Gewetensvolle werkgevers

Hoe staat het met werkgevers die te maken hebben met werknemers die weigeren aan de identificatieplicht te voldoen? In een brief van 24 december 1995 heeft staatssecretaris Linschoten van Sociale Zaken en Werkgelegenheid duidelijk gemaakt dat een werkgever die alles heeft gedaan om het zijn werknemers mogelijk te maken aan de identificatieplicht voldoen, niet strafbaar is.

Linschoten heeft er bijna een heel jaar over gedaan om een brief te beantwoorden die de heer J. A. Dortland van de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties hem op 24 januari 1995 had geschreven over een aantal onduidelijkheden in de wet op de Identificatieplicht. Werkgevers krijgen door de wet een aantal verplichtingen opgelegd: met name de zorgplicht en de verificatie- en bewaarplicht. De zorgplicht schrijft voor dat werkgevers zodanige maatregelen treffen dat de werknemers hun identificatieplicht kunnen nakomen. De wijze waarop dat gebeurt wordt aan de werkgevers overgelaten. Linschoten slaagt er niet in een precieze omschrijving te geven.
De verificatieplicht verplicht de werkgever de identiteit van de werknemers vast te stellen aan de hand van een geldig identificatiebewijs. Voldoet de werkgever hier niet aan, dan is hij strafbaar. Daarvoor hoeft een werkgever het niet al te dol te maken. Linschoten vindt het te ver gaan een weigerende werknemer te ontslaan. Het is in zo'n geval voldoende om mededeling daarvan te doen aan de bedrijfsvereniging. De werkgever heeft dan niet aan zijn verplichting voldaan, maar er is naar het oordeel van de staatssecretaris ‘geen sprake van verwijtbaar gedrag’.
Linschoten wijst er uitdrukkelijk op 'dat het Openbaar Ministerie als uitgangspunt heeft dat de handhaving van de identificatie- en verificatieverplichtingen geen doel in zichzelf is, doch een belangrijk hulpmiddel om de opsporing en vervolging te vergemakkelijken van sociale-zekerheids- en fiscale fraude’. Daarom moet er meer aan de hand zijn dan overtreding van de wet, wil het OM tot vervolging overgaan. Waarschijnlijk zullen dan ook de werkgevers vaak niet vrijuit gaan, had Linschoten al eerder geschreven, maar nu erkent hij dat die opmerking enigszins prematuur was. 'In de praktijk zal moeten blijken hoe vaak werkgevers medeplichtig zijn aan strafbare gedragingen van hun werknemers.’
Vorige week meldde ik hier dat de rechter in Alkmaar in een uitspraak van 11 januari heeft gesteld dat een werkgever rekening moet houden met principiele bezwaren en persoonlijke omstandigheden van zijn werknemers. In Wageningen betaalt de Rijksuniversiteit de extra belasting voor vijf werknemers die persoonlijk met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben gehad. Hogeschool De Horst heeft in december weigerende werknemers de mogelijkheid gegeven een verklaring met principiele bezwaren te tekenen. Volgens de brief van Linschoten zijn dergelijke gewetensvolle werkgevers niet strafbaar, lijkt mij.