Karl Corino, Musil: Een biografie 1880-1924

Gewoner

Karl Corino

Musil: Een biografie1880-1924

Uit het Duits (2003) vertaald door Hans Hom

Meulenhoff, 552 blz., e 49,90

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil (1880-1942) heeft de helft van zijn leven gewerkt aan zijn magnum opus De man zonder eigenschappen; zijn biograaf heeft minstens evenveel tijd besteed aan leven en werk van Musil. Karl Corino promoveerde op Musil, stelde in 1988 een enorm fotoboek over Musil samen en moest in 2003 toezien hoe zijn meer dan tweeduizend pagina’s tellende biografie de aandacht van de kritiek moest delen met een tegelijk verschenen biografietje van Werner Kraft. Van de biografie is nu, voor het Nederlandse publiek wat aangepast, de eerste helft vertaald, tot aan de dood van Musils ouders in 1924.

Een goed idee was om de jeugdnovelle De verwarring van de jonge Törless (1906) opnieuw uit te brengen. Waarom dan niet ook ander werk uit die periode, denk je dan. Als er één verrassing is voor zelfs een doorgefourneerde Musil-lezer, dan zijn het niet allerlei nieuwe details, en ook die zijn er veel, maar is dat het feit dat de schrijver in zijn werk zo veel aan zijn eigen leven of omgeving heeft ontleend. Bij «ontleend» hoort «stof», want beslissend is natuurlijk wat Musil ermee gedaan heeft: de transformatie van al die gegevens tot grote literatuur. Bijna had hij De jonge Törless niet geschreven, niet meer kunnen schrijven omdat hij het materiaal – zijn eigen ervaringen op de kaddenschool met twee klassedictators – aan twee aankomende schrijvers had aangeboden, gratis. Klassedictators, van welke stof vele Oostenrijkse en Duitse SS-officieren gemaakt zouden worden.

Wat het hoofdwerk aangaat, zou ik gezegd hebben dat het voldoende was om vanaf vroege dagboeken na te gaan hoe zich de grote roman daarin stap voor stap ontwikkelde – om te zien dat de roman in de loop van veertig jaar almaar van gedaante veranderde. Maar ik ben om: Corino legt het omgekeerde parcours af, dubbel, van de roman naar het dagboek, en van de roman, het dagboek en alle verhalen terug naar de vormloze werkelijkheid. Corino is zozeer op het werk gericht dat hij genoeg laat zien van de wonderlijke metamorfose van leven in literatuur. Dat Musil mij door het boek sympathieker geworden is, nee, gewoner, grijzer, niet eens menselijker. Maar wat de moeizaamheid van het schrijfwerk betreft wordt de lezer wel wat wijzer – je komt alles te weten over de toenmalige behandeling van de harde sjanker (lues), toen een must voor elke adolescent.

Overigens, wat een verademing te zien hoe Corino de tijd neemt om die ingewikkelde kluwen van zogenaamde feiten, fabeltjes en levensleugens, voorgeschiedenis van personages en levenswerk te ontwarren.