toch bleef links ook in de tweede ronde van afgelopen zondag goed overeind. Hoewel ze natuurlijk een aantal steden verloren, heroverden de socialisten ook enige steden op de conservatieven en bleven de meeste linkse burgemeesters op hun plaats.
De grote schok kwam van het extreem- rechtse Front National, dat tijdens de eerste ronde in zeventig van de 195 steden met meer dan 30.000 inwoners waar de partij een kandidaat had, meer dan tien procent van de stemmen haalde. Na de tweede ronde vielen steden als Orange en Toulon in handen van extreem-rechtse burgemeesters. Toen Le Pen, de leider van het Front National, tijdens de presidentsverkiezingen vijftien procent van de stemmen haalde, werd die hoge score verklaard uit de onvrede van de kiezers met de traditionele linkse en rechtse partijen, waardoor ze de voorkeur gaven aan de gepantserde taal van Le Pen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen speelde deze persoonlijke factor veel minder, en dat maakt de uitslag des te verontrustender.
Jean Lhopital, kandidaat voor een van de socialistische lijsten bij de Parijse gemeenteraadsverkiezngen, meent dat deze opkomst van extreem-rechts het echte probleem is waarmee Frankrijk op dit moment te kampen heeft: 'De aanhangers van Chirac wilden een schok teweeg brengen onder de kiezers. Maar een echte schok zal nooit plaatsvinden, omdat hun beloften altijd lege woorden zullen blijven. Vooral de jongeren hebben even in Chirac geloofd. Een beetje naief, omdat ze de tijd van De Gaulle niet echt hebben meegemaakt, maar nu hebben ze er al geen werkelijk vertrouwen meer in. Veel verontrustender is nu de opkomst van het Front National. Als de mensen nu stemmen voor het Front, dan stemmen ze voor een programma, niet meer alleen voor Le Pen. Er bestaan twee theorieen over het succes van het Front National. De ene zegt dat extreem-rechts wel weer zal verdwijnen als de werkgelegenheid groeit. Maar mijn mening is dat het Front National zich echt aan het wortelen is in de Franse samenleving. Een deel van het rechtse electoraat zou heel goed op extreem-rechts kunnen gaan stemmen.’
DE OPKOMST VAN extreem-rechts lijkt op dit moment de gemoederen in Frankrijk meer bezig te houden dan het rechtsomkeert van Chirac naar de tijd van De Gaulle. Henri Emmanuelli, partijscretaris van de Parti Socialiste, zei zondagavond na de verkiezingen: 'Dat het Front National doorstoot moet een alarmsignaal zijn voor de regering. Die wacht nog steeds af, maar het lijkt me dat Alain Juppe nu iets moet gaan doen.’ En volgens Jack Lang, burgemeester van Blois en goede vriend van Mitterrand, is het ieders verantwoordelijkheid dit kwaad terug te dringen en moet de staat deze strijd ondersteunen: 'De opkomst van het Front National is een fenomeen dat blijft voortduren. Het is geen verschijnsel van een zondag gemeenteraadsverkiezingen.’
Uiteindelijk heeft de verkiezing van Chirac als president van Frankrijk nog geen echt grote schok met zich meegebracht. De werkelijke verandering in Frankrijk gaat echter misschien wel verder dan zijn verkiezingsbeloften. Want terwijl Chirac Frankrijks gevel een opknapbeurt geeft en de bewoners van het huis een nieuw behangetje heeft beloofd, verwaarloost hij de fundamenten en rommelt het op zolder. De socialisten in de kelder kunnen best zeven jaar lang hun conservatieve bovenburen verdragen. Als ze zich maar gedegen weten te organiseren, kunnen ze daarna altijd weer de trap naar boven nemen. Maar intussen verdwijnen er steeds meer bewoners van het huis teleurgesteld naar de rommelzolder. En intussen staat gevelschilder Chirac op de steigers een fraaie show voor de buitenwereld weg te geven.