Ger Groot

Geweten

Vorige week verscheen de autobiografie van Bill Clinton en wereldwijd weet intussen iedereen dat de oud-president deed wat hij deed «for the worst possible reason: because I could». Er zijn dramatischer maxima van slechtheid denkbaar dan dat van de gelegenheid die de dief maakt. Maar van karaktervastheid getuigde het niet en dat is voor een wereldleider een minpunt. Geworsteld heeft Clinton ermee, en ook dát moest de wereld weten. Uitwendig, want de nationale politiek en zijn eigen vreeswekkende huwelijk lieten hem geen keus. En inwendig, want in de Noord-Atlantische schuldcultuur is men ten opzichte van zichzelf weinig vergevings gezind.

Kan het anders? Plato twijfelde nog, cynischer dan menigeen van hem verwacht. «Rechtvaardig is iemand niet uit vrije wil, maar slechts als het niet anders kan», laat hij in De staat een van zijn dialoogpartners zeggen. De bewijsvoering begint met een mythe, al even herkenbaar in herlevende Tolkien-tijden. De herder Gyges zou ooit een ring gevonden hebben die onzichtbaar maakt en daarmee slinks een koninkrijk — inclusief de heersende koningin — hebben ingepalmd. Conclusie: zelfs deugdzamen zullen niet zo onwankelbaar zijn dat zij onder dergelijke omstandigheden afblijven van andermans goed — om het even of het daarbij gaat om diens koninkrijk, diens vrouw of zelfs diens leven.

Troost voor Clinton, misschien. En al legt Plato die provocerende woorden in de mond van een zekere Glauco, de realistische twijfel mag niet te haastig worden toegedekt door de zekerheid dat het zo niet hoort. Het geweten is een armelijk verlangen naar deugdzaamheid dat zichzelf steeds weer ontgoocheld en onmachtig ziet.

Plato’s mythe werd een klein jaar geleden gelezen door jongens uit de gesloten afdeling van het jeugddetentiecentrum in het Belgische Ruiselede. Onder leiding van de filosoof Richard Anthone vroegen ze zich af wat ze in Gyges’ geval zouden doen en wat een geweten is. Hun gesprek is opgenomen in de bundel Unvarnished, een reflectie op het leven van delinquente jongeren (Mens & Cultuur Uitgevers Gent), die verscheen naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in het Museum voor Moderne Kunst in Oostende. Tot eind augustus laten foto’s van Carel De Keyzer er het dagelijks leven in dezelfde instelling zien.

Zes keer voerde een groepje jongens uit het centrum een filosofisch gesprek. Dat over het geweten was er het laatste van en stukken van die dialoog zijn in de bundel afgedrukt. Haalde het wat uit? Terecht schrijft samensteller Jan Knops in zijn inleiding dat het daar niet om ging: «We hadden geen bedoeling, wij wilden enkel belangeloos belangstelling tonen.» Dat is even paradoxaal als de formulering klinkt, maar de dialogen worden er niet minder intrigerend door.

Ontnuchterend zijn ze misschien ook. Geweten is weten dat je iets gedaan hebt, merkt een van de jongens op. «Je doet bepaalde zaken en je maakt fouten…» Wat leer je daarvan? «Beter plannen», zegt een ander. Geldt dat voor het leven of voor de misdaad? Moreel goed of kwaad lijkt voor het groepje een minder belangrijke vraag dan die naar de gevolgen van hun daden. «En als je dan iets uitsteekt en je zit vervolgens hier dan denk je had ik dat maar beter niet gedaan.»

Een pragmatisch filosoof had het anders gezegd maar nauwelijks anders gedacht, en dat brengt hem dicht bij Glauco’s scepsis. Tegenover het calculerend realisme blijkt het geweten een even glibberige werkelijkheid als Gyges’ ring blijft intrigeren. «Zonder geweten zou je overal gaan inbreken. Ze kunnen je niet pakken, je bent onzichtbaar», mijmert er één nog verlekkerd. Een ander twijfelt: «Op een dag zal er een machine staan die de onzichtbare mens kan zien. Ik heb het geweten nog altijd nodig.»

Inwendig of uitwendig, het geweten blijft de blik van een ander, die kijkt. Sartre noemde dat de hel en misschien kan deugdzaamheid wel niet zonder dat ongemak. Omdat because I could waarschijnlijk het krachtigste motief is van onze onwelvoeglijkheden blijft onzichtbaarheid de grote Tolkien-toverdroom en geeft ze mensen het leven van een god, zoals Glauco al wist. «Ik zou onzichtbaar naar Pamela Anderson gaan», droomt één van de opgesloten jongens. Monica Lewinsky, Gyges’ koningin en Pamela Anderson: tegen vrouwen legt het geweten het altijd af.