Gewezen geliefden

Wie vatbaar is voor complottheorieën houdt zoals iemand met een gebroken hart graag zijn eigen werkelijkheid in stand.

We zijn op een punt aangekomen dat ik Barack Obama ongeveer niet meer kan zien zonder vol te schieten. Of, ‘we’: ík ben op dat punt aangekomen. En niet alleen bij Obama. Eigenlijk ieder publiek figuur dat in volzinnen spreekt, zonder die vooraf in te studeren, zonder defensief te zijn, zonder hatelijk te zijn. Gewoon iets zeggen waaruit een open menselijkheid doorklinkt en je hebt me te pakken. En niet eens volzinnen. Gewoon medemenselijkheid. Ik zag een taxichauffeur op de Eerste Constantijn Huygensstraat in Amsterdam stoppen om een gevallen toerist terug op haar fiets te helpen en aan het einde van de Overtoom was ik nog aan het snotteren. Het kan allemaal aan mij liggen. Ik sluit niets uit.

Het algoritme van Netflix raadde me aan dat ik het nieuwe seizoen van My Next Guest moest kijken, maar ik had het vorige seizoen nog niet gezien. Eerste aflevering: Barack Obama. Het concept van het programma is dat de mensen in de zaal niet weten wie de gast van David Letterman is. Letterman vertelt een paar grappen, hypet het een beetje en dan zegt hij: ‘Oké dames en heren, my next guest is the 44th president of the United States…’ Mij kun je opdweilen.

Een tijdlang heb ik hem bewust gemeden. Zoals je beter je geliefde kunt mijden als ze dat niet meer is. Het probleem is dat als de afloop van iets zich zo opdringt, het zo moeilijk is nog de mooie dingen in de aanloop te zien. Je kunt niet aan Obama denken zonder aan Trump te denken, niet aan Kennedy zonder aan Oswald, niet aan Daenerys zonder Jon Snow.

Met Letterman praat Obama over hoe algoritmes informatiebubbels creëren: ‘Een van de grootste uitdagingen van onze democratie is de mate waarin we geen gemeenschappelijke feitenbasis delen’, zegt hij. ‘Wat de Russen hebben uitgebuit, maar wat er al was, is dat we leven in een compleet andere informatiewereld. Als je Fox News kijkt, leef je op een andere planeet dan als je naar NPR luistert.’ De bubbels zijn zo sterk dat je alles daarbuiten niet meer gelooft.

In een artikel in The New Yorker in april behandelde Elizabeth Kolbert het onderzoek van verschillende wetenschappers naar de opkomst en verspreiding van complottheorieën in de VS. Wat er volgens Kolbert is veranderd is dit: vroeger gebeurde er iets, en mensen geloofden het officiële verhaal niet. Nu gebeurt er niets, en mensen geloven dat niet. Ze twijfelen niet aan specifieke gebeurtenissen, maar aan de algehele realiteit. Andere planeten.

De bubbels zijn zo sterk dat je alles daarbuiten niet meer gelooft

Dat die theorieën nu vruchtbaardere grond hebben is evident: door de polarisatie, de continue politieke aanvallen op de media en de staat, en de opkomst van het internet. De internetrevolutie heeft ‘de poortwachters, de producenten, de redacteuren en geleerden weggevaagd die ooit bepaalden wat serieus onderzoek waard was’, en heeft die vervangen door ‘complot-entrepreneurs’ die met een bizarre theorie en een gephotoshopt beeld gratis hun gang kunnen gaan. Entrepreneurs is een interessant woord. Kolbert citeert het onderzoek van Zeynep Tüfekçi, socioloog verbonden aan Harvard, die tijdens de verkiezingen van 2016 iets vreemds opviel. Haar playlist op YouTube liep ineens vol met video’s met racistische tirades en holocaustontkenners. Daarna creëerde ze een nieuw account waarmee ze video’s van Hillary Clinton en Bernie Sanders bekeek: toen vulde haar playlist zich met ‘linkse complotten’, bijvoorbeeld over hoe 9/11 een complot van Bush en Halliburton was.

Tüfekçi kwam tot de conclusie dat YouTube haar aandacht wilde vasthouden door haar steeds sensationeler materiaal aan te bieden. Het pushen van complottheorieën was niet politiek gedreven, maar commercieel. En er zat geen persoon of kliek achter, maar een algoritme.

Tot zo ver Kolbert, die het natuurlijk slechts over een symptoom heeft. Het is makkelijk YouTube de schuld te geven, maar YouTube’s algoritme zou niet zo zijn afgesteld als mensen er niet vatbaarder voor waren. Waarom zijn ze dat dan? In Het leven, een handleiding vergelijkt de Britse psychoanalyticus Stephen Grosz mensen ‘die geloven dat prins Philip prinses Diana had laten vermoorden’ met gefnuikte verliefden op zijn divan. In staat van verliefdheid zijn we extra vatbaar voor informatie en verzamelen we die obsessief, schrijft Grosz, want alles kan betekenis hebben tot het object van jouw liefde.

In zijn behandeling van gewezen geliefden, zegt hij, zie je dat informatie ook obsessief wordt verzameld, maar dan vaak gebruikt wordt om juist bepaalde waanbeelden in stand te houden. De informatie telt niet op. In De taal der verliefden schrijft Roland Barthes over hoe de realiteit zich tot verliefden presenteert. Een geliefde ziet een stad, een restaurant, een schilderij, hoort een mop en al die dingen hebben betekenis voor hem, hij weet hoe hij ze op waarde moet schatten: ze vormen een realiteit. Maar de sombere, gewezen geliefde ziet al die dingen en kent ze geen waarde meer toe, en dus geen betekenis. Ze zijn niet ‘unreal’, schrijft Barthes in mijn Engelse vertaling, maar ‘disreal’.

Misschien is dat dan een manier om naar de verdere verspreiding van complottheorieën te kijken. De burger is een gewezen minnaar, de politieke cultuur heeft zijn hart gebroken, hij zoekt betekenis in een werkelijkheid die hij niet wil erkennen. Arme schat.