Geweld en schoonheid

Niels Carels
Betamax
Van Gennep, 303 blz., € 17,90

Na zijn debuut Neon in 2000 bleef het even stil rond Niels Carels (1977). In zijn eerste roman stond de zoektocht centraal van de kunstschilder Edward Zeehond naar het Meisje met de Duizend Gezichten, een chaotisch verhaal dat zich voortsleepte in een roes van drugs, seks, muziek en alcohol, afgewisseld door enkele lucide momenten. Maar Carels is gegroeid. Met Betamax bewijst hij het evenwicht te kunnen bewaren dat in zijn debuut nog zoek was en slaagt hij erin een beklemmende filmische roman te schrijven met internationale flair.

Betamax vertelt het verhaal van vijf jonge mensen. De vijf personages liggen in elkaars verlengde, als de vijf punten van een ster die samen één figuur uitmaken. De twee meisjes Marike en Tirza zijn daarbij elkaars tegenpolen. Tirza is een intellectuele pornoactrice met een fascinatie voor abjecte kunst, Marike een topmodel van etherische schoonheid. De mannen lijken gesneden uit hetzelfde hout: David de kok van een Michelin-restaurant, Werner een filmjournalist die wijn verkoopt, en Joost een weinig succesvol dichter. Als een documentairemaakster zich gaat verdiepen in de mysterieuze gebeurtenis uit hun jeugd die hen verbindt en die is vastgelegd op een Betamax-tape ontdekken ze dat ze nog altijd in zekere zin worden gedreven door de herinnering aan buitenproportioneel geweld.

Carels analyseert feilloos hoe geweld zich verhoudt tot de menselijke psyche en hoe het hand in hand gaat met vervreemding. De ouders van David kwamen bij een vliegtuigongeluk om het leven. Marike groeide op in een slagerij. Tirza pleegt geweld aan haar lichaam door het voor de camera te laten gebruiken. Werner beleeft zijn eigen leven op afstand door middel van het medium film: ‘Soms denk ik dat ik slaap en droom, maar dan kijk ik naar de televisie.’ Joost vertoeft in het diepst van zijn gedachten.

De maatschappij waarin ze leven is van geweld doordrongen. In een wereld die goed de nabije toekomst zou kunnen verbeelden, zijn aanslagen aan de orde van de dag en ‘voelt niemand zich echt veilig’. De massa wordt geregeerd door het gewelddadige beleg van de media.

Maar geweld kent ook schoonheid. De keerzijde van het abjecte is, volgens de filosofe Kristeva die Tirza bestudeert, niet voor niets het sublieme. Carels’ sterk beschouwende personages wankelen op de vage grens tussen schoonheid en het afzichtelijke. Ze zijn willoze getuigen die op afstand naar hun leven kijken, maar in hoeverre zijn ze ook actieve daders? Schoonheid, zo zegt Werner, kan alleen bestaan bij de gratie van ontroering. Carels raakt aan de kwetsbaarheid van ons mens-zijn terwijl het zwarte bloed op iedere pagina dreigt te vloeien. Dat is ontroerend én knap.