Geweld tegen moskeeën - incident of trend?

‘In een moskee in Vianen is in de nacht van vrijdag op zaterdag rond half twee brand uitgebroken.’
‘De Marokkaanse moskee in Almere-Buiten is in het weekend beklad met een hakenkruis. De vereniging Omar ibn Al Khattab heeft aangifte gedaan bij de politie.’

Medium omar ibn al khattab

‘Onbekenden hebben in de nacht van dinsdag op woensdag een moskee in de Groningse wijk Selwerd besmeurd met bloed. Behalve het bloed werden bij de moskee ook dierlijke ingewanden en de kop van een wild zwijn aangetroffen.’
‘Het bestuur van de Molukse moskee in Ridderkerk heeft er genoeg van dat hun gebouw keer op keer wordt beklad met hakenkruizen en racistische leuzen.’
‘Moskee in Dordrecht beschoten.’
‘Het is vrijwel zeker dat de brand gisterochtend in een moskee in Enkhuizen is aangestoken. Dat zei een woordvoerder van de politie vanmiddag. In 2011 was de moskee ook al doelwit van brandstichting.’

Geweld tegen moskeeën – het staat sporadisch op de politieke agenda en zelden houdt de morele verontwaardiging erover langdurig aan. Wie valt dat kwalijk te nemen? Moskeebesturen geven er niet altijd ruchtbaarheid aan, uit angst copycat-gedrag in de hand te werken. Er heerst onder hen ook een zekere gelatenheid: racistisch geweld en vandalisme vormen nu eenmaal de prijs die betaald moet worden voor een guur politiek klimaat. Ze doen wel aangifte van incidenten, maar over de afhandeling daarvan door de politie zijn ze zelden tevreden. Daarom laten sommige moskeeën het erbij zitten en proberen ze na een incident zo snel mogelijk over te gaan tot de orde van de dag. Ze willen er niet een al te groot punt van maken omdat ze de relaties met hun omgeving niet te veel op het spel willen zetten.

Maar het heeft ook te maken met een ontwijkende houding van politiek bestuurders. Die proberen in veel gevallen de incidenten te depolitiseren. Zoals de burgemeester van Enkhuizen na brandstichting in de moskee (2013) laconiek zei: ‘Er worden wel vaker gebouwen in de as gelegd.’ Andere veelgehoorde opmerkingen zijn: ‘Het is niet racistisch bedoeld’, ‘het is niet op de moskee gericht’, ‘het is gewoon vandalisme’. In 2010 vroeg Tweede-Kamerlid Khadija Arib (PvdA) een spoeddebat aan naar aanleiding van de beschieting van een moskee in Dordrecht en een poging tot brandstichting bij een moskee in Groningen. In het debat erkent minister van Justitie Ivo Opstelten de gebrekkige registratie van geweld tegen moskeeën. ‘Als je één ding echt moet verbeteren, is het nog de registratie van de gebeurtenissen.’ Hij belooft een hardere aanpak en wil dat gemeenten alle middelen inzetten om dit soort incidenten te voorkomen. Maar zowel een betere registratie van de geweldsincidenten als een specifieke uitwerking van zijn belofte om moskeeën beter te beschermen blijft uit.

Komende week besteedt De Groene in de kerstspecial aandacht aan het probleem van geweld tegen moskeeën en gebruikt daarbij de laatste cijfers van onderzoeker Ineke van der Valk, die een unieke poging deed een kwantitatief overzicht te krijgen van het geweld waar moskeeën mee te maken krijgen. Uit het onderzoek van De Groene blijkt ook dat niet alleen timide moskeebesturen en depolitiserende politici de ernst van de incidenten graag wegwuiven – ook politie en het Openbaar Ministerie hebben hier een hand in door de motieven van daders te relativeren.


Deze publicatie kwam tot stand in samenwerking met Radio Reporter KRO/NCRV die vanavond uitzendt om 19.00 uur op Radio 1.

Beeld: Arnold van Harmelen/Archimere