Gevormd licht

De werken van Dan Flavin zijn composities van licht. Zinderend licht. En hoe gelijkmatig het allemaal ook is, er is ook geheimzinnigheid.

IN 1986 heeft Dan Flavin in het Stedelijk Museum, in de hal rond de trap, een installatie gemaakt die toen na enige tijd weer is afgebroken. Nu is het werk in het vernieuwde museum opnieuw gemonteerd. Door de renovatie (en het schoonmaken) van het gebouw is de plek niet helemaal meer zoals die in 1986 was. Er zijn dus wat verschillen tussen toen en nu, maar in karakter is de reconstructie hetzelfde gebleven. Flavin zelf is in 1996 overleden. Vanaf 1963 maakte hij voor zijn ruimtelijke kunstwerken gebruik van wat wij tl-buizen noemen (in Amerika fluorescent light). Hoe de constructies in elkaar gezet werden, wilde hij duidelijk houden, goed leesbaar, zonder artistieke geheimzinnigheid. Ze zijn samengesteld met de gewone armaturen voor zulke buizen die in de handel verkrijgbaar zijn. Daarom zijn het altijd ook combinaties van de standaardmaten die steeds in het werk optreden: 244 cm (dat is 8 feet) en dan 122 cm (4 feet) en 61 cm (2 feet).

Zijn eerste werk van tl-buis was van een verpletterend helderheid: the diagonal of May 25, 1963 - een buis van 244 cm: een stille lijn van geel licht op een witte muur, schuin vanaf de vloer op de diagonaal van een denkbeeldig kwadraat - en gevleid in een zachte gele straling. Het was, zoals vaak bij Flavin, aan iemand opgedragen. In dit geval to Constantin Brancusi. Daarmee gaf hij direct aan bij welk soort verbeelding in de kunst hij zou willen horen. Een ander vroeg werk bestond uit op de vloer staande buizen (koel wit), ook van 244 cm, tegen een muur: één buis helemaal links tegen de zijwand, twee buizen tegen elkaar in het midden en drie buizen tegen de zijwand rechts. Hier werd de hele ruimte van een wand (en daarmee eigenlijk de kamer) in een afgemeten ritme samengevat: the nominal three (to William of Ockham).

Flavin ging van begin af aan heel methodisch te werk, alsof hij een vocabulaire ontwierp van maten en verbindingen. In 1963 werd ook red out of a corner gemaakt: een buis rood licht, opnieuw 244 cm, pal in de hoek van twee wanden zodat het schijnsel van het rood een eind weegs over beide wanden glijdt. De titel van dit werk, vanuit een hoek, beschrijft eigenlijk een beweging van licht. Daaruit is op te maken dat Flavin, zoals alle Amerikaanse kunstenaars, ook bezig was met de figuurloze zwevende, kleurige ruimtelijkheid in de schilderijen van Pollock. Meer dan wie ook was het Pollock die de Amerikaanse kunst een nieuwe richting wees, voorbij aan de utopische abstractie van Mondriaan. (Maar vlak voor zijn dood in 1944 schijnt Mondriaan in een galerie in New York wat werk van de jonge Pollock gezien te hebben - en hij vond het goed.)

Het werk in Amsterdam in 1986 bestaat eigenlijk uit twee werken: een compositie op de wand en, in dezelfde ruimte, een lineaire constructie langs de bovenrand van de muur en een langs het glazen plafond. De witte wand van de omloop rond de trap is door pilasters en bogen in zestien gelijkmatige vlakken verdeeld. Die geleding geeft de ruimte het statige karakter. Van die vlakken, van boven rond, zijn er zestien. Omdat hem, denk ik, de regelmaat en de symmetrie van de geleding was bevallen, heeft Flavin de muurvlakken genomen als plaats van handeling. Als module koos hij een combinatie van een stuk tl-buis van 61 cm met een cirkelvormige buis van 40 cm doorsnee. Daarvan pasten er twee in elk van de boogvlakken bovenin, in het midden. Daar waar er geen doorgangen waren, kon deze slanke verticale figuur (een lijn van gekleurd licht met een rij witte cirkels daarlangs) naar beneden worden voortgezet: nog vijf modules en dan nog een laatste in het onderste deel van de muur. De lijnen zijn afwisselend rood (6x), geel (5x) of blauw (5x). Het werk, untitled, is dan ook aan Mondriaan opgedragen en zijn preferred colors red, yellow and blue. Bovendien loopt er boven langs de rand van het glasplafond een lijn van groen, met onderbrekingen omdat de maat van de buizen niet past in de maten van de architectuur - ook voor Mondriaan who lacked green. Bij welk van deze twee werken de roze/gele lijn bovenlangs de muur eigenlijk hoort, is volstrekt onduidelijk: volgens het museum bij de grote installatie maar volgens de oeuvrecatalogus bij het groene werk.

Hoe het ook zij, gemeten naar hoe geheimzinnig, door het weer, het daglicht in deze hal kan veranderen, is het kunstlicht van dit werk bijna te mager. Ik herinner me dat Flavin, toen het klaar was, naast de trap ernaar stond te kijken en niet compleet tevreden leek. Zijn beste werken zijn eigenlijk compacter - zoals die sonore, geheimzinnige gelijkzijdige driehoek van 55 witte cirkels (30,5 cm). Het begint met één cirkel in de benedenhoek. Van daaruit strekken zich, horizontaal en verticaal, lijnen uit (tien cirkels, dan negen, acht, enzovoort) die, bewegend, de dichte driehoek vormen. We zien een ordening en daaroverheen, meeslepend als een Pollock, dat zinderende maar gevormde licht. Het bestaat in twee versies: in koel wit en warm wit. Je meet met je ogen en je telt de constructie. Zo kijk je preciezer - zoals je van een sonnet geen enkel woord kunt overslaan.

PS Zie ook het magistrale boek van Michael Govan en Tiffany Bell Dan Flavin: The Complete Lights, New York, Dia Art Foundation + Yale University Press, 2005