Media

Geweten, niets gedaan

In een boek over de Joegoslavische oorlogen schreef Susan Sontags zoon David Rieff halverwege de jaren negentig er zeker van te zijn dat zelfs de aanwezigheid van televisiecamera’s aan Auschwitz niets veranderd had. Hij bedoelde: we staan erbij, kijken ernaar maar doen niets. Het boek waarin dit stond, Slaughterhouse: Bosnia and the Failure of the West, verscheen op een, zeker voor Nederland, pijnlijk moment: 1995, het jaar waarin Srebrenica viel en Nederlandse troepen inderdaad toekeken hoe zeven- tot achtduizend mannen weggevoerd werden.

In de jaren die volgden, gebeurde er in voormalig Joegoslavië wel iets maar, daarover is iedereen het eens, uiteindelijk onvoldoende. Bovendien was het leed in de meeste gevallen al geschied. Vandaar dat er in het vervolg niets anders op zat dan de schuldigen flink op de huid te zitten. Zo gebeurde en gebeurt – tot op de dag van vandaag. Overigens is een aardige infographic over het werk van het Joegoslavië ­Tribunaal tot op heden via de homepage (icty.org) eenvoudig te vinden.

Ik kon niet anders dan hieraan denken toen ik enkele dagen geleden op de website van Amnesty International een uitvoerig artikel las over de wijze waarop sociale media het werk van mensenrechtenorganisaties vergemakkelijken. Twitter to the Rescue? luidt de titel. Het artikel staat vol links, onder meer naar filmpjes die te erg zijn om aan te zien – van een jongetje van een jaar of tien dat een man onthoofdt bijvoorbeeld – en gaat vooral in op het verschijnsel citizen journalism. Iedereen heeft tegenwoordig een mobieltje, elk mobieltje kan filmen en fotograferen en dus is het onvermijdelijk dat we steeds weer en steeds meer van alles en nog wat beelden te zien krijgen, ook afschuwelijke van schendingen van mensenrechten. Het gevolg hiervan is dat we bijvoorbeeld wat betreft de misdaden in het huidige Syrië, om het belangrijkste thema van dat Amnesty-artikel te nemen, veel beter op de hoogte zijn dan met betrekking tot voormalig Joegoslavië ooit het geval is geweest. Het is waar, aldus Amnesty, dat we met die informatie voorzichtig moeten zijn: beelden geven lang niet altijd weer wat ze pretenderen; manipulatie is schering en inslag; het proces van vastlegging via verificatie naar openbaarmaking is ingewikkeld. Maar deze en andere voorbehouden nemen niet weg dat, zoals de auteur van het artikel zegt, ‘the crime scene [is] at your fingertips’.

En dan?

Ik heb met mijn geliefde vaak discussies over mijn, veelal historische, werk. Wat heb je daaraan, zegt ze, praktisch als ze is. Verandert het iets? Het antwoord op deze laatste vraag is evident. Nee natuurlijk. Het verleden is per definitie voorbij en dus niet meer te veranderen. Maar dat gezegd betoog ik vervolgens dat inzicht in het verleden ook inzicht in het heden verschaft. Om onszelf en onze omgeving te begrijpen hebben we immers niets anders dan dat: het verleden. En dan, luidt haar volgende, niet minder sceptische reactie: wat doe je met dat begrip van het heden?

Ik kan een lang verhaal houden over de onzinnigheid van een dergelijke opmerking. Maar alleen al de lengte van dat verhaal illustreert dat het ook een kern van waarheid bevat. Neem nogmaals het aanhoudend moorden in Syrië en de mogelijkheden die Amnesty-medewerkers hebben om, dankzij moderne media, dat geweld in kaart te brengen. Een vooruitgang, zonder twijfel. Laat elke moordenaar beseffen dat hij nooit meer rustig rond kan lopen want elk moment opgepakt kan worden door de medewerkers van een of ander internationaal gerechtshof. Hier staat tegenover dat, als het eenmaal zo ver is, de moord wel al is geschied. Erger nog: dat het moorden op dit moment gewoon doorgaat.

Moeten we daar niets iets aan doen? Wat hebben we aan kennis die niet meer is dan dat en er dus hoogstens toe bijdraagt dat de schuldigen naderhand opgejaagd en gestraft worden? Verplicht die kennis ons niet iets te doen, nu? Of had Rieff gelijk en zouden we evenmin iets doen als op dit moment een tweede Auschwitz plaatsvond – om vervolgens zeventig jaar over de schuld van anderen en de eigen lamlendigheid te bekvechten?

Naïef. Dat krijg je te horen als je zulke vragen stelt en dat is ongeveer ook wat ik mijn geliefde zeg: dat ze helemaal gelijk heeft maar dat haar gelijk weinig of niets bijdraagt. Want stel je voor dat we Syrië daadwerkelijk zouden binnenvallen, zeg ik. Wie moet dat doen? Welk internationaal conflict kweek je daarmee? Vallen er dan niet juist meer doden? Voor je het weet, staat heel het Midden-Oosten in brand en wie weet waar dat toe leidt.

De kans bestaat dat de eventuele remedie inderdaad groter is dan de kwaal. Maar het lijdt geen twijfel dat verwijten als de genoemde toch terecht zijn. ‘Wir haben es nicht gewusst’ is vanaf heden per definitie een leugen. Helaas hebben de slachtoffers ook daar weer niets aan.