Kunst

Gewone oorlog

Kunst: Concerning War

Heel soms hoor je het nog, een waarschuwing op het journaal: «De volgende beelden kunnen schokkend zijn.» Altijd kijken natuurlijk, verschrikkelijk, maar altijd kijken. Steeds vaker zoomt de camera onaangekondigd in op massagraven en afgerukte ledematen, gefocust op geweld en militair ingrijpen. Zo ziet oorlog er uit en dat moeten wij weten. Gruwelijk, pervers, en we kijken altijd.

Ja? Ziet oorlog er zo uit? In het project Concerning War, waarin kunstenaars het overnemen van journalisten, is oorlog een wrange versie van het dagelijks leven. Concerning War is een groot project van Basis voor Actuele Kunst (BAK) in Utrecht. Er zijn meer dan 750 minuten film plus een aantal schilderijen te bekijken en er is een serie van wekelijkse lezingen aan het thema verbonden. Het grootste gedeelte van de video’s is te zien in de Vredenburg Passage. De beeldschermen staan veelal in open ruimtes met grote ramen, een setting die aansluit bij de daar vertoonde beelden. De schaamteloosheid van oorlog. De documentaire filmstijl van de meeste video’s blijft dicht bij reportages die we kennen van de actualiteitenrubrieken.

Voor de bewoners van oorlogsgebied is het geweld er altijd op de achtergrond en kan het plotseling alomtegenwoordig zijn. Dat hoort erbij. Voor de samenstelling van de tentoonstelling vond curator Brigitte van der Sande onder meer inspiratie in Regarding the Pain of Others van Susan Sontag. Daarin zegt Sontag: «We can’t imagine how dreadful, how terrifying war is – and how normal it becomes.» Vooral dat laatste wordt pijnlijk duidelijk in Concerning War, waarvan de tentoonstelling niet voor niets de titel Soft Target (burgerdoelwit) draagt.

Je kunt over de oorlog bijvoorbeeld moppen vertellen, zoals de mannen met een nylonkous over hun hoofd doen in de video Back in Black van de Bosnische Ma ja Bajevic. Suljo en Mu jo hangen rond op straat. Plotseling wordt Mujo’s oor eraf geschoten. Suljo zet het op een rennen en roept tegen zijn vriend dat hij ook moet vluchten. «Je oor is er al af, straks schieten ze je dood.» Mujo blijft staan. «Wat kan mij dat oor schelen. Ik ben verdomme mijn sigaret kwijt, die zat erachter.» Zo gaat dat door, tien minuten lang. Na elke punchline een lachband.

In Refraction van Aernout Mik dirigeert een herder zijn schaapskudde dwars over de plek waar een ramp gebeurd is, tussen de ambulancebroeders en politie door. Niemand kijkt ervan op. In de video 4.11.02 vindt in Jeruzalem een zelfmoordaanslag plaats. Kun stenaar Sagi Groner gaat kijken met zijn vrienden en ziet rechercheurs in de bosjes zoeken naar lichaamsdelen van de zelfmoordenaar. De vrienden slenteren terug naar huis, terwijl het gesprek weer overgaat tot de orde van de dag. «Zolang ze de supermarkt maar niet opblazen, die is belangrijk voor mensen.»

Verderop in Utrecht worden de resterende video’s vertoond in een veel beklemmender omgeving. In afgesloten hokjes draaien films die meer aansluiten bij het eerste deel van Susan Sontags uitspraak – hoe vreselijk en angstaanjagend oorlog is. De documentaire blijkt daarvoor niet het geschikte middel, de vrije stijl van de videokunst wel. Aryan Kaganof heeft voor Western 4.33 een geluidsband samengesteld waar je nachten van wakker kunt liggen. Daarin is een stilte opgenomen van vier minuten en 33 seconden, verwijzend naar John Cage’s compositie 4.33 waarin een pianist even lang niet speelt. Ondertussen lijkt Kaganofs camera gevangen in de barakken van een verlaten concentratiekamp in de Namibische woestijn. Omgeven door het felle licht van de woestijn. De kampen, waar de Duitse bezetter vanaf 1904 genocide pleegde op het Herero-volk, stonden later model voor Auschwitz.

Een oorlog of geweld doorgronden, echt begrijpen, lukt net zo min in het museum als op de bank tijdens het journaal. Maar soms grijpt een film ineens naar je keel, zonder waarschuwing, zonder schokkende beelden. Het is gruwelijk, verschrikkelijk, alledaags en je wilt blijven kijken.

Basis voor Actuele Kunst, Utrecht, tot 18 december.
www.bak-utrecht.nl