Rusland Julia Latinina over de kritische journalistiek

Gevolgd door huurmoordenaars

Vier jaar na de moord op Anna Politkovskaja is het er voor Russische journalisten alleen maar gevaarlijker op geworden. Dat weerhoudt Julia Latinina er niet van om het Kremlin onder vuur te nemen. ‘Rusland heeft twee presidenten: de ene heet Poetin, de andere doet er niet toe.’

JOURNALISTE EN schrijfster Julia Latinina is druk en doet druk. Op een extreem warme avond snelt ze even na negenen met haar grote bos rode haren, volgepropte rugzak en korte broek de wachtruimte van de radiostudio binnen. Ze is die middag naar Moskou teruggekomen uit Sint-Petersburg en heeft zojuist haar wekelijkse radioprogramma Het Wachtwoord opgenomen voor het enige onafhankelijke radiokanaal in Rusland, Echo Moskvi. Latinina tuurt ingespannen naar een pagina in haar hand, zonder aanstalten te maken om te gaan zitten voor het interview. Als ze, na uitgebreid met medewerkers te hebben overlegd, eindelijk plaatsneemt, pakt ze haar mobiel. ‘Sorry, ik moet nog even bellen’, zegt ze.
Latinina’s entree bevestigt het beeld van een vrouw die van het verkondigen van haar mening niet alleen haar werk maar ook haar leven heeft gemaakt. Los van haar radioprogramma kom je haar artikelen en columns vrijwel dagelijks tegen in wat er nog over is van de onafhankelijke pers in Rusland. Zo reist ze voor de Novaja Gazeta, net als voorheen Anna Politkovskaja, regelmatig naar Tsjetsjenië en andere deelrepublieken in de Noord-Kaukasus. Buitenlanders in Moskou kennen haar vooral door haar columns in de door Derk Sauer opgezette krant The Moscow Times. Daarin fileert ze het van corruptie doordrenkte Russische bedrijfsleven. Over dit onderwerp schreef ze tevens een reeks economische thrillers, waaronder een trilogie die als serie werd uitgezonden op de Russische televisie.
Julia Latinina wordt inmiddels in Rusland als een van de belangrijkste journalisten beschouwd en ontving in binnen- en buitenland verschillende prijzen, waaronder in 2008 de Freedom Defenders Award, uit handen van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice. Zelf relativeert Latinina haar journalistieke betekenis: 'Ik ben niet zo alom aanwezig in de Russische pers. Ik kom niet op tv, en zolang Poetin op tv is zal ik dat waarschijnlijk niet zijn.’ Toen de huidige premier Vladimir Poetin president werd, in 2000, presenteerde Latinina een aantal actualiteitenprogramma’s op de Russische televisie. Daaraan kwam echter een einde toen alle tv-kanalen in staatshanden kwamen.
De grootste bekendheid dankt Latinina aan haar radioprogramma op Echo Moskvi, waarmee ze begon in 2003. Het is een monoloog van een uur over het nieuws van de week, die veel weg heeft van een tirade tegen de macht. Zo zei ze begin oktober na het ontslag van de machtige burgemeester van Moskou, Joeri Loezjkov: 'Ondanks het feit dat Loezjkov indertijd is gekozen, was er weinig verschil tussen zijn optreden en dat van Amerikaanse burgemeesters van steden als Chicago in de jaren dertig van de vorige eeuw. Toentertijd was er in Amerika ook veel corruptie, werden de verkiezingen gemanipuleerd en behoorden de burgervaders nog net niet tot de maffia.’
In haar radio-optreden doet Latinina denken aan een zonderlinge buurvrouw die aan de voet van de Kremlin-muur de leiders eens goed de waarheid zegt, terwijl de buren geamuseerd en bewonderend toekijken. Die bewondering geldt niet alleen haar moed maar ook haar ongelooflijke feitenkennis en de ironische, bloemrijke taal waarmee ze haar commentaar ver uittilt boven een zuur beklag. Haar onnavolgbare stijl, die je misschien kunt aanduiden als new journalism op z'n Russisch, maakt dat Latinina en haar programma boven aan de populariteitslijst staan van radio Echo Moskvi.
Latinina gaat onvermoeibaar door met haar werk, ondanks het gevaar dat onafhankelijke journalisten in Rusland lopen. Hoe ernstig dat gevaar kan zijn, drong in het Westen vooral door na de brute moord op Anna Politkovskaja op de verjaardag van Poetin, 7 oktober 2006. Die moord, waarvan de opdrachtgever tot op heden niet bekend is, leidde tot een golf van verontwaardiging en protesten door westerse mensenrechtenactivisten en regeringsleiders. Het is een illusie, stelt Latinina, te denken dat Russische journalisten door die aandacht minder gevaar lopen. 'Integendeel. Na de moord op Politkovskaja werden journalisten zich ervan bewust dat hun werk gevaar voor hun leven kon betekenen. Na die moord was het alsof we wakker werden in een ander land. En het Westen kan weinig anders doen dan zeggen: “Dat vinden wij niet goed.” Neem de oorlog tussen Rusland en Georgië in 2008. De Europese onderzoekscommissie schreef in haar verslag over de belangrijkste vraag - wie de oorlog was begonnen - dat ze het ook niet wist. Als een Europese onderzoekscommissie onder grote druk al verzwijgt dat Rusland de oorlog begon, kun je je voorstellen hoe weinig westerse landen zullen doen om de enorme druk te verminderen waaronder Russische journalisten moeten werken.’
Vreest u, als een van de meest spraakmakende critici van Poetin, niet voor uw leven?
'Ik geloof niet dat Poetin verantwoordelijk was voor de moord op Politkovskaja. Dat illustreert een essentieel onderscheid tussen de Russische dictatuur en die in de meeste andere landen. Als er in Wit-Rusland iemand verdwijnt, is het duidelijk dat president Loekasjenko daar de hand in heeft. Als in Rusland een journalist wordt vermoord, kan wie dan ook dat hebben gedaan.
Ik kan een verhaal vertellen dat aantoont hoe ingewikkeld alles hier is. Ik had een uitgesproken mening over de oorlog in Georgië, in 2008. Ik zie bijvoorbeeld niet het verschil tussen de inval in Finland door Stalin in 1939 en die van de Russen in Georgië. Toen beweerden we ook dat we te hulp waren geroepen door een of andere regering van arbeiders. Mijn opvatting onderscheidde zich van die van die van de meeste andere journalisten, omdat ik veel betekenis hecht aan de persoon van Kokojte, die in zijn deelrepubliek een Zuid-Ossetische Hamas heeft georganiseerd. Zuid-Ossetië heeft een kleine bevolking, die niets anders kan doen dan in een loopgraaf zitten en de Georgiërs haten, omdat er geen andere middelen van bestaan zijn in dat gebied.
Nadat ik deze uitgesproken mening had verkondigd, ontdekte ik dat ik werd gevolgd. Op een keer, vroeg in de morgen, hield ik de auto achter mij aan en stapte op de idioten af die mij zo opvallend volgden. Ik ging ervan uit dat het veiligheidsagenten van de FSB waren. Maar ik had het mis, want vanuit de auto keken drie mannen met een Kaukasisch uiterlijk mij aan, die niet minder verrast waren dan ik. En terwijl ze de auto draaiden om weg te rijden, kon ik ze nog net fotograferen en hun nummerbord vastleggen. Zelfs zonder onderzoek was het mij duidelijk wie mij volgden, namelijk mannen die door Kokojte waren ingehuurd. Ik was daar zeer ongelukkig mee. Mijn ervaring met strafrechtelijk onderzoek in Rusland, zoals bij de moord op Politkovskaja, is dat een amateur-huurmoordenaar al voor tweehonderd dollar is gevonden. Je kunt ze vergelijken met een voorbehoedsmiddel voor eenmalig gebruik.
Ik sloeg groot alarm. De hoofdredacteur van Echo Moskvi belde het hoofd van de FSB, Aleksandr Bortnikov. Die bekeek de foto’s en greep naar zijn hoofd. Ik snapte zijn verontrustheid, want als er met mij iets zou gebeuren, zou iedereen met de vinger naar Poetin wijzen. Meneer Bortnikov besloot schijnbaar dat het doden van journalisten het voorrecht is van de Russische machthebbers en niet van derden. De FSB heeft mij vervolgens een half jaar lang vervoerd, en keek meteen ook waar ik naartoe ging.’

WAAROM VERKONDIGEN u en veel van uw collega’s vaak zo'n felle mening, in plaats van een meer feitelijke analyse te geven? Is dat een verschil tussen Russische en westerse journalistiek?
'Russische journalisten hebben veel minder toegang tot informatiebronnen. Maar omdat tegelijkertijd in Rusland alles volstrekt schaamteloos gebeurt, beschikken zij over een vruchtbare hoeveelheid materiaal om zelf hun conclusies te kunnen trekken. Neem het moment waarop de Russische regering de graanexport verbood na de grootscheepse branden van bossen en graanvelden in juli en augustus. Een dag daarvoor bepleitte het Zwitserse bedrijf Glencore publiekelijk zo'n exportverbod vanwege overmacht. Door de branden was de graanprijs onverwacht enorm gestegen, waardoor Glencore verlies zou leiden als het de hoeveelheid graan zou moeten kopen die het bedrijf met de regering had afgesproken. Een exportverbod zou deze afspraken ongedaan maken. We hebben weliswaar geen geheime band- of filmopname waaruit duidelijk wordt dat Glencore de Russische regering heeft omgekocht, maar uit de brutaliteit van de openlijke verklaring door Glencore en het daaropvolgende exportverbod kunnen we wel die conclusie trekken. Als Russische journalisten kunnen we niets anders doen dan dergelijke logische gevolgtrekkingen maken.’
Wordt u niet paranoïde van zoveel chaos en onrechtvaardigheid?
'Het heeft het effect van een oorlog. Eén lijk in vredestijd is een misdaad. In deze oorlogssituatie op Russisch grondgebied is een van de grootste problemen dat je het aantal doden niet meer bijhoudt. Voordat je hebt kunnen vertellen over bijvoorbeeld de aanrijding van een baboesjka door de zoon van de minister van Defensie moet je alweer meedelen dat de chauffeur van de vice-president van oliebedrijf Loeikol, die hij op dat moment vervoerde in zijn dienstauto, een auto-ongeluk heeft veroorzaakt waarbij twee vrouwelijke artsen zijn omgekomen. Het beste middel om je staande te houden te midden van zo veel waanzin is ironie. Een mens lacht het meest uitbundig in die situaties waarin hem niets anders overblijft.’
Is er de laatste jaren niet veel verbeterd? Sinds 2008 is Poetin weg en is er een nieuwe president.
'Wie?’
Dmitri Medvedev.
'Is die dan president?’
Wat vindt u?
'Nee, Rusland heeft twee presidenten: de ene heet Poetin, de andere doet er niet toe.’
Dus Poetin is nog altijd de baas in het land?
'Medvedev heeft zonder twijfel bepaalde volmachten, hij kan bijvoorbeeld zijn huishoudster ontslaan als hij dat wil. Ik denk dat Medvedev zijn taak uitvoert maar nog altijd minder sterk is dan Poetin.’

DAT LATININA door toedoen van Poetin in de marge van de journalistiek moet werken vindt ze geen probleem. Ze beschouwt zichzelf in de eerste plaats als schrijfster: 'Ik vind mijn boeken het belangrijkst; al het overige beschouw ik als een notitieblok. Een boek biedt een heel andere vorm om de werkelijkheid te beschrijven dan een artikel, omdat de werkelijkheid tegenstrijdig is terwijl een artikel eenduidig is.
Toen ik als schrijfster begon, vond ik het middeleeuwse China of het klassieke Griekenland veel boeiender. Op een gegeven moment werd ik echter gegrepen door een fascinatie voor de Russische maatschappij waarin ik leefde. Maar die interesse was meer te vergelijken met die van een entomoloog, die een insectenmaatschappij observeert, dan met de belangstelling van iemand die aan die maatschappij wenst deel te nemen.’
Haar bewuste opstelling als afstandelijke waarnemer vloeit voort uit haar persoonlijke geschiedenis. Latinina werd geboren in de Sovjet-Unie, in 1966. Ze studeerde aan het bekende literaire Gorki-instituut in Moskou en schreef in 1992, vlak na de val van de Sovjet-Unie, haar dissertatie. De titel daarvan illustreert haar fascinatie voor vermeende heilstaten, zoals die waarin zij opgroeide: De literaire bronnen van het anti-utopische genre.
Haar afstandelijke opstelling weerhoudt Latinina er echter niet van om regelmatig naar Tsjetsjenië en de overige deelrepublieken in de Noord-Kaukasus te reizen. Vanwege haar veiligheid reist ze vooral naar Dagestan - daar heeft ze meer vrienden en is de vijandschap tegenover Russen minder groot dan in Tsjetsjenië. 'De situatie in Dagestan is heel anders dan die in Tsjetsjenië, omdat daar veel Avaren wonen. Het is voor Russen erg moeilijk om contact te hebben met Tsjetsjenen, omdat we die meer dan eens hebben verbannen en vermoord. Stalin deed dat al in 1944 en tijdens de laatste twee oorlogen in de jaren negentig gebeurde het opnieuw. In Tsjetsjenië ben je daarom alleen een echte man als je je wilt wreken op de Russen, anders stel je niets voor.’
Net als voorheen Politkovskaja is Latinina een van de meest deskundige journalisten als het gaat over de problemen op de Noord-Kaukasus. Maar in tegenstelling tot Politkovskaja en mensenrechtenactivisten, die menen dat de Russen schuld hebben aan de problemen van de Kaukasiërs, onderschrijft Latinina de lezing van het Kremlin dat het probleem in de bevolking zelf zit: 'De wahabieten streven ernaar van de Kaukasus een islamitisch emiraat te maken.’
Het wahabisme in de Noord-Kaukasus heeft zijn wortels in de negentiende eeuw, toen een Kaukasische imam deze leer daar ging verspreiden na zijn opleiding in Saoedi-Arabië, de bakermat van het wahabisme. Door de twee Tsjetsjeense oorlogen in de jaren negentig van de vorige eeuw rukte het wahabisme, opnieuw door invloed vanuit Saoedi-Arabië, weer op in de Noord-Kaukasus.
Waarom slaagt Rusland er maar niet in de situatie in de Noord-Kaukasus onder controle te krijgen?
'De functie van een staat is de veiligheid van zijn inwoners te garanderen. Maar de Russische machthebbers veronachtzamen niet slechts deze opgave, ze beschouwen het garanderen van veiligheid zelfs niet als een van hun belangrijkste taken. In de islamitische Noord-Kaukasus, waar mensen hun eigen regels volgen en veel jonge rebellen zijn, leidt dat tot een vergelijkbare situatie als in de Palestijnse gebieden.
Het probleem had opgelost kunnen worden, maar ik denk dat dit een gepasseerd station is. De wahabieten in bijvoorbeeld Dagestan, de tweede belangrijkste republiek in de regio - met twee keer zo veel inwoners als Tsjetsjenië - speelden tien jaar geleden nog een marginale rol. Ze hebben inmiddels grote macht en eigendom verworven en worden door de bevolking in Dagestan gevreesd. Ik verwacht dat de Noord-Kaukasus, dus niet slechts Tsjetsjenië, zich vroeg of laat zal afsplitsen van Rusland. En de verhouding tussen de twee delen, die waar voornamelijk Russen wonen en de overige gebieden, zal lijken op die tussen Israël en Palestina.’
Is de Tsjetsjeense president en voormalig rebellenleider Ramzan Kadyrov, die nu regeert uit naam van Rusland, tegen afscheiding?
'Nee, hij is tegen de wahabieten. Tussen de wahabieten en de traditionele moslims in de Kaukasus bestaat een vergelijkbare tegenstelling als tussen de katholieken en protestanten tijdens de Barthelomeüsnacht, de moordpartij op de protestanten. Kadyrov verenigt in één persoon de radicaal katholieke Hertog van Guise en Ignatius van Loyola, die zijn militaire verleden afzwoer om streng katholiek te worden.’
Maar zullen de Noord-Kaukasische rebellen, voordat het zo ver is, niet eerst Rusland destabiliseren, zoals ze vorig jaar weer probeerden met de terreuraanslagen in de Moskouse metro?
'Cynisch gezegd geloof ik niet dat het tot grote veranderingen in Rusland zal leiden als ze nog een paar keer een metro opblazen. De Kaukasus wordt voortdurend gedestabiliseerd door de terreuracties, omdat ze daar dagelijks plaatsvinden.’
Latinina heeft begrip voor het extreme geweld van Kadyrov tegen de wahabieten en hun families; volgens haar is dat de enige effectieve aanpak van de fundamentalisten. De cruciale fout van Kadyrov vindt zij dat hij er niet in slaagt de Tsjetsjeense economie op gang te brengen, en dat hij geen onderscheid maakt tussen wahabieten en mensenrechtenactivisten. De mensenrechtenactivisten komen luidkeels op voor de gezinnen die Kadyrov met ontvoeringen en moord bedreigt. Als gevolg daarvan worden mensenrechtenactivisten, zoals Natalja Estemirova, regelmatig vermoord, waarschijnlijk in opdracht van Kadyrov.
Oplossingen voor het moeras waarin Rusland volgens haar zit, heeft Latinina niet - ze beperkt zich tot kritiek: 'Ik zou willen leven in een vrij Rusland, met een vrije markt en een kleine maar sterke staat. Amerika is volgens mij op dit moment het best georganiseerde land. Daarmee wil ik niet zeggen dat het land geen tekortkomingen heeft, maar dat er geen betere alternatieven zijn. Maar ik denk dat als de Russen nu vrij zouden kunnen kiezen zij net zo zouden stemmen als de bolsjewistische kiezer. Iemand die rijk is stemt voor het behoud van zijn bezit en voor de mogelijkheid om vrij te zijn. Een arm persoon stemt voor iemand die belooft hem iets te geven. Stel dat er in China democratie zou zijn, dan zouden de zevenhonderd miljoen arme boeren stemmen voor een nieuwe Mao.’