Premier Erdogan gaat over lijken

Gewetenloze groei

De Turkse premier Tayyip Erdogan wil extreme economische groei bereiken. De staat ziet daarom door de vingers dat werknemers worden uitgeknepen. ‘De AKP-regering heeft een slavenklasse gecreëerd.’

Medium rtr3p3h8

Het is een zonnige dag als de aan verstikking gestorven kompels in kleurige dekens één voor één via een gammele metalen trap naar boven worden gehaald en richting de ambulances gedragen. Een robuuste man staat die dag na de grote ramp, waarbij 301 mijnwerkers omkwamen, tussen de menigte de metalen trap in de gaten te houden. Hij heet Arif en steekt met de ene sigaret de andere aan. Hij is 31 jaar oud, heeft een stoppelbaard en praat in woede: ‘Een paar uur geleden is premier Erdogan hier gekomen. Omdat hij hier was hebben ze de reddingswerkzaamheden een uur lang gestaakt. Het kon natuurlijk niet zo zijn dat tijdens zijn aanwezigheid een lijk naar boven werd gedragen. Misschien hadden ze mijn neef in dat uur kunnen redden…’

De mijn met de honderden doden ligt net als tientallen andere mijnen tussen de bergen die de stad Soma omringen. In de mijn in kwestie hebben vorig jaar acht kompels de dood gevonden. In de ondergrondse tunnels verzamelden ze de vette, zwarte stenen met gevaar voor eigen leven voor vierhonderd euro per maand. Twee weken geleden gingen ze met honderden tegelijk dood.

Bij de metalen trap baant Arif zich door de grote menigte om naar het gezicht te kijken van het laatste lijk dat naar de ambulance is gebracht. Even later komt hij terug en meldt opgelucht: ‘Het is niet mijn neef. Misschien leeft die jongen nog.’ Arif is te groot en te stoer om te huilen, maar toch rollen een paar tranen naar zijn baard en snor. ‘Ik ben ook maar een pauper, maar toch ben ik nooit die verdomde mijnen in gegaan. Ik heb het hem ook altijd afgeraden. Maar ja, het is nu eenmaal gebeurd.’

Een van die 301 doden van de mijn in Soma is de neef van Arif. Dat is een feit, omdat alle mijnwerkers die in de eerste uren de mijn niet wisten te verlaten, dood bleken te zijn. En met hun dood hebben ze niet alleen hun dierbaren in rouw gedompeld, maar ook de hartverscheurende Turkse statistieken van de Turkse arbeiders nog slechter gemaakt dan die al waren: 301 dode arbeiders bij de meer dan 1200 arbeiders die in Turkije per jaar doodgaan tijdens het werken. Een statistiek die in geen enkel westers land denkbaar is. De arbeiders sterven in de bouw, in de scheepswerven en veelal in de kolenmijnen.

Een lukraak voorbeeld van die fatale ongelukken die het nieuws wisten te halen: enkele jaren geleden werd in een van de scheepswerven bij Istanbul een pas gefabriceerde grote sloep te water gelaten. Een van de touwen die de sloep moesten dragen brak en het ding donderde in de zee en kapseisde in een mum van tijd. Onderzoek wees uit dat het bedrijf geen geld had willen uitgeven voor zandzakken met het gewicht van de toekomstige passagiers. Men had doodleuk negentien arbeiders op de stoelen plaats laten nemen. Drie van die ‘proefkonijnen’ verdronken, zestien anderen raakten gewond.

In de twaalf jaren dat Erdogan de scepter zwaait hebben veertienduizend arbeiders het leven gelaten op het werk

Een ander voorbeeld, deze keer uit de explosief gegroeide bouwsector: het nieuwe stadion van de voetbalclub Galatasaray verrees in rap tempo. De onrealistische deadline veroorzaakte een enorme druk op de arbeiders. Veiligheidsvoorschriften werden over het hoofd gezien en de grond bij een van de muren zakte in. Twee arbeiders kwamen onder de grond terecht. In paniek probeerden hun collega’s de ingezakte grond eruit te scheppen met een graafmachine. Het gevolg was dat het hoofd van een van de arbeiders van de romp gescheiden werd. De bouwwerker was niet alleen levend begraven, maar ook onthoofd na zijn dood.

Zo verongelukken in Turkije vele arbeiders dag in, dag uit op verschillende manieren. Met de economische groei die het land onder het bewind van de Partij van de Rechtvaardigheid en Vooruitgang (akp) heeft doorgemaakt is ook het aantal ongelukken op de werkplek explosief gegroeid. In de twaalf jaren dat Tayyip Erdogan de scepter zwaait in het land hebben meer dan veertienduizend arbeiders het leven gelaten op het werk. De toename van het aantal sterfgevallen onder de arbeiders was echter nooit een issue in Turkije. De grote ramp in Soma lijkt wel een gevoelige snaar te hebben geraakt bij de Turken. Het grote sentiment is niet alleen ontstaan vanwege de dood van zoveel mijnwerkers, maar ook door hoe de regering met de doden is omgegaan.

Een dag na de brand in de mijn deed Erdogan met zijn grote gevolg de plek van de catastrofe aan om aan de aanwezige journalisten te verklaren dat ongelukken nu eenmaal bij dit werk horen. De alleenheerser liet het ook niet na om enkele voorbeelden van grote mijnrampen in andere delen van de wereld te noemen. Hij somde die rampen op en verwachtte klaarblijkelijk dat het zou bijdragen aan het sussen van de gemoederen. Maar het feit dat die rampen waar hij het over had uit de negentiende eeuw stammen, wekte alleen maar meer woede in het anti-Erdogan-kamp.

Daar bleef het niet bij. Toen de premier zich in een van de grote winkelstraten van Soma begaf, werd hij onthaald door boze bewoners van de mijnstad die nog met de verse pijn van het verlies van vrienden en familie zaten. Ze jouwden de man in koor uit. Hierop ging Erdogan naar een van de mannen in de menigte en zei in aanwezigheid van de camera’s dat als hij doorging met schreeuwen naar de premier van de Turkse republiek hij klappen zou krijgen. Even later hield de premier woord. De mijnwerker werd door veiligheidsmensen van de premier in een winkel geduwd en kreeg een klap van niemand anders dan de leider van het land. Weer een poosje later waren bewoners van Soma er getuige van dat een adviseur van de premier een door twee soldaten tegen de grond gewerkte demonstrant schoppen verkocht.

De Turken waren nog niet klaar met het verwerken van deze schokkende beelden of de feitelijke informatie over hoe de ramp in de mijn ontstond, begon via de media binnen te druppelen. De kompels waren veelal boeren die geen opleiding hadden gevolgd voordat ze de mijnen in gingen. Ze kregen de goedkoopste maskers mee, te oud en te slecht om de mijnwerkers tegen welk gevaarlijk gas dan ook te beschermen. Het bedrijf had nagelaten om voldoende censoren, die een sein geven als het gehalte koolmonoxide alarmerend wordt, in de mijn te plaatsen. De censoren die er wel waren gaven die waarschuwing wel, maar in plaats van de mijn te ontruimen werd de plek van schone lucht voorzien zodat er doorgewerkt kon worden. De uitbaters van de onder de akp geprivatiseerde mijn hadden ook de oren gesloten voor de waarschuwing van de kompels dat de gewonnen kool heet was en er dus zeer waarschijnlijk sprake was van een sluimerende brand in de mijn.

De eigenaar van de mijn in Soma heeft erg nauwe relaties met de regering van Erdogan

De regeringsgezinde media vielen geheel naar verwachting over het bedrijf heen. Met de beschuldigende vinger werd naar de eigenaar en zijn bestuurders gewezen. Enkelen van hen zijn inmiddels gearresteerd. Maar de media die nog niet onder controle van de regering staan, weigeren zich hierbij neer te leggen. Want de eigenaar van de mijn heeft erg nauwe relaties met de regering. En iedereen weet dat niet alleen de mijnen, maar al het andere wat groot geld opbrengt niet aan derden wordt uitbesteed als Erdogan niet zijn goedkeuring heeft verleend aan de deal. Bovendien zijn de arbeiders niet alleen in deze mijn omgekomen, maar gaan ze overal in het land massaal dood.

Medium rtr3p3dx

De Koerdische politicus Bayram Bozyel zegt dat de ramp in Soma het hele land heeft wakkergeschud, niet alleen de Turken in het westen van het land, maar ook de Koerden. Bozyel vertelt: ‘Als nooit tevoren weten we dat de akp-regering een slavenklasse heeft gecreëerd. Ik besef nu dat de Turkse overheid niet alleen de Koerden met geweld heeft onderdrukt, maar de Turkse arbeidersklasse ook in het gareel heeft gehouden door ze aan honger en armoede bloot te stellen. De ramp in de mijn is het keerpunt. We weten nu met welk geld de enorme wolkenkrabbers in de grote steden gebouwd worden. De Turkse machthebbers hebben ons al die tijd de megaprojecten getoond en ons willen doen geloven dat Turkije met sprongen vooruitgaat. Maar het volk gaat gebukt onder een enorme armoede. De mensen zijn bereid voor een beetje geld in die gevaarlijke mijnen te gaan, met de wetenschap dat ze ieder moment dood kunnen gaan.’

Dat de Turkse machthebbers grote ambities hebben, is geen geheim. Sterker nog, onder leiding van Erdogan wordt al jaren van de daken geschreeuwd dat Turkije in 2023 een van de tien grootste economieën in de wereld moet worden. In negen jaar moet het land dus een droomachtige sprong van zes plekken maken op de wereldranglijst. Aan het begin van de jaren 2000 waren de groeicijfers duizelingwekkend. Maar al sinds een jaar of zes is er een einde gekomen aan die sensationele groei, die mede veroorzaakt werd door stabiliteit en door de hervormingen die in het programma van de toetreding tot de Europese Unie werden doorgevoerd. Maar die tijd van democratische hervormingen is al lang voorbij; het land is afgestevend op een autocratisch regime waarin Erdogan zich heeft omringd met jaknikkers die alles toejuichen wat de islamistische premier besluit.

politiek analist Eyup Can gebruikt de term ‘gewetenloze groei’ om het economische beleid van de akp-regering te duiden. Can zegt absoluut niet tegen ambitieuze bestuurders te zijn en de economische groei altijd te zullen toejuichen. ‘Maar’, vervolgt hij, ‘we moeten vaststellen dat de akp de laatste jaren geen andere troef heeft voor die groei dan de extreme inzet van de arbeidskrachten. Men heeft blijkbaar geen zin meer om tijd te besteden aan het verwezenlijken van grondige hervormingen die ons een stuk dichter bij de ontwikkelde wereld kunnen brengen. In plaats van een nieuwe grondwet op te stellen, een transparante rechtsstaat te stichten en innovatie te stimuleren kiest men voor de uitbuiting van het eigen volk. De consequentie is dat we de afgelopen vijf jaren geen stap verder zijn gekomen. In plaats daarvan ziet de staat door de vingers dat de werkers uitgeknepen worden en dat de bedrijven meer produceren door de veiligheidsmaatregelen te verwaarlozen.’

En al snel heeft men het weer over de megaprojecten en de groeicijfers die beter moeten zijn dan het jaar ervoor

In Soma nam men het ook niet zo nauw met de veiligheid van de arbeiders. Zo vertellen ook de twee mannen die urenlang bij de ingang van de mijn op het lichaam – levend of dood – van hun vriend wachten. Als het wachten geen resultaat oplevert, besluiten ze om maar bij het staatsziekenhuis in Soma te gaan kijken. Wellicht dat de mijnwerker Emrullah daar naartoe is gebracht, zonder dat ze het hebben opgemerkt.

Onderweg naar het ziekenhuis vertellen ze over de ouders die uit de meest oostelijke stad van Turkije, Hakkari, onderweg zijn naar Soma om in het geval van de dood van hun zoon Emrullah terug te brengen naar het dorp. Osman is de jongste van de twee vrienden. Hij verhaalt over de werkomstandigheden in de mijn: ‘Emrullah vertelde dat ze geen seconde rust kregen van de bazen. Geen pauze om thee te drinken of wat dan ook. Bang om ontslagen te worden gingen ze maar door. Hij moest wel de mijn in, met een vrouw en twee kinderen. Wat moest hij anders?’

In het ziekenhuis is Emrullah ook niet.

Had het anders kunnen lopen in Turkije? Enkele weken voor de mijnramp discussieerde de Turkse intelligentsia over deze vraag. De aanleiding was het geruchtmakende boek van de economen Daron Acemoglu en James A. Robinson Why Nations Fail. Het gaat uitvoerig in op de vraag waarom landen ontwikkeld of onderontwikkeld zijn. Wat ligt aan de basis van macht, rijkdom en armoede? De twee economen vergelijken landen die aan elkaar grenzen en waarvan het ene land zijn inwoners wel welvaart weet te verschaffen, terwijl in het andere land de massa’s gebukt gaan onder erbarmelijke economische en sociale omstandigheden. Ook een stad als Nogales, die in tweeën gesplitst is tussen de Verenigde Staten en Mexico, wordt uitvoerig bestudeerd. In steden en landen waar dus exact dezelfde geografische wetten gelden en waar geen sprake is van cultuurverschillen bestaan enorme verschillen in welvaart, ontwikkeling en het democratische niveau.

Acemoglu en Robinson concluderen dat sommige landen in de loop van de geschiedenis het democratische stelsel hebben gecombineerd met het stichten van onafhankelijke, omvattende instituties die de maatschappij opstuwen door gelijke kansen te bieden aan de burgers. Het andere deel van de wereld onderscheidt zich door een elite die dergelijke instituties tegenhoudt om de eigen privileges te waarborgen. Die elite blijft dan weliswaar rijk en machtig, maar omdat de samenleving de dynamiek van de onderbedeelden ontbeert, valt de tijdelijk snel groeiende economie vroeg of laat om. Zo is dat in de Sovjet-Unie gegaan en zal het ook in China zijn. En volgens de Turks-Amerikaanse econoom Acemoglu is dat ook wat met Turkije is gebeurd: de nieuwe machthebbers hebben het verdomd om na een hoopgevende regeerperiode van een half decennium die onafhankelijke, democratische instituties en de onafhankelijke rechtsstaat in het leven te roepen.

In die eerste regeerperiode leek de regerende akp het EU-proces hartgrondig omarmd te hebben, de politieke invloed van het leger was teruggedrongen en men ging er prat op dat het gemiddelde inkomen per persoon zoveel meer was geworden. Maar Turkije komt al jaren niet meer in het nieuws vanwege de toename van de welvaart van het volk, maar eerder door de corruptieschandalen waarin Erdogan en zijn naasten beschuldigd worden van onrechtmatige, grootschalige verrijking. De sterke man van het land bepaalt tegenwoordig alles. Zelfs wie de voorzitter van de voetbalfederatie wordt.

Zuid-Korea kon als een van de weinige niet-westerse landen wel evolueren naar de ontwikkelde wereld. Daar vond onlangs de grote ramp met de veerboot Sewol plaats, waarbij net als in de Turkse mijn honderden mensen om het leven kwamen. Daar nam de premier wel de verantwoordelijkheid op zich en trad af. De Turkse premier die zijn land met de wind van de EU in de rug ook in de club van de democratieën had kunnen loodsen en dat niet deed, rept met geen woord over aftreden. Niet alleen hij, maar geen enkel lid van zijn regering overweegt om de gemoederen te sussen door ontslag te nemen.

En al snel heeft men het weer over de megaprojecten en de groeicijfers die beter moeten zijn dan het jaar ervoor. De berichten over de nieuwe slachtoffers onder de arbeiders sijpelen in onverminderd tempo binnen: een mijnwerker in Zonguldak, een bouwvakker in Ankara… En opeens verschijnen op de Turkse televisie ook de foto’s van enkele dode kompels uit Soma. Onder die foto’s ook die van de Koerd Emrullah uit Hakkari. In mijn verbeelding had ik me hem als een donkere man met dikke wenkbrauwen voorgesteld. In het echt was hij donkerblond en had groene ogen. ‘Hij kon ook zo prachtig op de saz spelen’, had een van zijn vrienden gezegd toen we op weg waren naar het ziekenhuis.


Beeld: (1) Familieleden van mijnwerkers tijdens de reddingswerkzaamheden in Soma (Osman Orsal/Reuters). (2) Tayyip Erdogan tijdens zijn bezoek aan Soma, 14 mei (Osman Orsal/Reuters).