Geven en nemen

Wanneer we van doen hebben met een verdachte van een zwaar misdrijf, dan schrijven we niet zijn hele naam, maar zeggen we bijvoorbeeld: ‘De verdachte Theodor H. ontkende wederom dat hij Hare Majesteit voor op zijn fiets naar huis had gebracht.’

Dit doen we om de verdachte en betrokkenen enigszins te beschermen. Immers: als hij wordt vrijgesproken, dan is hij onschuldig en zou hij ten onrechte in verband met een misdrijf worden genoemd.

Maar door de sociale media weten we nu binnen korte tijd hoe iemand, schuldig of niet, heet, waar hij woont en wat hij gedaan heeft.

De oude media (krant, radio en tv) houden zich dan keurig aan de regel om de privacy van de verdachte niet te schenden, maar die schending heeft dan al lang plaatsgevonden.

Privacy is het wisselgeld geworden voor diensten die het leven zogenaamd veraangenamen.

We willen facebooken, dus leveren we privacy in. We willen een weerapp, dus leveren we privacy in.

In 1996 – ik ga even op mijn eigen borst trommelen – schreef ik een klein boekje met columns onder de titel Ik ben onbereikbaar. Het waren trouwens columns die ik in De Groene had geschreven. Alle columns draaiden om het dubbelzinnige begrip onbereikbaarheid. Een popster bijvoorbeeld is onbereikbaar, maar men eist dat hij bereikbaar is. Hoe meer hij bereikbaar is (via radio, televisie et cetera), hoe onbereikbaarder hij wordt. Het heeft alles van doen met macht. Wie macht wil, moet bereikbaar zijn, zich veel laten zien, maar als hij die macht heeft, wordt hij onbereikbaar, en zal hij zijn onbereikbaarheid beschermen en daarvoor van zijn macht gebruik maken. De allermachtigsten, of het nu popsterren, televisiesterren of politici zijn, bouwen een fort of een kasteel om zich heen en houden zich voor ons onbereikbaar. Hoe onbereikbaarder zij zijn, hoe onbereikbaarder zij worden, uiteraard, maar men gaat ook meer tegen hen opkijken.

‘Kun je nagaan hoe eenzaam God is, en waarom Hij zich expres niet laat zien’, zou Reve zeggen.

Maar door de sociale media kan macht ook gemakkelijker gewonnen en verbroken worden. En een van de machtigste middelen om macht te niet te doen is het schenden van de privacy. ‘Ben is vreemdgegaan, Miep is zwanger van Kees, Willem en Mies liggen in scheiding, de moordenaar van Wolf heet Miep van der Domkop en de verkrachter van Juul is Tinus van der Piel.’

Schending van privacy ontheiligt.

Hoe erg is het om geleefd te worden, als je zelf geen idee hebt hoe te leven?

Maar is dus ook de kortste weg naar heiligheid.

Privacy zou meer beschermd moeten worden, maar als je zou vertellen wat je daarvoor zou moeten inleveren, dan hebben de meesten daar geen zin in.

Het opgeven van privacy biedt namelijk te veel voordelen.

Breng mij maar in kaart en vertel me wat ik nodig heb. Ik vertel je waar ik ben, toon mij waar ik goedkoop kan eten. Ik heb zin in zon, kijk in mijn girorekening of ik een reis kan betalen. Ja, ik wil graag weer eens lichamelijke liefde, dus vertel me waar de hoeren in de buurt zijn en waar ik viagra kan halen. Ik ben eenzaam, volg mij, like me, steek je duim naar me op en retweet me.

De vraag is: hoe erg is het om geleefd te worden, als je zelf geen idee hebt hoe te leven?

Hoe erg is het om vrijheid in te leveren, als je niet weet wat je met die vrijheid wil? Hoe erg is het om je te laten disciplineren, als je door die opgelegde discipline rustig kunt leven?

Voor mij is vrijheid het allerhoogste.

Maar eigenlijk wantrouw ik iedereen die hetzelfde beweert.

Want vaak hoor je: als we onze vrijheid willen behouden, zou het verstandig zijn als we elkaar niet kwetsen, als we ons wat inhouden, als we solidair zijn met elkaar…

Vrijheid wordt steeds minder gewenst.