MUZIEK Pete Greenwood

GEVOELIG MAAR NIET PATHETISCH

‘Mensen hebben rolmodellen nodig’, zei Ronald Plasterk onlangs in de eerste aflevering van Zomergasten. De 27-jarige Brit Pete Greenwood denkt er waarschijnlijk net zo over. Als hij tijdens een workshop ‘songwriting’ de opdracht krijgt om twee nummers te schrijven luistert hij eerst ‘een paar honderd keer’ naar Blood on the Tracks van Bob Dylan. Het werkt inderdaad stimulerend, want een week later heeft hij zijn twee allereerste liedjes klaar. Ze hebben allebei zijn debuutalbum Sirens gehaald.
In het voortjakkerende Bats over Barstow, waar drum, gitaar en viool gejaagd over elkaar heen tuimelen is de leermeester duidelijk terug te horen. Any Given Day verraadt een invloed die Greenwood via een ander voorbeeld krijgt aangereikt. Greenwood is opgegroeid met zijn vaders folkmuziek en kreeg als tiener van hem een plaat van Nick Drake in handen gedrukt. ‘Homomuziek’ was het eerste oordeel, waarna hij zich weer in zijn kamer opsloot met de hardrock van Megadeth – in je puberteit moet je nu eenmaal tegen sommige rolmodellen rebelleren.
Zoals wel vaker gebeurt, is Greenwood daar later op teruggekomen. De invloed van de door pa aangedragen artiest op Sirens is overduidelijk. Neem de bijna nonchalant klinkende fingerpicking-stijl, waardoor de nummers veel simpeler lijken dan ze eigenlijk zijn. Of de eveneens aan Drake verwante sfeer, die slecht duidbaar is: relativerend en gelaten, maar net zo goed melancholiek en met een dieper liggende onrust. Greenwood weet heel subtiel zijn accenten in tekst en melodie te leggen. Dat maakt zijn muziek niet eenvoudig te omschrijven, maar wel zo interessant.
De Brit heeft een paar basisregels om het voor zichzelf boeiend te houden en niet lui te worden. Zo wil hij het gebruik van het woord ‘love’ voorkomen, een tekst niet gemakkelijk laten rijmen en ook niet in de eerste persoon praten. Dat laatste criterium hanteert hij trouwens niet strikt, maar een groot egodocument is het album zeker niet.
Wel houdt hij het vaak persoonlijk. Hij heeft het bijvoorbeeld over het getrouwde meisje naar wie hij verlangt (Girl Like Mine) of zingt bijna luchtig over teleurstelling (Wine and Rye): ‘I had my pride, but it was overrated/ I never cared for shining armour’. Zijn ervaringen als gitarist in een band (Mojave 3 en Heavenly) beschrijft hij quasi-ironisch in I Used to Be in a Band: ‘You think of Wilson and I’ll think of Manson as best friends…/ …Despite what you say it’s a blackened sky/ They won’t let me leave/ though I try, try, try’.
Greenwood durft gevoelig te zijn zonder pathetisch te klinken en roert dramatische thema’s aan, maar voorkomt dat ze topzwaar worden. Hij doet het bijna terloops, zoals ook zijn gitaarspel klinkt. Zelf vindt hij het allemaal niet zo bijzonder. ‘Als je je hele leven naar de beste songwriters luistert, moet het er toch ooit een keer uitkomen?’ Bij de Engelse pers kan Pete Greenwood in ieder geval al niet meer stuk. Hij is een ‘akoestische sensatie’ en het tijdschrift New Musical Express bejubelt Sirens als ‘folking good’. Het patriottische enthousiasme is deze keer niet overdreven.

Pete Greenwood, Sirens (Heavenly/V2)